ReportageIdlib

Ziekte en honger slaan om zich heen in Syrische vluchtelingenkampen

Kamp Sarmada, Noord-Idlib, maart 2020. Beeld Melvyn Ingleby

In vluchtelingenkampen in de Syrische provincie Idlib voltrekt zich een humanitaire ramp. Het vorige week begonnen Turkse offensief biedt de vluchtelingen enige hoop.

Een jongen van vier trekt een karretje. Daarin zit een vermagerd meisje verdoofd voor zich uit te staren. De twee kinderen trekken samen over een stofweg langs vervallen tenten en grote plassen geel-bruin water. In de lucht hangt de zure geur van menselijke uitwerpselen.

Dit is vluchtelingenkamp Sarmada in het noorden van de Syrische provincie Idlib. Nou ja, een kamp valt het nauwelijks te noemen. De meeste families hier hebben zelf een stukje grond gehuurd en hun eigen tenten in elkaar gezet. Anderen slapen op de grond onder olijfbomen.

“Het regime heeft een vaatbom op ons huis gegooid”, vertelt Samira Mahmoud al Hamid voor de ingang van een van de tenten. “Twee maanden geleden ben ik hiernaartoe gevlucht met mijn acht kinderen, maar we zijn alles kwijt. Nu zitten we met vijftien mensen in één tent. De kinderen worden voortdurend ziek van het vieze water en hebben nauwelijks te eten, maar hulp is er niet.”

Een miljoen mensen vluchten richting Turkije door een offensief van Assad

In Idlib dreigt de grootste humanitaire ramp van de 21ste eeuw, waarschuwen de VN. Ruim een miljoen mensen vluchten richting de grens met Turkije vanwege een meedogenloos offensief door het Assad-regime. Meer dan tachtig procent van deze mensen zijn vrouwen en kinderen. Burgers worden massaal opgejaagd door de bommen van ­Assad en zijn Russische en Iraanse bondgenoten.

“Dat is een bewuste oorlogstactiek”, zegt dokter Mohammed Abrash. “Assad bombardeert markten, scholen en ziekenhuizen om ons angst aan te jagen. Daardoor slaan mensen op de vlucht en dan kan hij nieuw grondgebied innemen.”

De arts geeft een rondleiding in zijn ziekenhuis in Bab al Hawa, op nog geen tien kilometer van het kamp in Sarmada. Een verminkt jongetje komt net van de intensive care gelopen. Op de ziekenboeg liggen behalve zwaargewonde rebellen ook uitgehongerde kinderen. “Ze worden ziek van de omstandigheden in de kampen”, aldus Abash. “Vooral de winter was verschrikkelijk. Drie weken geleden is hier een kindje doodgevroren.”

Beeld Louman & Friso

Ook artsen lopen hier gevaar. “In het afgelopen jaar heeft het regime 67 ziekenhuizen verwoest”, weet Abrash. Een collega die een bombardement overleefde, kwam later alsnog om het leven door de stress. “Hij en een andere arts zijn overleden aan een plotseling hartfalen. Maar we moeten door, we moeten ons volk redden.”

Dat doet Abrash al zes maanden zonder salaris. Het wordt moeilijker om donoren te vinden, legt hij uit. Westerse geldschieters trokken zich afgelopen jaren terug uit Idlib, omdat het gebied onder controle zou staan van de jihadistische strijdgroep Hayat Tahrir al-Sham.

Maar dichtbij de Turkse grens is van die controle nauwelijks iets te merken. Op straat loopt hier en daar een bebaarde rebel rond, maar er zijn weinig checkpoints en centraal gezag lijkt te ontbreken. Het dagelijkse bestaan wordt hier niet bepaald door de ideologie van een paar duizend ­jihadisten, maar door de overlevingsdrang van miljoenen burgers.

Bab al Hawa hospital (vlak tegen turkse grens, noord-idlib), maart 2020Beeld Melvyn Ingleby

‘Iedereen hier staat aan de kant van Erdogan’

Veel van die burgers zeggen zich veiliger te voelen nu Turkije een grootschalig offensief is begonnen tegen het Assad-regime. Nadat vorige week 36 Turkse soldaten werden gedood bij een luchtaanval van Assad en zijn Russische bondgenoten, sloeg Ankara hard terug door talloze doelwitten van het regime te bombarderen. Sindsdien is het aantal luchtaanvallen op burgerdoelwitten afgenomen.

“Voor het eerst in negen jaar voelen we dat een buitenlandse macht echt aan onze kant staat”, vertelt Mohamed Kamel van de in Idlib opererende Syrische hulporganisatie ­Violet. “Eindelijk zien we filmpjes van Turkse F-16’s die gevechtsvliegtuigen van Assad neerhalen. Dat betekent heel veel voor ons, want we weten dat die vliegtuigen ons hadden kunnen doden.”

In een vluchtelingenkamp in Atme, even ten noorden van Sarmada, heeft iedereen het dan ook over het Turkse offensief. “Het was hier feest toen we hoorden dat de Turken zouden ingrijpen”, vertelt Abdulkarim al Fayham. “Geloof me, als je hier een referendum zou houden, staat iedereen aan de kant van Erdogan.”

Een stokoude man naast hem knikt instemmend. “Niet wij zijn de terroristen, maar Poetin en Assad. Wij willen dat Turkije ons tegen hen beschermt. Als Erdogan het niet doet, doet niemand het.”

Lees ook:

‘Ongekende humanitaire catastrofe’ in het Syrische Idlib

In de Syrische provincie Idlib ontvouwt zich een humanitaire catastrofe, zeggen hulporganisaties. Het regeringsoffensief nadert zijn climax, bijna een miljoen mensen is op drift. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden