Zieke banaan maakt opmars

De Panamaziekte verspreidt zich vanuit Azië en Australië over de wereld. De agressieve schimmelziekte dreigt miljoenen mensen hun basisvoedsel te ontroven: de banaan.

Het is nog geen Ierse aardappelramp, die tussen 1845 en 1850 miljoenen het leven kostte, maar de agressieve Panamaziekte bedreigt wel wereldwijd de bananenoogst waarvan 400 miljoen mensen voor hun voeding afhankelijk zijn.

De Wageningse onderzoeker Gert Kema publiceerde deze maand een brief in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Daarin waarschuwt hij ervoor dat de Panamaziekte, veroorzaakt door de Fusarium-schimmel, zich vanuit Zuid-Oost-Azië en Australië over de wereld verspreidt. Recent zijn er uitbraken gemeld in Jordanië en Mozambique. Kema vindt dat alarmerend. Bananen vormen namelijk een enorme monocultuur. De gehele commerciële bananenteelt bestaat uit slechts één soort, de Cavendish. Alle bananen die worden gegeten zijn in feite klonen van één moederplant. Dat geeft de schimmel vrij spel, ook al omdat er geen bestrijdingsmiddel bekend is tegen de schimmel.

Het is een oude ziekte die in een nieuwe gedaante - type tropical race 4 - in 1992 weer in Taiwan opdook, zegt Kema. "Daarna verspreidde de schimmel zich in de afgelopen 20 jaar door China en Zuid-Oost-Azië. En nu heeft hij ook Afrika bereikt, waar hij niet alleen de Cavendish, maar ook lokale bananensoorten bedreigt. De schimmel kan zich verspreiden via verontreinigd plantmateriaal of via water. Maar ook, en dat is waarschijnlijker, doordat mensen met besmet schoeisel de plantages oplopen."

Tegen Fusarium bestaat nog geen bestrijdingsmiddel. Kema werkt aan een betere diagnostiek. "Volgens de klassieke methode duurt het maanden om Fusarium vast te stellen. Dat moet sneller. Op het veld moet in een dag kunnen worden vastgesteld of het Fusarium is en waar die zit." Voorts is Kema doende met een biologisch bestrijdingsmiddel en zoekt hij in andere bananensoorten naar een gen dat de Cavendish resistent moet maken.

Probleem is dat de banaan die wij eten steriel is en dus lastig te veredelen. De wilde soort zit vol zaden en is daarom oneetbaar. De gekweekte banaan is wel te eten, want heeft geen zaden, maar is daarom wel moeilijk genetisch aan te passen.

De banaan kent twee grote vijanden. De Panamaziekte en Black Sigatoka, allebei schimmels. De eerste komt de plant binnen via de wortels, de laatste via de bladeren. Voor de bestrijding van Black Sigatoka, zo genoemd naar de Sigatoka-vallei op de Fiji-eilanden, worden grote hoeveelheden chemicaliën gespoten. Tussen de vijftig en zeventig keer per jaar gaat de spuit rond op een plantage, niet zelden met behulp van vliegtuigjes. Dat heeft grote gevolgen voor de omgeving, die lijdt onder vervuiling van water en bodem. Ook raakt de schimmel steeds beter bestand tegen de chemicaliën, hetgeen de planter aanzet om nog meer te spuiten. Het gevolg is dat na verloop van tijd een plantage wordt verlaten. Er kan niets meer groeien. De naweeën van de vervuiling op de plantage zijn nog dertig jaar merkbaar.

Voor 400 miljoen mensen in de tropen is de banaan een basisvoedingsmiddel. Na tarwe, rijst, maïs en de aardappel is de banaan het belangrijkste voedingsgewas ter wereld; tevens is het de populairste fruitsoort. Ook in het rijke Westen is de banaan erg gewild. Het is een van de voornaamste supermarktproducten. Enkele grote multinationale ondernemingen als Dole en Chiquita zorgen voor verscheping van de vrucht naar westerse consumenten. Maar niet meer dan 15 procent van de wereldwijde oogst van 100 miljoen ton bananen per jaar wordt geëxporteerd, vooral naar de VS en Europa.

Het grootste deel van de oogst blijft in de oorsprongslanden als Ecuador, Colombia en de Filippijnen, waar vele miljoenen kleine boeren betrokken zijn bij de bananenteelt. Zij werken voor zichzelf en de lokale markt.

Eén keer eerder heeft de Panamaziekte fors toegeslagen. Dat was halverwege de vorige eeuw. De soort die toen werd gegeten, was de Gros Michel, een romig zoete banaan. De problemen begonnen in Midden-Amerika en tastten uiteindelijk de plantages op het hele continent aan, met alle grote sociale en ecologische ellende van dien.

Nadat de teelt van de Gros Michel in geheel Latijns-Amerika op zijn gat lag, werd de Cavendish wereldwijd aangeplant. Aanvankelijk was die soort resistent tegen de toen heersende Panamaziekte. In de jaren negentig echter ging ook de Cavendish voor de bijl. Nu voor een nieuwe variant van deze plaag. "Afrika is inmiddels al bereikt. Dat is bedreigend. Het gaat om een zeer agressieve schimmel waarmee men in Afrika geen ervaring heeft. Het zou me niets verbazen als binnenkort Zuid-Amerika wordt bereikt en dan gaan alle alarmbellen rinkelen. Wellicht wordt er dan eindelijk eens geld en aandacht gestopt in onderzoek."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden