Ziehier: de patrones tegen muizenplagen

DEN HAAG - Heiligenlegenden vormden in de late Middeleeuwen zowel aantrekkelijke als spannende preekstof. In de 13de eeuw schreef de dominicaan Jacobus de Voragine zo'n 160 legenden op. Zijn boekwerk werd bekend als de Legenda aurea ofwel de Gulden legenden. Binnen de kortste keren volgden vertalingen in het Frans, Engels, Duits en Nederlands. Een kleine tentoonstelling in Den Haag besteedt aandacht aan deze middeleeuwse 'bestseller'.

In een grote hoofdletter zie je hem zitten, Jacobus de Voragine, geboren rond 1225 in het kustplaatsje Varazze, ten westen van Genua. Het is het enige portretje dat van hem op de tentoonstelling te zien is en het siert de openingsbladzijde van een vroege druk uit 1478 van de Legenda aurea. Zijn enigszins vertrokken gelaat weerspiegelt meer de onbeholpenheid van de miniaturist dan de zwaarte van de klus waarmee hij bezig is. Gehuld in monnikspij werkt hij ijverig aan een groot boek waarvan de bladen grotendeels al volgeschreven zijn. Ongetwijfeld stelt dat boek de Legenda Aurea voor ofwel de Gulden Legenden.

Met zijn boek, waarin ook nog eens 20 hoofdstukken over de kerkelijke feestdagen staan, kwam Jacobus tegemoet aan een belangrijke behoefte. Niet alleen verschafte hij zijn medebroeders zo concrete preekstof, ook kon de officiële leer van de kerk nu eenduidig aan de gelovigen worden aangeboden.

Jacobus' ordebroeders, de dominicanen, behoorden net als de franciscanen tot de zogenaamde bedelorden. In de 13de eeuw waren zij in Italië flink actief. Preken en onderwijzen waren de voornaamste bezigheden en de Legenda aurea diende daarbij als belangrijk hulpmiddel. Ook voor de beeldende kunst in de kerken zou de Legenda een grote inspiratiebron worden. Zo dankt de figuur van Sint-Christoffel zijn roem vooral aan dit boekwerk.

Zodra de Legenda aurea verscheen, werd het een 'bestseller'. Hoe populair het werk was, blijkt wel uit de grote aantallen middeleeuwse exemplaren die ervan bewaard bleven: ruim 900 handschriften en zo'n negentig drukken van voor 1500. Binnen de kortste keren werd de Latijnse versie in andere landen vertaald.

De oudst bekende Middelnederlandse vertaling van de Legenda aurea dateert van 1358. Dat was in de Zuidelijke Nederlanden; later verscheen er ook een Noord-Nederlandse versie. De vertaling kreeg de titel 'Passionael', daarmee verwijzend naar de passio ofwel het martelaarschap van de heiligen. Maar de vertalers gingen met de oorspronkelijke tekst nogal vrij om: bepaalde heiligenlegenden werden door andere vervangen. Het ging dan om heiligen die in het eigen taalgebied een belangrijke rol speelden. Zo kom je hier de verhalen tegen van Sinte Gertrudis van Nijvel, Sint Servaas van Maastricht of Karel de Grote die in de 12de eeuw door een tegenpaus werd heilig verklaard.

Enkelen van deze regionale heiligen krijgen op de tentoonstelling wat meer aandacht. Een fraaie miniatuur toont bijvoorbeeld Gertrudis, patrones tegen ratten- en muizenplagen. Op een donkerrode tegelvloer dartelen drie zwarte muizen vrolijk rond de heilige abdis, die onverstoorbaar blijft kijken. De miniatuur staat echter niet in een uitgave van de Legenda aurea, maar in een 15de-eeuws getijdenboek, dus een gebedenboek.

Dat is dan ook het opvallende: de meeste Middelnederlandse handschriften van de Legenda aurea bevatten geen of weinig illustraties. Ze zijn echt als leesboeken geschreven, zoals de 1400 bladzijden van de nijvere monnik Zweder van Boecholt uit het kartuizer klooster Nieuwlicht in Utrecht. Hij schreef het Passionael voor zijn medebroeders en de verhalen werden tijdens de maaltijden voorgelezen.

In een aantal gevallen werden de handschriften van rijke randversieringen voorzien, door deskundigen fraai omschreven als 'kriezels', 'takkenbossen' of 'blad-wimpers'. In een handschrift uit ongeveer 1450 is het levensverhaal van Sint-Franciscus bijvoorbeeld rijk versierd met maskerkoppen en gestileerde bladeren.

Met de opkomst van de drukpers, zo rond 1470, verschijnen er meer illustraties in de vorm van houtsneden. In het begin is de uitvoering nog sobertjes, maar in 1487 verschijnt de eerste volledig geïllustreerde Legenda aurea. Grappig is dat een en dezelfde houtsnede vaker gebruikt werd: heiligen blijken uitwisselbaar. De ene keer stelt het plaatje van een starre bisschop Vedastus voor, de andere keer verbeeldt diezelfde bisschop Augustinus. Ook voor de figuren van Cunera, Brigida en Sint-Scholastica, allemaal in de rol van weldoenster, werden dezelfde plaatjes gebruikt.

Een van de leukste voorwerpen op de tentoonstelling is een Noord-Nederlandse boerenkalender uit het einde van de 15de eeuw. Jammer genoeg is de toelichting bij deze uitgevouwen lange, maar smalle strook uiterst summier. En dat terwijl het zo'n intrigerend documentje is. In donkere inkt zijn achter elkaar de 12 maanden van het jaar aangegeven in letters met daaronder streepjes. Boven de letters zijn - ingekleurde - kopjes van heiligen getekend dan wel hun attributen zoals een voet, een scheepje, een potje of een sleutel. Daarboven staan de heiligennamen of de namen van de feesten, zoals Mariaboodschap, vermeld. Soms zijn er dikke rode stippen tussen de plaatjes en de letters zichtbaar. Zij waarschuwen de gebruiker van de kalender voor gevaarlijke dagen, dagen waarop je beter geen risico kunt nemen. Een schitterende combinatie van het oude heidense bijgeloof, geplaatst binnen een christelijke traditie.

De kalender siert zowel de buitenkant als de binnenkant van een artikelenbundel die bij de tentoonstelling verschenen is. Daarin wordt uitgebreid aandacht besteed aan allerlei aspecten van de Gouden Legenden van Jacobus de Voragine. De helder geschreven bijdragen belichten niet alleen de ontstaansgeschiedenis van het werk van De Voragine, maar ook de geschiedenis van de heiligenverering in Nederland vanaf de Middeleeuwen tot in onze eeuw. Ook worden bepaalde heiligen als Karel de Grote, Cunera en Lidwina van Schiedam voor het voetlicht gehaald. Op de tentoonstelling krijgen zij eveneens aparte aandacht. Helaas blijft een aantal tentoongestelde voorwerpen onbesproken in de bundel. De samenstellers zijn er te vaak van uitgegaan dat de bezoeker wel weet wat hij ziet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden