Zie jou en alles langzaam van me weggaan

Mark Boog schrijft zo helder ’dat je er kierewiet van wordt’. Maar onder die schijnbaar zo klare taal gaat slinkse subtiliteit verborgen.

Mark Boog: Het eigen oor. Cossee, Amsterdam. ISBN 9789059361713; 160 blz. euro 24,90

Mark Boog (1970) kan zich in een gedicht tot een geliefde wenden en zeggen: ’Vraag me dagelijks wat ik wil/Sta schaars belicht in de deuropening’. Waarop je als lezer denkt: sta schaars gekleed in de deuropening. Maar dat staat er niet en je weet dat je je hebt laten beetnemen door de dichter die zo helder schrijft dat je er kierewiet van wordt.

Onlangs verscheen, nog voor de door Boog geschreven Gedichtendagbundel ’Alle dagen zijn van liefde’, een door de dichter zelf gemaakte keuze uit zijn vier tot nog toe verschenen dichtbundels, onder de titel ’Het eigen oor’. Met zijn laatste won hij de VSB Poëzieprijs. In deze omnibus staan ook nog gedichten uit bibliofiele uitgaven en een aantal ’toekomstige gedichten’ en er zit een cd bij waarop de dichter voorleest op muziek. Wilt u van dat multimediageweld een indruk krijgen, surf dan naar www.markboog.nl, daar staat allerlei downloadbaar materiaal.

Een cyclus gedichten getiteld ’Zeven metamorfosen’ werd nog niet eerder gebundeld, maar verscheen al wel in een literair tijdschrift. In de zesde metamorfose uit die reeks, hieronder afgedrukt, wordt een hoogmoedige naïeveling geïntroduceerd die iets verkeerd heeft gedaan, al lijkt hij niet te willen weten wat. „Ik herinner me niet wanneer het begon”, zucht hij, alsof hij geen rol heeft gehad in dit echec.

De man duidt de situatie als een vermoeidheid ’die anders was, intenser’. Wat is intense vermoeidheid? Dat is iets anders dan intens geluk, want dat zindert, of intens verdriet, want dat verscheurt. Intens moe betekent gewoon: heel erg moe, maar wordt hier opgevoerd alsof er diepgang zit in gapen.

Het is taal die de stilte moet vullen, het ’net wat stroever’ en het ’alles trager’. Er wordt in het heetst van deze ijskoude strijd ook niet écht een tekening gemaakt met een potlood, maar de ik-figuur krabbelt wezenloos op een papiertje om de ander niet aan te hoeven kijken. Iedereen die wel eens een vergadering bijwoont kent ze: de niet-sprekers die gebiologeerd naar hun papier staren, waar ze hoofdletters op tekenen in 3D. Ze worden in de notulen als ’aanwezig’ geregistreerd, maar zijn eigenlijk ergens anders, zoals de ik-figuur hier de klap die hij kreeg apathisch ondergaat in plaats van de agressor een lel terug te verkopen.

Het ’je bleef nieuw’ is een onduidelijk compliment dat schielijk wordt teruggenomen (‘of nee: ook jij’). Misschien is ’nieuw’ hier een synoniem voor volwassenheid, en resulteert het vertrek van de ander in een variant op ook gij, Brutus. Maar echt duidelijk wordt dat niet. Wat wel opvalt is dat het vertrek de man doet ’trillen van verbazing’. Had hij getrild van woede, dan had dat ’m voor ons ingenomen. Maar verbazing is een hoogmoedig optrekken van de wenkbrauwen dat niet past bij een smartelijk vertrek.

In de slotregel ’zie jou en alles langzaam van me weggaan’ zit een slinkse subtiliteit die vaak als een addertje onder de ogenschijnlijk heldere woorden van Mark Boog ligt te kronkelen. Zo laat hij in een ander gedicht in deze bundel een schaap niet alleen zijn wol meetorsen maar ook ’het verlies van wol’, waardoor de zalvende beginregel van dat gedicht (‘Mij, schaap, overkomt niets dan wat de herder wil’) op losse schroeven wordt gezet. Je kunt verloren wol niet met je meedragen en toch is het aannemelijk, omdat je de herinnering aan je schapenvacht natuurlijk niet kwijtraakt.

Stond in het hier afgedrukte gedicht de toevoeging ’en alles’ er niet, dan lazen we het relaas van een man in tranen. Maar het staat er wel, en dan zien we iemand die niet vermoeid is maar verveeld en iets als ’de hele shit en alles’ lijkt te mauwen.

Zijn inactiviteit leidt uiteindelijk wel tot actie, tot een metamorfose, alleen niet van hemzelf maar van de ander. Hij ziet haar ’langzaam’ weggaan, maar niet uit te sluiten valt dat ze in werkelijkheid op een huppeldraf het pand verliet.

’Jou en alles’ zijn drie terloops geplaatste woorden die de beperkte houdbaarheid van liefde in de kiem vatten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden