Zicht wordt minder, reactievermogen gaat achteruit

Oudere automobilisten lopen een flink verhoogde kans om op de weg te overlijden. Hun lichamelijke conditie speelt daarbij een grote rol, maar veroudering op zich hoeft niet per se een probleem te zijn.

De cijfers van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) en het Centraal Bureau voor de Statistiek spreken boekdelen. Automobilisten boven de 75 jaar hebben per gereden kilometer zes keer zoveel kans om in het verkeer te sterven als jongere bestuurders. Ook voor oudere voetgangers ligt het overlijdensrisico een factor zes hoger – voor oudere fietsers zelfs een factor twaalf.

In de praktijk wordt de schade enigszins beperkt doordat ouderen minder kilometers maken dan jongeren. Desondanks vallen relatief de meeste verkeersdoden onder ouderen: in 2007 zijn 15 op de 100.000 80-plussers dodelijk verongelukt, tegen 5 op de 100.000 voor de rest van de Nederlandse bevolking.

Waar ligt dat aan? Allereerst wordt met het klimmen der jaren het zicht minder; de scherpte en het gezichtsveld nemen af. Ook het reactievermogen en andere cognitieve vaardigheden gaan achteruit. Daarnaast speelt een verminderde motoriek veel ouderen parten. Hun bewegingen worden trager en hun spiersterkte neemt af. De fijne coördinatie wordt minder. Daar komt bij dat ouderen meer moeite krijgen met plotselinge aanpassingen van hun houding. Dat laatste wreekt zich vooral op de fiets en in het openbaar vervoer.

Op zich vormen ouderen niet per se een gevaar op de weg, relativeerde SWOV-onderzoekster Ragnhild Davidse vorig jaar in haar proefschrift. Maar bij complexe taken gaat het toch vrij snel mis. Zo hebben veel oudere automobilisten al moeite met linksaf slaan, een handeling waarbij alertheid en stuurvermogen onder tijdsdruk vereist zijn.

Naast de algemene veroudering spelen bij 65-plussers allerlei ziektes een rol. Zo kan het zicht als gevolg van een oogaandoening tot gevaarlijke proporties zijn teruggebracht. Automobilisten met dementie hebben 45 procent extra kans op een botsing; mensen met hartritmestoornissen 27 procent; en patiënten met pijn op de borst – een voorbode van een hartinfarct – zelfs 52 procent.

Als het tot een botsing komt, zijn ouderen bovendien extra kwetsbaar; hun botten zijn brozer en hun weefsels minder elastisch. Daardoor lopen ze sneller ernstig letsel op, in elk geval vaker dan degenen met wie ze botsen. Bij jongeren is het precies andersom: die veroorzaken vaker ernstig letsel dan dat ze het oplopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden