Zicht op wat groot is en waar

Verhelsts taal barst van de verleidelijke lichamelijke beelden

Poëzie lezen is soms meer dan gewoon met een boek op schoot zitten, woorden en zinnen tot je nemen, en nu en dan een pagina omslaan naar een volgend, of nog eens terugbladeren naar een eerder gedicht.

Het kan gebeuren dat een gedicht, of een reeks van gedichten, verschillende delen van je lichaam beroert; als snaren in een piano. Dat een regel ergens in je achterhoofd een hoog, kort aangehouden 'ting' veroorzaakt, als een soort licht geluksgevoel ; of dat je na woorden ineens een lage, zware toon van melancholie in je onderbuik voelt.

Zo'n klank kan meteen na de aanslag weer snel oplossen in het niets, maar evengoed nog lang resoneren, vermengd raken met andere klanken, en andere gevoelens, andere vormen van begrip.

Dat ongeveer gebeurt tijdens het lezen van 'Zing zing', de nieuwe bundel van de Vlaamse dichter Peter Verhelst, waar meteen al in het openingsgedicht verschillende registers bespeeld worden. Van lyrische gelukzaligheid - 'Wat een prachtige, stille plek.' - tot een teder soort droefheid, over de tijdelijkheid van alles: "Hoe zou jij dat noemen, verlangen naar iets moois? / Je schudt je hoofd. Naar iets wat er altijd zal zijn, fluister je,"

Met die 'plek' begint de nieuwste Verhelst als het ware waar zijn vorige bundel, het lovend onthaalde 'Wij totale vlam' (nominatie VSB Poëzieprijs 2015, Herman de Coninckprijs) eindigde.

Maar in weerwil van de titel maken de reeksen gezangen in 'Zing zing' nauwelijks geluid. Vooral klinkt het zachte ruisen van adem, dat aan alle zingen voorafgaat. Adem van twee figuren, een man, een vrouw, zonder scherpe contouren, die spreken door te zwijgen.

Verhelst toont vooral hun bewegingen, staand aan de rand, op daken, als kraanvogels in een balts om elkaar heen dansend, wat maakt dat zijn uit onaffe impressies en stokkende sensaties opgetrokken gedichten lezen als een choreografie: 'zo diep boog je achterover / dat ik zo diep vooroverboog/ dat een borst uit mijn zwarte jurk kwam.'

Verhelsts vloeibare taal barst van lichamelijke en verleidelijke beelden, waarin erotiek en eindigheid in samenzang zijn: "Je jurk / is een kom room, de ademloze seconde / nadat je die op de grond hebt laten vallen."

Het zijn gezangen van toenadering, verlangen en eenzaamheid. Steeds cirkelend rond die ene seconde waarin alles samenkomt, om die te laten duren tot iets wat was en altijd zal zijn. 'Wie niet in beweging blijft versteent'.

De onvoltooide gezangen zijn te lezen als zoektochten naar nieuwe manieren van leven. Glimpen daarvan flakkeren steeds even op, alsof een gordijn wordt weggetrokken en er even een duizelingwekkend zicht geboden wordt op wat groot is en waar. Ongrijpbaar, vitaal, ademend.

Peter Verhelst: Zing Zing Prometheus; 72 blz. euro 15

Tekst: Janita Monna

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden