Zich verkneukelende Belgen klappen de ellende van zich af met 'galop infernal'

Herhalingen in maart (18, 20, 21, 23, 25, 26, 27, 30) en april (1, 2, 4 en 5).

Dat vermoeden werd versterkt, doordat het officiële affiche voor deze productie een foto van een in elkaar gestort huis laat zien. Dat huis ligt al jaren in puin, pal achter de Muntschouwburg in de Leopoldstraat. Een tekenend beeld voor de huidige staat van België, waar op dit moment veel in puin ligt en weinig lijkt te worden opgebouwd. Een wandeling buiten het historische centrum van Brussel levert een ontluisterend beeld op van een stad in verval.

Hoewel er in de productie van Herbert Wernicke (regie, decor, kostuums en belichting) met donderend geweld het een en ander vernield wordt, bleef maatschappijkritiek toch achterwege.

Dus geen koningen, premiers of ministers op het toneel. Geen marche in het wit, geen Italiaanse helikopters uit de Agusta-affaire. Zelfs onderzoeksrechter Connerotte en zijn vermaledijde bord spaghetti waren afwezig. Het lag allemaal voor het oprapen (Offenbach componeerde zelfs ooit een operette getiteld: 'Le Roi Carotte'), maar Wernicke zeilde er langs en bezorgde de Brusselaars een genoeglijke avond.

Te genoeglijk misschien, want de smaak in de mond bij aanschouwing van een dolenthousiaste zaal, driftig meeklappend met de aan het gebisseerde galop infernal (beter bekend als de can-can), werd toch wat zuur. Plezant vertier voor de happy few terwijl enkele uren tevoren de straten vlakbij nog verstopt zaten met tienduizenden roependen om werk.

Dat was wellicht Wernickes doel. Een zaal leutige, zich verkneukelende Belgen, die de dagelijkse ellende van zich afklappen.

Wernicke gaf de opera een vernuftige ondertitel. 'Orphée aux Enfers, ou la mort subite d'Eurydice' heet zijn versie. 'La mort subite' verwijst uiteraard naar de plotse dood van Eurydice, maar ook naar een café (één straat verder dan de Leopoldstraat) met de naam 'A la Mort Subite'. De origineel negentiende-eeuwse inrichting van dat café bouwde Wernicke precies na op het toneel van de Munt. In dat café (symbool voor de Olympus) huizen de goden onder aanvoering van Jupiter. Ze vervelen zich te pletter en doden de tijd met het drinken van mort subite (ook een biersoort).

In de gewone wereld is het echtpaar Orphée en Eurydice elkaar meer dan beu. Hij is vioolleraar, en zij gruwt van zijn spel. Bovendien heeft zij een affaire met een herder, die in werkelijkheid Pluton, de god van de onderwereld is.

Pluton neemt Eurydice mee naar de onderwereld (ze sterft heel prachtig) tot grote vreugde van Orphée. Het personage L'Opinion Publique (bij Wernicke een typisch Belgische toiletjuffrouw, met humor gespeeld door Désirée Meiser) pikt deze draai aan de geschiedenis niet en dringt er bij Orphée op aan dat hij zich gaat beklagen bij Jupiter. Deze vrouwenversierder eerste klas hoort Orphée aan en besluit met de hele godenfamilie af te reizen naar de onderwereld.

Jupiter verleidt uiteraard Eurydice en legt Orphée de welbekende voorwaarde uit: niet omkijken! Jupiter zelf bewerkstelligt met bliksem (in dit geval een champagnekurk) dat Orphée zich toch omdraait, waarna Eurydice tot ieders genoegen in de onderwereld moet achterblijven.

De productie van Wernicke zit berstensvol geweldige grappen en grollen. De vaart in de pauzeloze voorstelling gaat maar een enkele keer verloren. De scènische effecten zijn wonderbaarlijk spectaculair met als hoogtepunt de aankomst in de onderwereld. Het effect verklappen is het plezier voor toekomstige bezoekers wegnemen, maar ik heb zelden een trein met zoveel spektakel zien ontsporen. De uitroep 'ik heb de trein gemist' krijgt in deze voorstelling een bijzonder positieve lading.

Pep en pit

Op Wernickes kermis speelt en zingt een fantastische troupe zangers. Het orkest onder leiding van Patrick Davin had wel iets meer pep en pit kunnen hebben, maar over het algemeen zijn de begeleidingen effectief.

Alexandru Badea (Orphée) is naast een begenadigd tenor ook violist en hij speelt zijn nieuwste concerto zelf (en hoe!). Elizabeth Vidal (Eurydice) dartelt en kukelt zich speels door de opera heen, Franck Cassard vliegt als Mercure met glasgerinkel door het plafond, edities van De Standaard en Le Soir rondstrooiend.

Dale Duesing is met zijn speel-bariton weer optimaal op zijn plek als Jupiter. Eigenlijk is er geen enkele zwakke link in de vocale bezetting. Zelfs de om de haverklap blaffende Cerberus is fantastisch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden