Zeventien kranten in een klein landje

Een oude schrijfmachine en drie wrakke stoelen in een kamertje van nog geen vier vierkante meter: de pers in Albanië werkt onder moeilijke omstandigheden. Behalve chronisch geldgebrek heerst er ook een tekort aan vakkennis. West-Europese organisaties trekken zich dat aan en geven cursussen.

Iedere week nemen onderwijzers een bundeltje kranten mee naar de afgelegen dorpen rond Pogradec, in het oosten van Albanië. Nositi, het lokale weekblad voor het vijfendertigduizend inwoners tellende stadje en omstreken, beschikt niet over een distributienetwerk, zoals het over veel niet beschikt. De journalisten verkopen ook advertenties. Het goedkope papier kan geen kleurendruk aan en op de nieuwste begroting is de bewakingsbeambte vervangen door een hond.

Naar Nederlandse maatstaven is Nositi een onbeduidend blaadje; wekelijks drieduizend exemplaren - zestien grijs gedrukte pagina's in een knullige opmaak - waarvan je nooit weet wanneer ze precies zullen verschijnen. Na een recente uitbreiding van het aantal pagina's is de prijs verdubbeld van tien tot twintig lek (15 eurocent).

Voor Afroviti Gusho en haar drie betaalde collega's is de krant echter hun lust en hun leven. Gedreven vertelt de hoofdredacteur over haar uitbreidingsplannen. Nositi moet uitgroeien tot een echte regionale krant voor het gebied van Gjirokaster in het zuiden en Elbasan in het noorden, Korce in het westen en Pogradec in het oosten. Er is alleen één probleem. De benodigde honderdduizend dollar ontbreekt en Gusho heeft nog geen internationale donors kunnen vinden die daarvoor opdraaien.

Chronisch geldgebrek drukt op alle lokale en regionale media in Albanië. En dat niet alleen. Slechts een minieme minderheid van de journalisten is opgeleid voor het vak, in de buitengewesten is er vaker geen stroom dan wel, telefoneren is een crime en moderne communicatiemiddelen als internet ontbreken vaak helemaal.

Diverse internationale organisaties bieden hulp. Eén van de belangrijkste is het in Amsterdam gevestigde Press Now, dat al een decennium steun biedt aan media - kranten, radio en tv - op de Balkan. Jack Kroes, oud-directeur/hoofdredacteur van TV West, reisde onlangs het noorden van Albanië af. In opdracht van Press Now onderzocht hij er de behoefte van de lokale bevolking aan onafhankelijke informatie en de mogelijkheden van de bestaande media om die te bieden.

,,Vaak was het aandoenlijk'', vertelt hij, terug in de luxe van een hotel in de hoofdstad Tirana. ,,De redactieruimte van het radiostation in Kukes bijvoorbeeld: 2,5 bij 1,5 meter, een oude schrijfmachine en drie wrakke stoelen. Kukes heeft een internetcafé waar de journalisten op eigen kosten heen gaan om te kijken wat er aan nieuws te vergaren is. Het is bijna een radiomuseum, gemaakt met wat bij elkaar gescharrelde rotzooi, maar ze maken wel een programma.'' Kroes beschouwt het als 'een klein wonder' dat er tegen die achtergrond nog 'iets van acceptabele journalistiek' te vinden is in Noord-Albanië.

Ook Trouws artdirector Erik Terlouw was onlangs in Tirana, waar hij, eveneens op verzoek van Press Now, een cursus gaf aan vormgevers van lokale kranten. Verbaasd over het 'jatwerk' in de vormgeving - de logo's van de Amerikaanse USA Today en de Italiaanse Corriera della Sera worden schaamteloos geplagieerd - wilde hij iets nieuws proberen, iets wat de Albanese krantenmarkt nog niet te bieden heeft. Aanvankelijk ontmoette hij slechts vragende, afwachtende blikken.

,,Als mijn hoofdredacteur naar Italië gaat neemt hij wel eens een krant mee'' , vertelde Kliti Proko van de krant Dita Jug tijdens de eerste ochtend van de training. ,,Daar kijken we naar, we veranderen wat en dan drukken we het.'' ,,We zijn niet gewend over zulke dingen na te denken, daar gaan de eigenaar en de hoofdredactie over'', voegde Gani Halili van Zri uit Pristina (Kosovo) eraan toe. ,,We krijgen een hoeveelheid tekst onder ogen, wat foto's en een enkele advertentie en die moeten we in het vastgestelde aantal pagina's zien te stoppen.''

Gedurende de cursus kwamen 'leraar' en 'leerlingen' echter nader tot elkaar. Terlouw zag in dat ultramoderne ontwikkelingen in medialand voor Albanië nog lichtjaren zijn verwijderd. In een land waar de telefoon vaak alleen maar lokaal werkt en het maandelijkse doorsnee-inkomen niet veel hoger is dan honderd euro, moet je niet aankomen met een verhaal over internetkranten en laptops voor iedereen, realiseerde hij zich.

Maar Terlouw zag ook de houding van zijn leerlingen bijdraaien. Steeds enthousiaster werkten zij aan een ontwerp voor een nog niet bestaand dagblad; Syri (Oog), erg on-Albanees door het heldere gebruik van kleur, fotografie en ruimte. Albanese kranten worden vaak zoveel mogelijk volgepropt met tekst en vage foto's.

Zelfs de in het Westen gangbare opvatting dat het uiterlijk van een krant bijdraagt aan de verkoop ervan, had terrein gewonnen. ,,Laat dat je hoofdredacteur keer op keer weten, misschien laat hij zich ooit overtuigen'', gaf Terlouw zijn gehoor aan het eind van de cursus mee. Gani Halili vertrok terug naar Pristina, met lood in zijn schoenen. ,,Erik heeft gelijk,'' zei hij, ,,maar hij weet niet hoe moeilijk het hier is je superieuren te overtuigen''.

De cursisten beseften dat kranten zich op een overvolle markt moeten onderscheiden, willen ze enige kans hebben te overleven. De inwoners van Albanië kunnen kiezen uit maar liefst zeventien landelijke titels, als die tenminste arriveren. De gezamenlijke oplage bedraagt nog geen honderdduizend.

,,Dat slaat inderdaad nergens op'', zegt de directeur van het onafhankelijke Albanese Media Instituut, Remzi Lani. ,,Het is normaal dat kranten na een lange periode van isolatie als paddestoelen uit de grond schieten'', vindt hij. ,,Maar zeventien stuks voor zo'n klein land is meer dan vrijheid. Dat is anarchie. Het reflecteert de fragmentatie van de politiek en de maatschappij.''

Vrijwel iedereen die iets met de media in Albanië te maken heeft, is het met Lani eens; de markt is veel te versnipperd. Een stuk of vijf, zes kranten zou meer dan genoeg zijn, is de algemene gedachte.

En toch verschijnen er met de regelmaat van de klok nieuwe, soms uitgegeven uit serieuze journalistieke motieven, maar veel vaker uit de behoefte van rijke zakenlieden om hun weelde tentoon te spreiden, hun zakelijke belangen in druk te beschermen of een combinatie van beide. De grootste bierbrouwer heeft zo'n speeltje, de grootste koffie-importeur en de grootste bouwer.

Zulke eigenaren trekken zich gewoonlijk niet veel aan van redactionele vrijheid. Als hun iets niet zint, grijpen ze direct in, vertellen ze hun werknemers woord voor woord wat ze moeten schrijven. En hoewel censuur officieel tot het verleden behoort, leggen journalisten zichzelf geregeld beperkingen op. ,,Dit is geen rechtsstaat, Albanië is een land van wapens en maffia'', aldus Remzi Lani. ,,Journalisten weten heel goed waar ze wonen.''

Het is Lani een doorn in het oog, maar toch heeft hij het liever zo dan dat het verleden terugkeert. ,,Als je kunt kiezen tussen gebrek aan vrijheid en misbruik van vrijheid, moet je voor het laatste kiezen'', zegt hij. Want hoe beroerd het vaak ook is gesteld met de kwaliteit, hoe weinig mensen ook het geld hebben dagelijks een krant te kopen, de pers in Albanië is relatief vrij. Lani noemt dat zelfs 'de grootste prestatie van de Albanese democratie'. ,,Ministers kunnen hier niet gerust gaan slapen,'' zegt hij. ,,En dat is goed.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden