Zeven vragen over de omstreden ruling met de fiscus

Voor het eerst is een geheime afspraak tussen de Nederlandse Belastingdienst en een multinational openbaar gemaakt. Beeld Brechtje Rood

De eerste Nederlandse afspraak met een multinational die naar buiten komt, schendt vrijwel alle voorwaarden die de fiscus daar zelf aan stelt. Koren op de molen van critici van de geheime afspraken tussen bedrijven en de fiscus. Hoe zit het precies?

Wat is er precies naar buiten gekomen?

Het gaat om een door de Belastingdienst ondertekende brief, opgesteld door belastingadviseurs van PricewaterhouseCoopers namens de Amerikaanse multinational Procter & Gamble. Zonder verdere voorwaarden, en zonder een vereiste tweede handtekening, stemt de Belastingdienst ermee in om af te zien van belastingheffing op een bedrag van 676 miljoen dollar dat wordt ondergebracht in een brievenbusfirma op de Kaaimaneilanden.

Waarom is het van belang dat dit naar buiten komt?

De afgelopen jaren is er in toenemende mate kritiek op de afspraken (zogeheten rulings) tussen bedrijven en de Belastingdienst. De Tweede Kamer wil meer inzicht in hoe die afspraken tot stand komen, maar opeenvolgende staatssecretarissen houden dat af. Dat zou de privacy van bedrijven schenden, en de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland voor multinationals schaden.

Doordat niemand wist hoe de afspraken er daadwerkelijk uitzagen, was dat feitelijk een blind debat: de Belastingdienst kon altijd claimen dat de regels keurig werden nageleefd. In september antwoordde toenmalig staatssecretaris Wiebes nog op Kamervragen: “Alle (rulings) kennen dezelfde opbouw en bevatten vergelijkbare kritische veronderstellingen.”

Met dat laatste wordt gedoeld op een reeks ontbindende voorwaarden, waardoor de ruling ongeldig wordt als het bedrijf daar niet aan voldoet. De eerste afspraak die naar buiten komt, toont aan dat dus niet alle rulings er hetzelfde uitzien.

Wat zegt dat over al die andere rulings voor bedrijven?

Die vraag heeft Trouw gesteld aan de Belastingdienst zelf, maar die heeft er geen antwoord op. Volgens de fiscus heeft een lokale inspecteur verzuimd om de afspraak voor te leggen aan een apart team van rulingspecialisten. Dat team van rulingspecialisten moet zich aan strikte regels houden. Nu blijkt dat lokale inspecteurs ook op eigen houtje afspraken maken met multinationals. Of dat vaker gebeurt, weet de Belastingdienst niet.

In het verleden heeft Financiën altijd gezegd dat alle rulings keurig aan de regels voldoen. Onder druk van de Tweede Kamer heeft toenmalig staatssecretaris Wiebes eind 2016 de rulingpraktijk laten onderzoeken, en geconcludeerd dat ‘de procedures (…) strikt worden gevolgd’. Dat onderzoek is echter uitgevoerd door vier ambtenaren die werken bij Financiën en de Belastingdienst zelf.

Er is nu slechts één ruling naar buiten gekomen, terwijl er in voorgaande jaren duizenden zijn afgegeven. En juist die ene die openbaar is voldoet niet aan de eisen die aan de afspraken worden gesteld.

Wat spreekt de Belastingdienst precies af met Procter & Gamble?

P&G wil dat de fiscus verklaart dat een brievenbusmaatschappij op de Kaaimaneilanden geen belasting hoeft te betalen over de winst die met de verkoop van een Nederlands bedrijfsonderdeel wordt behaald. Dat type afspraak is populair, blijkt uit een interne notitie van Financiën uit 2015 die dit voorjaar openbaar werd. Daarin staat dat dezelfde afspraak ‘in vrijwel alle situaties waarin een buitenlands concern in of via Nederland investeert’ wordt gemaakt.

Het wetsartikel waar de ruling van P&G over gaat, is opgesteld om belastingontwijking te voorkomen. Strikt genomen zou de vennootschap op de Kaaimaneilanden belastingplichtig zijn, omdat er geen sprake is van een echte onderneming, maar van een brievenbusmaatschappij zonder inhoud. De Nederlandse Belastingdienst kijkt echter ‘door de firma op de Kaaimaneilanden heen’: omdat die uiteindelijk in handen is van P&G in de VS, ziet de fiscus alsnog af van belastingheffing. Dat wegdenken van tussengeschakelde vennootschappen wordt de ‘schakeldoctrine’ genoemd.

Mag de Belastingdienst dat zomaar doen?

Ja, zegt hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek van de Universiteit van Amsterdam. “De Belastingdienst geeft uitleg aan de wet. Als de fiscus instemt met een voorstel van een bedrijf, kan het bedrijf zich daarop beroepen tenzij de wet wijzigt of niet aan de voorwaarden wordt voldaan.” De fiscus beaamt dat: ook al is in dit geval niet aan de regels voldaan, de ruling blijft geldig.

De Belastingdienst mag de wet dus op zijn manier uitleggen, maar daar is wel een voorwaarde aan gesteld. Alle relevante beslissingen en interpretaties van de wet moeten gepubliceerd worden. “Aan nut en noodzaak van publicatie twijfelt niemand als het gaat om een beleidslijn van de fiscus”, zegt Van de Streek. Sinds eind vorig jaar liggen er aanbevelingen vanuit Brussel om belastingrulings op te nemen in een openbaar nationaal register.

Volgens Van de Streek is het de vraag ‘wat het nieuwe kabinet met die aanbevelingen gaat doen’. De hoogleraar pleit zelf voor een register met daarin samenvattingen van belastingafspraken van bedrijven op anonieme basis.

Publicatie moet ervoor zorgen dat alle bedrijven van dezelfde mogelijkheden gebruik kunnen maken. Maar het is ook een slot op de deur voor de wetgever. Als de Tweede Kamer oordeelt dat een bepaalde uitleg van de wet schadelijke effecten heeft, kan zij de wet wijzigen. Als de Belastingdienst geheim houdt wat hij afspreekt, staat de wetgever buitenspel.

Wat houdt die ‘schakeldoctrine’ in?

Dat is een uitleg van de Nederlandse belastingwet waardoor brievenbusmaatschappijen, zoals de vennootschap op de Kaaimaneilanden van P&G, als echte bedrijven worden gezien, ook al zijn ze slechts juridische schakels. Die uitleg is niet onomstreden. Het is de vraag of het ‘wegdenken’ van brievenbusmaatschappijen in belastingparadijzen het voor multinationals niet veel te makkelijk maakt om door Nederland belasting te ontwijken.

Vorige maand vroeg de Tweede Kamerfractie van D66 nog aan toenmalig staatssecretaris Wiebes van financiën “of veranderende maatschappelijke opvattingen over belastingontduiking (…) volgens de regering aanleiding geven tot een andere invulling van wat onder een schakelfunctie zou moeten worden verstaan”. Met andere woorden: moet Nederland hier anno 2017 nog wel op deze manier aan meewerken?

Wat levert de afspraak Procter & Gamble eigenlijk op?

De ruling is voor P&G een eerste, belangrijke stap in een omvangrijke reorganisatie die begint en eindigt in Nederland. Doel daarvan is het terughalen van 1,3 miljard dollar naar de VS. Dat geld zit tot dat moment ‘vast’ in Nederlandse vennootschappen.

Die situatie komt voort uit de overname door P&G van Gillette in 2005. Dat bedrijf gebruikte Nederland jarenlang om lucratief leningen doorheen te sluizen. Na de overname door P&G wordt die structuur overbodig, en wil de nieuwe eigenaar de constructie opdoeken. Het liefst belastingvrij natuurlijk.

De eerste stap in die operatie is dat de vennootschap Oral-B Labs Island Ltd, gevestigd op de Kaaimaneilanden, zijn meerderheidsbelang in de Nederlandse Gillette Financial Holding B.V. verkoopt aan het moederbedrijf: P&G Inc in de Verenigde Staten. Omdat er zoveel geld vastzit in de Nederlandse vennootschappen, levert dat een opbrengst van 676 miljoen dollar op in de Kaaimaneilanden, waarover mogelijk 25 procent Nederlandse belasting verschuldigd is. De ruling is voor P&G dus 169 miljoen dollar waard.

Vervolgens laat P&G alle leningen die Gillette Financial Holding aan andere groepsentiteiten heeft uitstaan terugbetalen. Zo komt er ruim 1,3 miljard dollar samen in Nederland, die in 2011 als dividend wordt uitgekeerd aan de Verenigde Staten.

Opvallend is dat de belastingadviseurs van PwC P&G waarschuwen dat over die transactie mogelijk belasting verschuldigd is in Nederland. De Belastingdienst zou kunnen stellen dat de transacties er puur op gericht zijn om belasting te ontwijken, en zich kunnen beroepen op anti-misbruikregels om alsnog belasting te heffen. Het advies van PwC: benader de fiscus opnieuw voor een ruling.

Of dat is gebeurd, is niet zeker. Wel is duidelijk dat het doel van de reorganisatie - 1,3 miljard dollar vanuit Nederland terughalen naar de VS - wordt gehaald. Dat staat vermeld in het laatste jaarverslag in 2011 van Gillette Financial Holding B.V., die vervolgens wordt opgedoekt.

Lees hier de ruling met Procter en Gamble terug: Belastinginspecteur liet Procter & Gamble 676 miljoen dollar doorsluizen
Lees alle berichtgeving over de Paradise Papers terug in ons dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden