Zeven jaar na de val van de Muur rest een 'huwelijksmuur'

Plotseling rijdt de 54-jarige Klaus-Peter Eich in zijn invalidenwagentje naar het spreekgestoelte en trekt de microfoon naar beneden. De hoogwaardigheidsbekleders, bijeen om te herdenken dat de Oostduitsers exact 35 jaar geleden op 13 augustus 1961 plotseling met de bouw van de 'antifascistische beschermingswal' begonnen, kijken elkaar verrast aan. Eich stond toch niet op het sprekerslijstje?

Nee, inderdaad. Voorzien was het optreden van Ilse Leopold wier verloofde begin jaren zestig bij een gezamenlijke vluchtpoging door de Vopo's werd doodgeschoten. Maar zij heeft haar beurt graag overgedaan aan Eich, die in oktober 1961 door de grenspolitie van de DDR werd neergeknald en sindsdien aan beide benen verlamd is. Hij heeft een verhaal, of beter gezegd: een aanklacht.

Waar is toch de daadkracht van de politici als het om de slachtoffers van de Muur gaat? Waarom is de schadeloosstelling voor hen zo laag? Waarom zijn de vonnissen tegen de Oostduitse grenswachten zo mild? En waar blijft toch dat gedenkteken?

Eich spreekt z'n woorden zachtjes, bijna fluisterend uit. Maar ze komen keihard aan. Nog dezelfde herdenkingsdag krijgt hij op bijna alle vragen antwoord. Of het een directe reactie is op zijn aanklacht, of dat het om geprepareerde teksten gaat, is niet te achterhalen. Maar politici struikelen bijna over elkaar bij het doen van beloften.

Rainer Eppelmann, CDU-Bondsdaglid, geeft toe dat er 'onrechtvaardigheden' zijn geweest, die hersteld moeten worden. “Maar het is een illusie te denken dat het leed in Marken en Pfennige te verrekenen is.” Zijn SPD-collega Hans-Ulrich Klose eist vervolging van de daders: “Er mag daarbij geen willekeur zijn.” De Berlijnse burgemeester Eberhard Diepgen (CDU) laat zich in dezelfde woorden uit, maar waarschuwt tegelijkertijd tegen 'politiek strafrecht of overwinnaarsrecht'. Hij belooft dat er bij de Muur snel een nationaal gedenkteken zal komen.

Dat dat er nog niet is, is pijnlijk. Er is weliswaar een museum bij de beruchte grensovergang Checkpoint Charlie, daar vlakbij in de Zimmerstrasse is een plek waar jaarlijks (ook deze week) bloemen worden gelegd ter nagedachtenis van Peter Fechter, een achttienjarige jongen die een jaar na de bouw van de Muur werd neergeschoten en die in het zicht van westerse camera's doodbloedde, en er zijn een paar gedeelten van de Muur nog intact (al worden ze bedreigd door 'Mauerspechte', souvenirjagers), maar er is nog geen officieel gedenkteken. De plek daarvoor is wel bekend. Problemen met een nabijgelegen kerkhof, meningsverschillen over de vorm, en puur geldgebrek hebben de bouw tot nu toe verhinderd.

Des te pijnlijker voor Berlijn is het dat het de deelstaten Nedersaksen en Saksen-Anhalt ondanks geldgebrek wél gelukt is een monument op te richten bij de oude grensovergang bij Helmstedt/Marienborn, het begin van de corridor naar West-Berlijn. Uitgerekend op de dag dat in de hoofdstad de bouw van de Muur werd herdacht, is op deze plek een museum geopend waar te zien is hoe Oostduitse grenswachten met speciale apparatuur de onderkant van de auto's bekeken.

Juist deze week heeft directeur Rainer Hildebrandt van het museum bij Checkpoint Charlie nieuwe cijfers bekendgemaakt over het aantal doden dat tussen 1949 en de val van de Muur in november 1989 op de grensovergang is gevallen. Tot nu toe werd uitgegaan van 807 slachtoffers. Volgens Hildebrandt waren het er 899. Van hen stierven er 239 bij een vluchtpoging over de Muur.

De 45 kilometer lange muur, die er in die zomer van 1961 toch kwam hoewel DDR-leider Walter Ulbricht twee maanden eerder nog nadrukkelijk had gezegd dat “niemand de bedoeling heeft een muur te bouwen”, is vrijwel geheel uit het stadsbeeld verdwenen. Bij de Brandenburger Tor zie je toeristen met de kaart in de hand Berlijners vragen waar-ie precies liep.

Maar de scheiding is er nog. Volgens een onderzoek van de Vrije Universiteit hebben middelbare scholieren in Oost-Berlijn anno 1996 heel andere waarde-oordelen dan hun leeftijdsgenoten in het westen. Hun nationalistische gevoelens zijn sterker ontwikkeld, en vijandschap jegens buitenlanders komt vaker voor dan onder West-Berlijnse scholieren. De onderzoekers vinden dat de scholen meer samenwerkingsprojecten op poten moeten zetten.

En aan de vooravond van de herdenking kwamen de jongste bevolkingsstatistieken los. Slechts 377 vrouwen uit Oost-Berlijn trouwden vorig jaar met een man uit het westen van de Duitse hoofdstad, omgekeerd kozen niet meer dan 185 West-Berlijnse vrouwen voor een man uit het oosten. Trouwen met iemand uit het eigen stadsdeel komt vele malen vaker voor, zelfs trouwen met een buitenlander is populairder. Zou er dan, bijna zeven jaar na de val van de Muur, nog een 'huwelijksmuur' in Berlijn bestaan?

Kennelijk, aldus het Duitse instituut voor bevolkingsonderzoek. De stad is zo lang gedeeld geweest, dat is niet in een paar jaar in te halen. Zo vreemd is het verschijnsel nou ook weer niet, zegt het instituut geruststellend: in steden als Wiesbaden en Mainz is er ook een 'huwelijksgrens', zij het een natuurlijke: de Rijn. “Bij het zoeken van een huwelijksspartner kijkt men vooral in de eigen omgeving.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden