Zeven jaar chili con carne, en doortikken

interview| Hij is de enige schrijver die twee keer achtereen de Libris Literatuurprijs won. Toch was Thomas Rosenboom liever iets minder succesvol geweest. 'Dan was ik genoodzaakt een bijbaan te zoeken. Nu hoor ik nergens bij. Ik mis het groepsgevoel.'

Van zijn bestseller 'Publieke werken' verkocht hij bijna een half miljoen exemplaren. Hij werd bekend bij het grote publiek. Maar voor zijn gevoel was de doorbraak van de in Doetinchem geboren Thomas Rosenboom (1956) vijf jaar eerder gekomen. Toen bracht hij na een radiostilte van zeven jaar het 732 bladzijden dikke 'Gewassen vlees' uit waarvoor hij de Libris Literatuurprijs kreeg.

Het was de beloning voor het behoeftige leven dat hij zeven jaar lang had geleid. Rosenboom was tijdens het schrijven van 'Gewassen vlees' de schrijver geworden die hem altijd voor ogen had gestaan: een eenling, balancerend op de rand van de maatschappij.

Als 21-jarige had hij zijn verkering uitgemaakt, want met al dat huiselijk geluk ging het niets worden. "Het nam alle drang weg iets te presteren." Een kleine tien jaar en twee boeken later, zou die drang vanzelf opkomen. "Wat ik in mijn schema had ontworpen, vond ik een fantastisch boek. Ik was verblind door wat het kon gaan worden."

In zijn kamer in een schrijvershuis aan het Amsterdamse Oosterpark werkte Rosenboom elk hoofdstuk van de historische roman minutieus uit. Op een behangrol, want met kladjes papier verloor hij het overzicht. Elke dag deed hij hetzelfde, om maar niet afgeleid te worden: een wandeling langs Centraal Station, een bordje chili con carne en 's avonds een paar uur schrijven.

Zeven jaar lang chili con carne? Elke dag?

"Ik vond het lekker en het was makkelijk te maken. Eigenlijk was eten in die periode niet belangrijk. Ik was meer mezelf aan het voeden. Alles stond in teken van het schrijven van het boek. Ik ging niet op vakantie, uit eten of naar de bioscoop. Mijn rijbewijs heb ik toen ook niet gehaald. Allemaal te duur.

"Ik leefde van een minimumloon. Dat ik geen afwisseling of geld had, vond ik niet eens erg. Dan bleef ik tenminste tikken."

U heeft ooit gezegd dat u zich altijd verscheurd voelt tussen angst en nieuwsgierigheid. Hoe is het dan om zeven jaar lang in onzekerheid te leven?

"Het begon mij gaandeweg enorm te benauwen. Ik was iedere dag bang dat het niet zou lukken. Bleef heel lang in bed liggen, tot een uur of drie. Uitstelgedrag. Pas rond zes uur begon ik met schrijven. Maar dan was ik eigenlijk al moe van de hele dag uitstellen."

En toen was daar in 1995 de Librisprijs. Een opluchting?

"Het was alsof ik eindelijk meedeed. Ik mocht me met recht begeven binnen de literaire kringen. Maar het was ook een nare periode. Mijn relatie ging uit en ik werd uit mijn vriendengroep gezet. Ze waren jaloers, denk ik. Allemaal zaten ze in het artistieke wereldje, maar ik was de eerste die een prijs in ontvangst mocht nemen. Of ze ooit nog zijn doorgebroken? Geen idee. Ik heb ze niet meer gesproken, maar ook niets meer over ze gelezen."

Was dat bij de tweede Librisprijs, die voor 'Publieke werken', heel anders?

"Gevoelsmatig niet. Ik had al wel het vertrouwen dat ik iets moois had neergezet met 'Gewassen vlees'. 'Publieke werken' werd meteen goed verkocht. Financieel ben ik er toen flink op vooruitgegaan. Voor het eerst in mijn leven voelde ik iets van glamour. Op reis gaan met het vliegtuig, of überhaupt op reis. Voor anderen doodnormaal, maar voor mij betrekkelijk nieuw. Maar nog steeds had ik het gevoel dat ik er niet bij hoorde, dat ik buiten de maatschappij doolde."

Leeft dat gevoel nog steeds?

"Ja. Ik leef eigenlijk nog steeds als een student, een werkloze. Ik heb geen vrouw, geen kinderen, geen verantwoordelijkheid voor anderen. Mensen om me heen veranderen, maar ik doe precies hetzelfde als dertig jaar geleden. Dat geeft een gevoel van stagnatie. Begrijp me niet verkeerd, ik ben dankbaar voor wat het schrijverschap me gegeven heeft, maar ik mis het groepsgevoel. Misschien was het voor mij iets beter geweest als ik minder succesvol was. Dan was ik gedwongen een bijbaan te nemen en was ik wél onderdeel van de maatschappij."

In 'Publieke Werken' strooide u met versieringen en lange zinnen. Dat werd daarna minder. Een bewuste keus?

"Op een gegeven moment wil je niet meer laten zien hoe goed je ergens in bent. Ik ben de eenvoud op gaan zoeken. Ik hou niet meer van lange zinnen. Al dat geëxperimenteer ziet er op een bepaald punt kinderachtig uit."

Dus als u nu nog met lange zinnen en krullende woorden zou schrijven, zou u dat kinderachtig vinden?

(Kijkt bedenkelijk) "Mijn laatste vier boeken zijn eenvoudiger en kaler geschreven. Maar daar kun je ook een eindpunt in bereiken.

"Als schrijver kun je jezelf ook taboes opleggen. Ik ben in plaats van te schilderen, gaan schetsen. Daar kom ik nu van terug. Ach, denk ik dan, zo'n versiering mag ook best af en toe. Zo is een das bij je hemd ook best leuk op z'n tijd, toch?"

Is uw werkwijze sinds Publieke werken veranderd?

"Ik ben niet meer zo fanatiek. Voorheen voelde ik altijd rivaliteit met andere schrijvers. Ik móest mijn oeuvre vergroten. Dat valt van je af. Ik ben wel nog steeds een perfectionist. Wat ik maak moet goed zijn. Maar ik kan niet zeggen dat het makkelijker gaat dan dertig jaar geleden.

"Bij elk nieuw boek begin ik van voor af aan. Ik ben nu bijvoorbeeld al twee weken bezig met een hoofdstuk dat er aanvankelijk best mee door kon. Maar dan ga ik alinea's door elkaar husselen, woorden vervangen en vandaag denk ik ineens: eigenlijk was het goed zoals het was. Als je mooi proza wil maken, is schrijven gewoon heel zwaar."

Slot van deze serie.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden