Zet de deur open voor softdrugs

Met of zonder wietpas, het drugsbeleid deugt juridisch van geen kant. De overheid opereert als een roversbende.

Gehuld in Iraaks legeruniform sust de Maastrichtse burgemeester Onno Hoes het publiek: 'Here in the south everything is under control'. Dit beeld uit een zogenaamde CNN-reportage over de wietpas siert posters en stickers die de laatste weken in de Limburgse hoofdstad opduiken. Ze verwijzen naar de legendarische Iraakse minister van informatie Mohammed al-Sahaf. Die bezwoer de pers dat er no American troops in Bagdad waren, terwijl op de achtergrond volop explosies klonken.

'Spagaatbeleid' wordt de aanpak van de Nederlandse overheid wel eens genoemd als het gaat om softdrugs. Maar die term schiet tekort om de lenige omgang van de overheid met de wet te beschrijven, vindt advocaat Gerard Spong. Samen met twee collega's fileert hij in het boek 'De hypocrisie van de achterdeur', de Nederlandse aanpak en roept op tot kiezen.

Sinds 1 mei zijn coffeeshops in Zeeland, Brabant en Limburg besloten clubs waar enkel leden op vertoon van hun wietpas naar binnen mogen. Wie zo'n document wil hebben, dient zich te laten inschrijven. Alleen meerderjarige Nederlandse ingezetenen komen in aanmerking. De maatregel moet een einde maken aan de toestroom van drugstoeristen, vooral in de grensstreken. Hoes en zijn VVD-partijgenoot en justitieminister Opstelten zijn positief over de nieuwe praktijk, zij het dat de Maastrichtse burgemeester een aanpassing wil. Hij vindt het genoeg als klanten een identiteitsbewijs en uittreksel uit het bevolkingsregister tonen.

Buitenlanders zouden inderdaad wegblijven. En de verhalen dat op sommige plaatsen 90 procent van de reguliere klandizie wegblijft? Er is enige verschuiving naar de illegale straathandel, maar met verhoogde politie-inzet wordt die flink aangepakt, bezweren de betrokken overheidsinstanties.

Tegelijkertijd verweet Hoes Maastrichtse coffeeshophouders die hun zaak tijdelijk sloten uit protest tegen de invoering van de wietpas, dat ze de samenleving ontwrichtten. Jurist Spong en zijn kantoorgenoten Sidney Smeets en Tim Vis nemen de instanties nauwelijks serieus: "Sprookjes zijn er genoeg, de drugstoerist anno 2012 laat zich niet in de luren leggen door een wetgever die meer op een oude, knorrige oom lijkt dan een realistische bestuurder."

Deze veronderstelde hypocrisie rond de eerste bevindingen met de wietpas vormt het sluitstuk van het boek van Spong en zijn co-auteurs. Maar het drietal wilde vooral een pamflet schrijven dat de tweeslachtigheid en schijnheiligheid van het softdrugsbeleid aantoont. Rookwaren die gedoogd de voordeur van coffeeshops verlaten, zijn daar volgens de letter der wet volstrekt illegaal binnengekomen.

Er zitten veel meer onmogelijke figuren in de gevolgde aanpak dan de genoemde 'spagaat'. Het boek gaat ze een voor een af. Alsof een turnoefening van Epke Zonderland vertraagd wordt afgedraaid. Overheidsinstanties zijn behalve gedoger ook uitlokker, leidinggever, medepleger en witwasser. Enkel coffeeshops strafrechtelijk aanpakken, betekent één schakel halen uit wat de auteurs "een keten van gedooghypocrisie" noemen.

Als basismateriaal dient het verweer dat het kantoor van Spong voerde in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de Almeerse coffeeshop 'Koffie & Dromen' voor de rechtbank in Lelystad. Daarbij komen elementen uit vergelijkbare zaken voor het gerechtshof in Den Haag ('Checkpoint' in Terneuzen) en de rechtbank in Middelburg ('Aarden' in Goes). Drie zaken over de bevoorrading van coffeeshops. Drie keer stak de rechter een stokje voor vervolging.

'De hypocrisie van de achterdeur' vertelt geen nieuw verhaal, maar laat juridisch goed beargumenteerd nog eens zien dat de overheid, als het om softdrugs gaat, veel van een meerkoppig monster heeft. Wat langs de ene weg wordt toegestaan, gedoogd, aangemoedigd, waar zelfs van wordt meegeprofiteerd, wordt langs de andere weg strafrechtelijk aangepakt. De auteurs noemen het volksverlakkerij, bezigen westerntaal als ze het hebben over een overheid die met twee tongen spreekt en halen zelfs de vierde-eeuwse kerkvader Augustinus van stal. Die zei dat een staat die uitblinkt in onbetrouwbaarheid in weinig verschilt van een ordinaire roversbende.

Veel van wat de overheid onderneemt op dit gebied, gebeurt onder het mom van handhaven van de openbare orde of beschermen van de volksgezondheid. Het is beter gebruikers te laten kopen in de beschermde omgeving van een coffeeshop dan ze over te leveren aan de wetten van de jungle. Zo'n argumentatie mag politiek overeind te houden zijn, juridisch lukt dat niet. De Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht kennen geen strafuitsluitingsgronden voor partijen die zich bekommeren om de openbare orde of volksgezondheid. Bovendien: de overheid die als beschermer van de openbare orde in het belang daarvan een loopje neemt met de voorgeschreven openbare orde, is dat geen rare figuur?

Het onderscheid tussen soft- en harddrugs in de Opiumwet is een erfenis van CDA-voorman Dries van Agt, uit zijn tijd als minister van justitie in het kabinet-Den Uyl. Eigenlijk was hij liever verdergegaan, bekende de politicus in ruste in 2008 in een interview, een jaar voordat hij de Cannabis Cultuurprijs won en in ontvangst nam. Maar het decriminaliseren van softdrugs was destijds internationaal geen haalbare kaart. "Al raspt dat een ware minister van justitie over de ziel."

Kritiek uit het buitenland bleef er komen en raakte Nederland soms tot in de ziel. In 1994 beeldde het Duitse weekblad Der Spiegel kaasmeisje Frau Antje af met een dikke joint tussen de lippen. Twee jaar later ontstond een kleine diplomatieke rel toen een Franse senator Nederland 'een narcostaat' noemde.

De toenmalige minister van justitie Winnie Sorgdrager (D66) zweeg het achterdeurprobleem bewust dood: "We konden de achterdeur niet regelen, dat was internationaal niet te verkopen. Wij hebben gezegd: laten we niet openlijk bediscussiëren wat de gemeentes zelf doen, want de Franse ambassadeur luistert mee."

De Tweede Kamer nam ruim tien jaar geleden, in 2000, een PvdA-motie aan die aandrong op het regelen van de achterdeur. Minister van justitie Benk Korthals (VVD) voerde hem niet uit, bang om de internationale verhoudingen te verstoren.

Ook een nieuw kabinet, allicht wat progressiever dan het vorige, zal het waarschijnlijk niet aandurven coffeeshops wettelijk toe te staan meer werkbare voorraden dan het nu voorgeschreven maximum van vijfhonderd gram aan te houden.

Laat staan dat de door Spong en de zijnen bepleite legalisering van de hennepteelt werkelijkheid wordt. Alleen over het verder invoeren van de wietpas zal mogelijk nog een robbertje gevochten worden. En als het al van discussies en debatten komt, vormen de juridische argumenten die in 'De hypocrisie van de achterdeur' de boventoon voeren slechts een deel van de argumenten.

Gerard Spong e.a.: De hypocrisie van de achterdeur. Waarom het Nederlandse softdrugsbeleid onhoudbaar is. Balans, Amsterdam; 192 blz. € 14,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden