Zestig motoren escorteren de stoet

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Een jongen van drieëntwintig jaar is plotseling overleden. "Hij had een zwakke gezondheid", snikt zijn moeder. "Hij was met regelmaat ziek, maar ik had nooit gedacht dat hij zou sterven."

Haar dochter ligt snikkend tegen haar aan.

Vader ging jaren geleden het spreekwoordelijke pakje sigaretten halen en is sindsdien buiten beeld. Moeder scheurt een stuk keukenrol af om haar tranen te deppen. Dochter steekt een nieuwe sigaret op. De asbak op tafel is vol, de gordijnen en muren zijn crèmekleurig.

"Afgelopen week stortte hij in op zijn werk", zegt zijn zus terwijl ze de rook uitblaast. "Plotseling ging hij gek praten en trok een scheef gezicht. Zijn collega's vonden dat hij maar raar deed."

De jongen raakte in coma, 112 werd gebeld en een ambulance bracht hem naar het ziekenhuis. Daar overleed hij gisteren.

"Ze hebben zijn motor net teruggebracht, die stond nog bij zijn werk."

Voor de deur zie ik een BMW-motor staan. "Mijn zoon was lid van een motorclub", legt moeder uit. "Dat was zijn lust en zijn leven. Ze gingen samen toertochten maken, weekenden kamperen of naar een concert."

"De mannen hebben al gezegd dat ze er zullen zijn", zegt de dochter. "Dat is mooi, hè, mama." Moeder knikt en huilt luid.

"Het is vaak zo dat ze op de dag van de uitvaart voor een escorte zorgen", zeg ik. "Bij motorclubs is dat gebruikelijk. Afgelopen zaterdag waren er bij een uitvaart die ik deed meer dan honderd motorrijders. Dat is erg mooi."

Die middag ligt de magere jongen met sluik haar in zijn zwartleren motorpak opgebaard in de woonkamer.

Rondom de klassieke kist hebben moeder en dochter kaarsjes aangestoken. Vijf dagen later wordt de kist door acht brede mannen naar buiten gedragen.

Zestig motoren komen de straat in rijden. Ze escorteren de jongen naar de begraafplaats. Een deel rijdt voor de rouwauto, de rest sluit de stoet. De stevig gebouwde mannen met tatoeages en zonnebrillen laten de stadse straten even stilvallen.

De aula is overladen met bezoekers. Hoe jonger iemand heengaat, hoe voller de aula. De kist staat tussen twee enorme potten met palmen, de vloer is bezaaid met bloemstukken. Op de linten staan teksten die de ontzetting en het gemis moeten duiden. 'De hemel is een stuk rijker, wij een stuk armer.' 'Uit het oog, maar niet uit ons hart.' 'Rust zacht.'

Nummers van Guns N' Roses en Queen klinken.

Aan het einde van de lange plechtigheid neem ik het woord. "We lopen nu gezamenlijk naar het graf. Er zijn geweldig veel bloemen. Zou u allen zo vriendelijk willen zijn een bloemstuk te pakken en dat mee te nemen naar het graf? Het is niet van belang dat het uw eigen bloemen zijn."

De dragers komen binnen, zetten de kist op hun schouders, de deuren gaan open. Rustig loop ik voor de kist uit. Als ik bijna bij het graf ben, kijk ik achterom. Dan zie ik twee stevig gebouwde motorjongens zeulen met de twee enorme potten met palmen. Bij het graf kijken ze me vragend aan. Ik laat een palm aan het hoofdeinde zetten, de ander aan het voeteneinde. Moeder en dochter staan ineengestrengeld naast het graf. Een vriend van de jongen roept: "Proost". Kleine flesjes drank worden over de kist leeggegoten. Na een laatste groet loopt iedereen terug naar de koffiekamer. Daar neem ik de twee grote mannen even apart. "Sorry, die palmen, die horen bij de boedel van de aula. Zouden jullie ze even terug kunnen brengen?"

"Maar natuurlijk, mevrouw."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden