Zestien uur per dag beulen in sereen ijslandschap

Voor zijn mede-expeditieleden was het niet zeker dat hij mee zou gaan. Want een half jaar voor de reis naar de Noordpool bleek dat cameraman en expeditielid Edmond üfner (38) tijdens de tocht naar de Noordpool vader zou worden. Velen dachten dat hij zich zou terugtrekken, maar voor hemzelf lag dat anders: “De expeditie was er eerder.”

Ruim acht en een halve maand was zijn vrouw zwanger, toen üfner naar de Noordpool vertrok. Na twee weken werd zijn dochtertje Floor geboren. De kersverse vader vindt het vreselijk jammer dat hij niet bij de bevalling is geweest, maar de tocht naar de Noordpool had hij niet willen missen.

“We waren al ver met de voorbereidingen, toen mijn vrouw Agnes zwanger raakte. Ze heeft me niet onder druk gezet om alles af te blazen, we hebben het goed overlegd. Zo hoort dat in een relatie. Je bent er niet om elkaar dingen te beletten, maar om te groeien. Nu had ik mijn feestje, zij had het hare, en nu ik thuis ben, hebben we dubbel feest.”

Edmond üfner stond op 20 mei samen met zijn tochtgenoten Hans van der Meulen, Wilco van Rooijen en Marc Cornelissen als eerste Nederlanders op de Noordpool. Na een barre voettocht van zeventig dagen bereikten ze het noordelijkste puntje van de aardbol. Elk trokken ze een slee met daarin tachtig tot negentig kilo aan voedsel en materialen. De sledes deden ook dienst als kano's waarmee ze de open stukken water moesten oversteken. De temperaturen daalden soms tot 46 graden onder nul en onderweg werden ze geteisterd door sneeuwstormen. Eén keer dreven ze door de sterke wind en zeestromingen op het ijs ruim 120 kilometer af naar het oosten.

Volgens üfner was het moment dat expeditielid Cas van de Gevel besloot het op te geven, een van de moeilijkste momenten. Na twee weken ontberingen moest Van de Gevel stoppen vanwege zijn hernia. Hij werd opgepikt door het vliegtuig dat hen onderweg twee keer bevoorraadde.

De tocht over de Noordpool was van een heel ander kaliber dan üfners beklimmingen in de bergen. “Het was een stuk zwaarder dan in de Himalaya. Een toppoging daar duurt een paar dagen, hier was het twee maanden keihard werken. Zowel mentaal als fysiek was het zwaarder dan alle beklimmingen die ik heb gedaan. Als je even niet oplet, kan er wat gebeuren. We hebben allemaal wel een keer in het water gelegen als we ons niet goed concentreerden.”

“Tegelijkertijd was het soms dodelijk saai, dan liepen we bij slecht weer kilometerslang in het niets te kijken. Op zulke momenten dwalen je gedachten af en dat is gevaarlijk.”

üfner verdient tegenwoordig zijn brood door het geven van trainingen aan bedrijven en het commercieel uitbaten van zijn expedities. Van de tocht naar de Noordpool is niet alleen een tv-registratie gemaakt, er is ook een cd, en üfner gaat de komende maanden lezingen geven over de tocht.

Oorspronkelijk was de avonturier onderwijzer, maar als hij daaraan herinnerd wordt, schiet hij in de lach. “Hou op zeg, ik heb begin jaren tachtig misschien anderhalf jaar voor de klas gestaan.” De bergen trokken, en steeds vaker was üfner te vinden in Chamonix, het Franse dorp waar klimmers vanuit de hele wereld heen trokken om de Alpentoppen te beklimmen.

'Punk in de Alpen' noemde Bart Vos, een van Nederlands bekendste bergbeklimmers, hem in die jaren. üfner liep volgens zijn Engelse collega Joe Simpson in die tijd rond in “een ratjetoe van afgetrapte kleren, met een oorbel en een helblonde haardos”, en dan scheurde “die Nederlandse schoolmeester” rond in een aftandse eend waarop met fluorescerende letters het woord 'chaos' was geschreven.

“Dat waren wilde jaren”, zegt üfner met een grijns. “Met ongeveer twintig klimmers logeerden we in een tweepersoons appartementje in het centrum van Chamonix. Als je de klerenkast opendeed, vielen de ijsbijlen eruit. We jatten om aan eten te komen, want geld hadden we natuurlijk niet. Ik heb in die tijd dingen gedaan die ik nu niet meer zou durven. Samen met een maat heb ik de zogeheten Japanse route geklommen op de Mont Blanc. We klommen door een soort trechter die eindigde in een overhangend ijsveld dat elk moment los kon breken. Het was gekkenwerk, maar we haalden wel de top.”

Later deed üfner mee aan verschillende grote expedities. In 1992 stond hij op de top van de Mount Everest, anderhalf jaar geleden deed hij een poging de op één na hoogste berg K2 te beklimmen. Hij faalde door een gebroken schouder.

Het waren zijn enige beklimmingen sinds 1987. In dat jaar deed üfner mee aan de expeditie naar de Jannu, een Himalaya-top van ruim 7 000 meter. Op die beklimming nam hij voor het eerst een filmcamera mee. De groep haalde de top, maar twee van zijn vrienden vielen voor zijn ogen te pletter. üfner besloot daarna een adempauze in te lassen.

Het zou niet de laatste keer zijn dat hij in de bergen werd geconfronteerd met de dood. In 1992 stierf op de Mount Everest, in de nabijheid van een tent van de Nederlandse expeditie, een lid van een Indiaas klimteam. üfner registreerde, op de film duidelijk geëmotioneerd, het stijfbevroren lichaam.

Thuis reageerde het publiek vol woede en onbegrip op die beelden. “Door het te filmen”, zegt hij, “nam ik er op een bepaalde manier ook afstand van. Dat ik hem filmde, was geen misplaatste vorm van geiligheid. Het was duidelijk dat we niets meer voor hem konden doen, maar ik wilde die confrontatie niet uit de weg gaan.”

Enkele dagen na de Nederlanders stond, begin deze week, een Britse expeditie, bestaande uit in totaal twintig vrouwen, op de Noordpool. Zij hanteerden een soort estafette-tactiek: twee gidsen liepen de tocht, onderweg aangevuld met twee anderen die elk hun deel van het traject liepen.

üfner zegt respect te hebben voor hun prestatie, al zal hij het zelf nooit zo aanpakken. “Ik kijk er niet op neer, integendeel, maar ik vond het wel een beetje vreemde opzet. Hun uitrusting was ook niet compleet. Aan het einde van de expeditie hebben ze zelfs een van onze slede-kano's over laten vliegen om daarmee de spleten in het ijs over te steken.”

Pas één mens, de Zweed Borge Ousland, is het gelukt om de Noordpool over te steken zonder hulp van buitenaf. üfner denkt niet dat hij dat zou kunnen. “Dat is bijna niet menselijk meer. Op Antarctica hebben twee Britten een niet-ondersteunde oversteek gemaakt. Aan het eind waren ze zwaar ondervoed. Ze waren meer dan dertig kilo lichaamsgewicht kwijtgeraakt. Het was ongelofelijk, zij trokken sleden met 120 kilo.”

“Mijn slee met tachtig kilo heb ik vervloekt. Het was zo gruwelijk zwaar, vooral de laatste drie weken, toen ik last kreeg van mijn achillespezen. Ze brandden als vuur, de hele dag door. Als ik sliep, voelde ik ze nog.”

“De enige manier om met zulke pijnen om te gaan, is om het een deel van jezelf te maken. Ik had geen enkels meer, ik had pijnlijke enkels. Als je dat accepteert, is die pijn veel beter te dragen. Dat was nog verdomde moeilijk, hoor. Zeventig procent van wat je presteert op zo'n expeditie, is mentaal en daar hoort ook het weerstaan van de pijn bij. Maar pijn moet je niet tot je vijand maken, het hoort er bij. Het is een vaste tochtgenoot.”

Ondanks de ontberingen, heeft üfner enorm genoten van de schoonheid van het ijslandschap. “Het had iets sereens. Die eindeloze vlaktes, je ziet niets, je hoort niets, één en al leegte. Bedevaart is een groot woord, maar het had iets meditatiefs, dat beulen met die slee gedurende twaalf tot zestien uur per dag. Ik ben onderweg tot hele mooie gedachten gekomen.”

Het mooiste was de aankomst op de pool. “Dat punt op de aarde....ik weet het niet, het was magisch. Ik ben geen filosoof, maar wel een denker, en ik heb onderweg vaak nagedacht over de betekenis van de pool. In dat punt komt alles samen, de meridianen, de tijdslijnen. Met twee armen omvat je de hele wereld. Tijdens die minuten op de pool had ik even het gevoel dat de tijd stil stond.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden