Zestien jaar rode strijdlust Vakbondsmuseum toont het werk van Albert Hahn beeldende kunst

Albert Hahn. Nationaal Vakbondsmuseum, Henri Polaklaan 9 (nabij Artis), Amsterdam. Di t/m vr 11-17; zo 13-17 t/m 31 mrt. Toegang f 5. Boek f 45.

Dat was ook het ideaal van Albert Hahn (1877-1918). Toch is hij niet aan monumentaal werk toegekomen. Hij bleek geroepen voor een andere taak. In het Nationaal Vakbondsmuseum te Amsterdam is nu een overzicht van zijn werk te zien.

De socialist Hahn heeft zelden tijd gehad voor het verbeelden van de verhoopte toekomst. Hij werd van dag tot dag geabsorbeerd door de politieke strijd. Gedreven door een rotsvaste overtuiging, heeft hij van 1902 tot 1918 duizenden politieke tekeningen gemaakt voor bladen van de S.D.A.P. De zes K's: kerk, kroeg, kazerne, kapitaal, kolonialisme en koningshuis (maar dan vooral de 'oranjeklanten' van het lied 'Weg met de socialen, leve Willemien') zette hij te kijk als boze machten die de opkomst van het gewone volk verhinderden. Idealen waarvoor destijds gestreden moest worden, waren een menswaardige volkshuisvesting, het algemeen kiesrecht, de 8-urige werkdag, het stakingsrecht.

Hahns eigenlijke carriere begon in 1901 met tekeningen die grauwe ellende illustreren voor een brochure over 'Krotten en sloppen'. Met een droge regen van druil-arceringen gaf hij weer hoe erg het wel was daar in de Jodenhoek en de Jordaan. Toen 'Het Volk' een zondagsblad ging uitgeven, werd aan kunstenaars een proeftekening gevraagd met als thema 'De brandkast, beschermd met bijbel en wierook'. Onder de mededingers was de jonge Kees van Dongen, maar de inzending van Hahn kreeg de voorkeur.

Spetters

Hahn moest voor illustraties in het 'Zondagsblad', dat na verloop van tijd als 'De Notenkraker' verscheen (losse nummers 7 cent), rekening houden met een goedkope reproduktie-methode. Hij werkte met krijt en wist met spetters toongradaties te maken, zodat het effect soms op de litho leek. Maar verreweg zijn beste werk is in een klare lijn en met grote vlakken wit en zwart.

Hahn ontwikkelde zich tot een meester in pakkende, ongenuanceerde typeringen. De arbeider was naar gelang de boodschap een held of een stumper, de kapitalist een zelfvoldane figuur met hoge hoed. De regering werd destijds gevormd door een CDA-achtige coalitie van confessionele partijen. Hahns dankbaarste sujet was Abraham Kuyper, de anti-revolutionair die van 1911 tot 1915 premier is geweest. In 1903 tekende Hahn hem voor een actie tegen het stakingsverbod als de worger van een geketende werkman. Het jaar daarop stond 'Abraham de Geweldige' meesterlijk gekarakteriseerd op het titelblad van het tijdschrift 'De ware Jacob', dat ook Leo Gestel, Jan Sluyters en de ten onrechte vergeten Daan Hoeksema onder zijn medewerkers telde.

Bekende Nederlander

'De ware Jacob' publiceerde portretten van 'Bekende tijdgenoten'. Hahn was zelf ook een bekende Nederlander geworden. Zelfs 'De Telegraaf', toch duidelijk de tegenpartij van de 'roden', probeerde hem als tekenaar aan te werven. Tevergeefs, hoewel het aangeboden honorarium verleidelijk zal zijn geweest. Enkele jaren later betaalde die krant aan Louis Raemaekers 6 000 gulden per jaar, driemaal zoveel als het uiteindelijke salaris van Hahn. Wel was deze te vinden voor affiches voor het theater of voor de industrie (Verkade, Philips).

In Berlage's karaktervolle pand van het Vakbondsmuseum worden vaandels bewaard die bij optochten van vakbonden zijn meegedragen. Hahn heeft ook vaandels ontworpen: moderne, zonder het goudborduursel dat aan kerkelijke praal herinnerde. Ook een stel handpoppen ontwierp hij, en tableaux vivants. Op een oude foto figureren rode maagden in witte ponnen in zo'n vertoning.

Heel de lawine van materiaal is in het Nederlands Persmuseum geordend. Een ruime keuze wordt in het Vakbondsmuseum op en aan metalen archiefstellingen getoond, in het gedempte licht van naakte gloeilampen. Stapels kranten geven een indruk van Hahns niet aflatende bedrijvigheid. Ter gelegenheid van de tentoonstelling is door Thomas Rap een typografisch welverzorgd boek uitgegeven. De uitstekende tekst van Martien van der Heijden biedt een stuk sociale geschiedenis, onder meer over de wederwaardigheden van de socialistische pers. De schrijver gaat ook nader in op de symbolen in Hahns werk.

Just Havelaar ('Het sociaal conflict in de beeldende kunst') noemde de tekeningen 'zwaarwichtig'. Dezelfde distantieloze felheid heeft in onze tijd Frits Behrend vaak. Opland, Peter van Straaten of Len grijpen ons minder aan de revers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden