Zeshonderd meter, zeven minuten

Elke zondag, jaar in jaar uit, probeert de Oranjeorde, de militante Noord-Ierse protestantse beweging, een stukje van 600 meter over de Garvaghy Road te lopen, dwars door de katholieke wijk. Twee jaar geleden werd het een veldslag. Dit jaar zal uit het verloop van deze mars moeten blijken hoe stevig de Ierse vrede is.

Op de eerste etage van het hoofdkwartier van de Grand Orange Lodge of Ireland aan Dublin Road in Belfast verbeeldt een grote maquette de Battle of the Boyne. Die slag in 1690 in Ierland waarbij de Hollandse stadhouder-koning Willem III de katholieke Engelse koning Jacobus II versloeg. Nauwgezet op schaal nagebootst, met miniatuur tinnen soldaatjes en cavalerie. Ordentelijk trekken de blauwe orangistische troepen op tegen de rode jakobieten. William of Orange fier aan het hoofd van zijn cavalerie, klaar voor de oversteek van de Boyne. Aan de overkant, ver verscholen achter zijn zo te zien ongeorganiseerde troepen, Jacobus II, omgeven door zijn secondanten. Aan de blauwe kant is ook nog wat artillerie opgesteld. Geen wonder dat de jakobieten eraan gingen, de enige soldaatjes die als dood ter aarde liggen, zijn dan ook de rode.

,,Geschiedenis is ons léven'', zegt enkele etages hoger George Patton. Hij is executive officer van de Grote Loge van de Oranjeorde, de militante Noord-Ierse protestantse beweging die zich vastklampt aan koning Willem III, King Billy voor de katholieken, voor inspiratie en bestaansrecht. Dat laatste vooral tegenover de katholieken in Noord-Ierland, met veel uiterlijk vertoon, met jaarlijkse Oranjemarsen door gans de Britse provincie, niet zelden leidend tot gewelddadige botsingen met de katholieken.

,,Het is een mythe dat de slag aan de Boyne louter een strijd was tussen katholicisme en protestantisme'', zegt Patton. ,,Willem van Oranje vocht voor burgerlijke vrijheden. De Boyne had alles te maken met democratie, vrijheid en burgerrechten. Mythologie is een probleem in Ierland. Zo zouden er bij de opstand in 1641 ruim hondderdduizend protestanten zijn afgeslacht door de katholieken. Er waren er toen nooit zoveel. Een andere mythe is dat de hongersnood uit de vorige eeuw, gevolg van de mislukte aardappeloogsten, een bewuste Britse genocide op de Ieren was. We zwelgen hier in Ierland in die mythen.''

Waar men hier vooral in zwelgt, zo komt ons voor, is het verleden, altijd weer dat verleden. ,,Als je het verleden vergeet, maak je weer dezelfde fouten'', doceert Patton, alsof dat vastklampen aan eeuwenoud verleden niet vastklampen is aan eeuwenoude haat. ,,Wat gebeurde in 1690 en in 1795 in Londonderry is de afgelopen dertig jaar gebeurd, in de jaren van the Troubles. Etnische zuivering, mijn protestantse gemeenschap die belegerd werd, geterroriseerd door de katholieken. Daar hebben wij ons tegen verzet, niet met geweld, dat doen zij, maar via de stembus, en de Oranjemarsen.''

Die parades zijn cruciaal voor de 1300 Noord-Ierse Oranjeorde-loges met hun 70000 leden, zegt Patton. ,,Ze tonen wat we zijn, hoe we leven, waar we voor staan, onze legitimiteit.'' Er worden elk jaar ter herdenking van de slag aan de Boyne zo'n 12000 marsen gehouden, zegt hij, en bij misschien twintig daarvan gaat het wel eens mis.

Hij heeft weinig op met die Parades Commission, de overheidsinstatie die elk jaar moet oordelen over de meest omstreden Oranjemarsen, en daarbij sommige verbiedt of een andere route voorschrijft. Zoals die in het in hart en nieren protestantse Portadown, de grootste, meest historisch beladen en vaak meest gewelddadige mars. De moeder aller marsen, vorig jaar verboden, althans de route vanuit de kerk in de buitenwijk Drumcree via de kleine katholieke enclave rondom de Garvaghy Road. Patton: ,,Die commissie bepaalt wat onze burgerlijke vrijheden zijn. Ze is anti-Oranjeorde en in essentie racistisch, ze probeert onze cultuur kapot te maken. O ja? Proberen ze juist meer sektarische geweldsuitbarstingen te voorkomen? Ze creeëren juist meer sektarische haat.''

Nu de vrede in Noord-Ierland lijkt te zijn uitgebroken, met katholieken en protestanten samen in de regering, is in juni dit jaar 'Drumcree' de lakmoesproef, zegt Patton. ,,Als ik Martin McGuinness, een Ira-terrorist, naar verluidt verantwoordelijk voor zeker elf moorden, moet accepteren als minister van onderwijs, mogen ze op Garvaghy Road de parade van de Oranjeorde ook heus wel accepteren.''

Zoals steeds op de Dag des Heren verzamelen zich deze zondag om één uur, na de kerkdienst in de Parish Church op de heuvel van Drumcree, de Oranjemannen van Portadown zich voor de kerk om hun 'onafgemaakte' mars door Garvaghy Road te voltooien. Een van hun locale voorlieden, Harold Garvey, heeft zich sinds het verbod, vorig jaar juni, uit protest naast de kerk in een uitgebouwde caravan genesteld.

'Hier staan wij, wij kunnen niet anders', staat er, Maarten Luther parafraserend, op de voorzijde. En: '533 dagen vastgeketend in Drumcree'. Daarnaast een Bijbeltekst, Daniël 8 vers 25, over weinigen die velen kunnen vernietigen. Want het moet duidelijk zijn dat de Loyal Orange Lodge No. 1, Portadown District, de oudste loge van het land, God aan haar zijde heeft.

In een ijzig koude wind en druilregen zet de stoet zich in beweging. Een kleine 300 man daalt, omhangen met oranje sjerpen, de heuvel af. Onderaan, bij een beekje, blokkeren vier gepantserde Landrovers van de RUC, de Noord-Ierse politie, de weg. Twee RUC-ers met de platte pet, een man en een vrouw, treden de Oranjemannen tegemoet, en delen mede dat ze 'namens de parades commission', hen de doorgang moeten beletten. Een Oranjeman scheldt hen uit, iets over anti-Britse, anti-protestantse verraders, en dat ze heulen met de vijand. ,,Rustig nou, ze doen ook maar hun werk'', sust een vrouw, en zo blijft alles vreedzaam.

Een van de Oranjemannen leest een protest voor, zoals elke zondag, eist van de agenten dat ze dit aan hun superieuren overbrengen, zoals elke zondag, waarna daar in de open lucht Bijbellezing en gebed volgt, zoals elke zondag. Daarna maakt men rechtsomkeer. Zoals elke zondag.

De stoet trekt heuvelopwaarts en de twee RUC-ers halen de schouders op. Een wekelijks ritueel, en er gebeurt nooit echt iets beroerds. Alleen zal het wel weer oplopen zo tegen de officiële marsdatum, in juni. Maar zo erg als de afgelopen jaren zal het in elk geval niet meer worden, voorspelt de mannelijke agent. Toen was het hier net oorlog. De vrouw schudt meewarig het hoofd. ,,Het heeft zoiets kleinzieligs, zoiets kinderachtigs. Ach, het zal wel een keer doodbloeden.''

Boven, bij de Parish Church, nemen de Oranjemannen afscheid van elkaar. Tot de volgende week maar weer. Jongeren vanaf zestien jaar, de minimumleeftijd voor lidmaatschap van de jeugdafdeling, staan niet echt te springen om zich bij zo'n gestaald protestantse organisatie aan te sluiten. Vanwege de secularisatie, vanwege gebrek aan respect voor zuiver protestantse normen en waarden, vanwege het eigen uitgaanspatroon.

,,Niks doodbloeden. We gaan door totdat we door Garvaghy Road mogen marcheren'', zegt een verbeten David Jones, in zijn auto voor de kerk, want dan kan niemand hem afluisteren. Maar ook hij, de leidsman van Portadowns Oranjeorde, ziet de toekomst met enige zorg tegemoet. Gebrek aan jong bloed, inderdaad, maar ook dat extremistische types, onder het vaandel van de Oranjeordes, hier herrie komen schoppen. Dat is de voorgaande jaren zeker gebeurd, door jonge aanhangers van paramilitaire groepen zoals de Loyalist Volunteer Force, die nogal sterk is in Portadown.

Voor Jones is het nog lang geen vrede in Noord-Ierland, en zeker hier niet. Eerst het marsseizoen maar eens afwachten, kijken of ze straks wel verder mogen paraderen, al is het maar met een symbolische delegatie, maar wel over Garvaghy Road. Nee, een ander route is onbespreekbaar. In 1986, na jaar op jaar rellen in de katholieke Obins Street, had de RUC de route al verlegd. Daar zijn de Oranjemannen toen mee akkkoord gegaan zij het morrend. En nu ook al niet meer door Garvaghy Road? No way! ,,We hebben al genoeg concessies gedaan'', zegt David Jones. ,,De katholieken op Garvaghy Road vinden onze muziek aanstootgevend, nou, dan marcheren we zonder muziek. Ze vinden onze vaandels kwetsend, nou, dan marcheren we zonder vaandels. Maar marcheren zúllen we. En die enorme politiemacht is nodig niet om hen te beschermen tegen ons, maar juist omgekeerd. In dertig jaar Troubles hebben de katholieken, het Ira, onder óns gemoord. Twee keer is het centrum van Portadown door het Ira opgeblazen.''

De katholieken, georganiseerd in de Garvaghy Road bewonerscoalitie, maken van hun territorium bewust een katholiek, republikeins getto, vindt Jones. ,,Die creëren hun eigen apartheid.'' En voor David Trimble, de protestantse huidige premier van de Noord-Iers regering, heeft hij geen goed woord over. In 1995 liep Trimble, ook een Oranjeman, nog triomfantelijk hand in hand met de radicaal-protestantse dominee Ian Paisley op Garvaghy Road, nu is hij premier van een kabinet waarin voormalige Ira-terroristen zitten. ,,Trimble heeft niet alleen verraad gepleegd aan de Oranjeorde, maar aan de principes van het unionisme.''

Nee, een oplossing in de zin van het ene jaar wel, het andere jaar niet over Garvaghy Road ziet David Jones niet zitten. ,,Was het maar zo eenvoudig. Als we een simpel probleem rond een route van zeshonderd meter, van zeven minuten marcheren, niet kunnen oplossen, dan is de vrede nog ver weg.''

Beneden bij het beekje is de RUC blokkade allang opgeheven. Verderop, vijf minuten gaans, begint Garvaghy Road. Een brede weg, met huizen die bepaald niet pal aan de straat staan. Geen getto, nette huizen, met terrasje voor en tuintje achter. De Ierse driekleur uitdagend aan lantaarnpalen, en vlammende muurschilderingen met teksten als 'Ontbind de RUC!' en 'Ira-geen ontwapening!'. Republikeins territorium, dat is duidelijk.

,,Het gaat niet om een klein groepje republikeinse fanatici hier'', zegt Joe Duffy. ,,We praten over een gebied met zesduizend katholieke bewoners, met vijftienhonderd huizen.'' Duffy leidt, samen met Breandan MacCionnaith, de Garvaghy Road Residents Coalition, de verzetsgroep tegen de Oranjemarsen door de wijk. Ook zit hij met MacCionnaith in de gemeenteraad van Portadown. Nee, niet voor Sinn Fein, de republikeinse partij. Als onafhankelijk republikein, als vertegenwoordiger van de bewonerscoalitie.

De problemen rondom de Oranjemarsen zijn niet van de laatste jaren, zegt Duffye, zelfs niet van de laatste decennia. In de bijna 200 jaar dat de Oranjeorde van Portadown nu al zijn marsen houdt, is het vrijwel elk jaar hommeles geweest, zo weet hij. Vorige eeuw werden er elke tien jaar in Westminster Palace, het Britse Lagerhuis, vragen gesteld over de route, over gewelddadigheden. Zelfs in de rustige jaren vijftig, en die heeft hij zelf heel bewust megemaakt, ging het flink van eieren, vooral in Obins Street.

Toen de route verlegd werd, werden ook de problemen verlegd, naar hier, Garvaghy Road. Elk jaar was het raak. ,,In 1995 besloot de RUC-chef, Ronnie Flanagan, de route over Garvaghy Road toe te laten, met toestemming van de bevolking'', zegt Duffy, zelf bij de onderhandelingen betrokken, in de tapijtfabriek, met de geestelijkheid erbij. ,,Nou, toen kregen we die scène met Paisley en Trimble, een diepe vernedering voor ons. Het jaar daarop werd er weer zwaar gevochten, zelf ben ik toen ook in elkaar geslagen.''

Niks to hell with them, laat ze maar lopen. Duffy: ,,Dat deden we in 1995. Met de rug ernaar toe, en Paisley en Trimble dansend samen op straat. Het gaat niet om zeshonderd meter of zeven minuten. In 1997 waren er hier drieduizend man RUC-oproerpolitie om de mars mogelijk te maken. De hele wijk was afgegrendeld, we konden drie dagen niet naar de mis. Het was hier een staat van beleg.''

Er valt niks te praten, zegt Duffy, trouwens dat wil de Oranjeorde niet eens, die heeft nog geen enkele keer met de bewonerscoalitie om de tafel gezeten. ,,Hun enige standpunt is: er moet en zal een mars komen. Wij willen praten over wel of geen mars. Wij willen met rust gelaten worden.''

Tijdens het ritje richting treinstation wijst Duffy her en der plekken en huizen aan waar loyalisten terreurdaden en ander gruwelen hebben gepleegd. Onder de eigen protestantse bevolking wel te verstaan. ,,Het is tuig.''

Het Ira heeft anders in de jaren tachtig en negentig tot twee maal toe zo'n beetje de hele binnenstad opgeblazen. Dat is natuurlijk ook geen pretje. Het duurt even voor Duffy reageert. ,,Ja, we erkennen dat. Dat mag niet meer gebeuren.'' Gewoon ophouden met die onzin, over en weer, is dat geen optie? Duffy: ,,Was het maar zo eenvoudig.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden