Zeshonderd jaar Santa Maria dell’Anima

Piet Winnubst is bestuurslid van ’Il Pontificio Istituto Teutonico Santa Maria dell’Anima’, een instelling die eigenaar is van een prachtige oude kerk en andere gebouwen in het centrum van het oude Rome, en die een zeer rijk verleden kent. Dat verleden maakt duidelijk hoe een Nederlander in het bestuur kan zitten van een Duits instituut.

Er is feest gevierd in Rome. Slechts weinig Nederlanders zullen er weet van hebben gehad. Maar ik wel. En voor mij was het een groot feest.

Ik ben namelijk bestuurslid van een zeshonderd jaar oud pauselijk instituut dat sinds 15 maart 1859 als Il Pontificio Istituto Teutonico Santa Maria dell’Anima (het pauselijke Duitse instituut ’Heilige Maria van de Zielen’) door het leven gaat. Een instelling, eigenaar van een prachtige oude kerk en andere gebouwen in het centrum van het oude Rome, waar Duitstalige priesters een onderkomen vinden om in Rome te studeren. Maar ook een centrum voor Duitstalige pelgrims of toeristen, een opvanghuis voor jonge vrouwen die om een of andere reden hulp nodig hebben en een ’Heimat’ voor Duitstalige mensen die voor langere of kortere tijd in Rome hun woonplaats gevonden hebben. Een instelling met een rijk, zeer rijk verleden.

Naast mij ligt de brief uit 1989 waarin de toenmalige rector van het Nederlandse College in Rome (mgr. M. Muskens – nu bisschop van Breda) aan de rector van de Anima voorstelt om mij in het bestuur op te nemen. De rector van de Anima, een Duits of Oostenrijks priester, moet in het bestuur bijgestaan worden door een raad van vier of zes personen, priesters of leken, woonachtig in Rome, en ’opvallend in vroomheid en trouw aan de Heilige Stoel’. Van deze raad moet er minstens één Duitser, één Oostenrijker, één Belg en één Nederlander zijn. Zo staat het in het nu geldende, 150 jaar oude Vaticaanse document uit 1859. En zo gebeurde het: ik ontving mooie brieven uit het Vaticaan waarin te lezen staat dat ik hierbij benoemd werd; steeds voor zes jaar.

Maar waarom schrijf ik dit alles over een Duits instituut? Wij hebben toch ook sinds het begin van de vorige eeuw een Nederlands College en een oeroude Friezenkerk in Rome?

Waarom een Nederlander in het bestuur van een Duits instituut? Nou, de vraag is of het wel een Duits instituut is?

Is het niet ook, en van oorsprong, een Nederlands instituut? De strijd over deze vraag werd op literair niveau al eens gevoerd in de ’Handelingen van het 28ste Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres te Deventer’ (1904), in het tijdschrift De Katholiek en in een in het Duits geschreven brochure Der niederlündische Anspruch auf die deutsche Nationalstiftung S. Maria dell’Anima in Rom. De voorvechter van de Nederlandse zaak was de flamboyante priester, schrijver en historicus Gerard B. Brom uit Utrecht (1864-1914), de eerste directeur van het nieuwe, in Rome opgerichte Nederlandsch Historisch Instituut. Hij was leerling van de bekende priester-politicus prof. Schaepman (1844-1903), de voorman van het Nederlandse katholieke reveil.

In het begin van de vorige eeuw, met het opbloeien van een hernieuwd nationaal bewustzijn, was de vraag welk volk al dan niet iets had opgericht of uitgevonden van groot belang. De Anima was een belangrijke en rijke instelling in Rome. Het Habsburgse vorstenhuis was beschermheer. Toch ontkenden de Duitse geschiedschrijvers niet, dat de Nederlander Johannes Peters en zijn vrouw Catharina, afkomstig uit Dordrecht, met de koop van drie huizen in de Romeinse wijk Parione een pelgrimshuis en een ziekenhuis waren begonnen onder de naam S. Maria dei Animarum, (waarschijnlijk rond 1350). Om de stichting te besturen, hadden zij ook een broederschap opgericht voor hulp aan pelgrims en zieken van het volk der Allemanen. Wij Nederlanders werden toen ook tot de Allemanen gerekend. (Waar was de tijd gebleven toen wij nog als trotse en grote Friezen bekend stonden?) Maar, zo stelden de Duitsgezinde historici, de stichting van het echtpaar Peters, dat zijn geld verdiende met een paar winkels in Rome, kwam pas echt van de grond met de komst naar Rome van ene Dietrich von Niem (1340-1418), afkomstig uit Niem in het Duitse Westfalen.

Dietrich von Niem studeerde rechten en theologie, en vond een baan bij de pausen in het Franse Avignon als, laten we zeggen, secretaris en notulant. Toen Von Niem, in 1377, met de paus naar het verarmde Rome terugkeerde (in heel Rome woonden toen nog geen 20.000 mensen) en daar aan het pauselijk hof werkte in belangrijke functies, schonk hij de Anima drie huizen. En wat nog belangrijker was: hij gaf de Anima een nieuw statuut en bracht er de in Avignon opgerichte broederschap, met als beschermheilige Sint Barbara, voor het volk van de Allemanen onder. Deze broederschap bestond vooral uit mensen oorspronkelijk stammend uit het gebied dat wij nu als Nederlands en Belgisch Brabant zouden omschrijven. Deze broederschap verenigde zich met een al aan de Anima verbonden broederschap. In de kerk van de Anima kunnen wij nu nog de kapel van de broederschap van de H. Barbara bewonderen.

Het was een grote eer lid te worden van deze door leken geleide broederschap. Pausen, kardinalen, bisschoppen, maar ook een zoon van onze Willem de Zwijger en vele pelgrims die naar Rome kwamen, lieten zich als broeder inschrijven. Je moest dan wel een inschrijvingsgeld betalen en, zo werd verwacht, om de vier maanden een kleinere financiële ondersteuning afdragen. Uit deze inkomsten werden de huizen gefinancierd waar pelgrims een paar dagen gratis konden wonen. En er was nog genoeg geld over om het ziekenhuis tot ‘het beste ziekenhuis van Rome’ te maken, zoals de monnik Maarten Luther tijdens een bezoek aan Rome in zijn dagboek schreef.

Op 21 mei 1406 stelde paus Innocentius VII de Anima onder bescherming van de kardinaal van Rome (daarmee verdwenen verschillende belastingen) en kreeg de broederschap het recht mensen te begraven, wat een extra bron van inkomsten betekende. Von Niem was meerdere jaren zelf rector van de Anima.

Op basis van deze feiten kan men Dietrich von Niem medeoprichter van de Anima noemen. Maar desondanks blijft de Anima een van oorsprong Nederlandse stichting. Paus Adrianus VI die in de kerk van de Anima in een prachtig graf begraven ligt, werd tot voor kort, in vele Duitstalige publicaties ’onze Duitse paus’ genoemd. Nu een echte Duitser onder de naam Benedictus XVI in Rome het ambt van Petrus op zich genomen heeft, zal de behoefte aan het germaniseren van onze Nederlandse paus in de Anima spoedig geheel verdwijnen.

De Nederlandse invloed in de Anima beperkt zich niet tot de oprichting van het instituut alleen. In de 16de en de eerste helft van de 17de eeuw speelden leken en geestelijken uit de Lage Landen een hoofdrol bij het onderhoud en de vernieuwing van de Anima. Uit die tijd stammen ook de prachtige toren, van de tekentafel van de grote architect Bramante, en de mooie, rijk versierde hallenkerk (ingewijd in 1542). Van de drieduizend leden die de broederschap van de Anima tot 1653 heeft gehad, kwam 30 procent uit de Nederlanden; de overigen kwamen voor een groot deel uit het tegenwoordige België en het Duitse Westfalen. In de loop der eeuwen werden in de Anima tientallen bisschoppen gewijd en zijn er vele in hun tijd bekende Nederlanders begraven. (Voor meer informatie, zie het boek van Mgr. Muskens Op bedevaart, voor studie, voor overleg in Rome, ISBN 90-715-95-03-X.)

Het einde van de ’Nederlandse’ Anima voltrok zich in 1742, met een pauselijk besluit om het instituut aan het Habsburgse Huis over te dragen. In die tijd heersten de Habsburgers vanuit Wenen over de Zuidelijke Nederlanden.

De literaire interventies van Giesbert Brom, zoals boven vermeld, leidden ertoe dat er in het begin van de vorige eeuw in totaal nog 21 jonge Nederlandse priesters hun intrek namen in de Anima om in Rome te studeren. Een verblijf in de Anima was niet zelden bevorderlijk voor een voorspoedige carrière in de kerkelijke hiërarchie. Zo bijvoorbeeld, de latere kardinaal en aartsbisschop van Utrecht, Bernard Alfrink, die in 1924 in de Anima verbleef. Ook de huidige paus Benedictus XVI woonde in de Anima. Met de opening van het Nederlandse College op de Aventijn in Rome en het begin van de tweede wereldoorlog kwam er voorlopig een einde aan de presentie van Nederlandse studenten in de Anima.

De laatste jaren is de presentie van Nederland, tot grote tevredenheid van het Anima-bestuur, weer hersteld. De bekende Nederlandse priester, wetenschapper en schrijver Antoine Bodar is niet alleen lid van het priestercollege, maar vervult tevens de eervolle functie van vice-rector. Hij doet daar belangrijk werk voor onze kerk in Nederland. Ik herinner mij hier een woord van de toen oude en gepensioneerde kardinaal Alfrink tijdens een privébezoek bij hem: ’Wat ik, terugziende op mijn jaren als leider van de Nederlandse Kerk ten zeerste betreur is, dat ik te laat tot het inzicht ben gekomen hoe belangrijk het is onze beste priesters naar Rome te sturen.’

Op 21 mei hebben we dus feest gevierd. En daarbij heb ik niet alleen gedacht aan het echtpaar Jan en Katrijn Peters uit Dordrecht, maar in het bijzonder ook aan Dietrich von Niem. Want het toeval wil dat ik in Maastricht opgenomen ben in een oeroude broederschap met als patrones de Heilige Barbara, ooit opgericht met als doel de doden waardig te begraven; een broederschap waaraan ook Von Niem, een clericus, waarschijnlijk een diaken en geen priester, zijn beste krachten gaf.

Ja, ik heb feest gevierd. In het bijzonder ook omdat ik tot het inzicht ben gekomen dat het besluit om van Rome naar Maastricht te verhuizen en hier mijn laatste jaren te volbrengen een waardig en historisch gezien redelijk besluit is geweest. Want ook Dietrich von Niem heeft ooit dit besluit genomen. Hij verhuisde naar Maastricht en werd kanunnik aan de Kerk van Sint Servaas. Hij stierf in Maastricht op 22 maart 1418. Drie dagen vóór zijn dood maakte hij zijn testament. Al zijn bezittingen in Italië schonk hij de Anima: waaronder zeven huizen en een wijnberg.

Helaas bezit ik geen huizen noch een wijnberg in Italië.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden