'ZESDE INTERNATIONAL DOCUMENTARY FILMFESTIVAL AMSTERDAM' Genant kunstzinnig vertoon overwoekert de werkelijkheid

Het 6e IDFA vindt plaats op de volgende Amsterdamse locaties: De Balie, Alfa, Het Nederlands Filmuseum en Paradiso. De belangrijkste bijprogramma's zijn 'Dutch Highlights', 'Media & oorlog' , Top 10 van Dennis O'Rourke', 'Academy award winners' en een programma rond Rudolf van den Berg.

Wanneer volgende week donderdag in het hoofdstedelijke Paradiso het doek valt over deze aflevering van het IDFA, zullen alleen al in de competitie om de 'Joris Ivens Award' 38 documentaires uit 18 landen vertoond zijn. Door de vele bijprogramma's stijgt dat aantal tot een kleine tweehonderd.

Met dit jaarlijkse festival streeft directeur Ally Derks vanaf het begin nobele doelen na. Zij wil dat het meer is dan een met veel tamtam omgeven documentaire-explosie. Het moet ook bijdragen aan de revival van dit filmgenre.

De documentaire moet volgens Derks weer met regelmaat in de bioscoop te zien zijn. Ook vindt zij dat de televisie er meer geld en ruimte voor moet inruimen. Tot nu toe kreeg zij met deze idealen nauwelijks een poot aan de grond, maar dit jaar kan ze bogen op enkele succesjes.

Zo begint de bioscoop Alfa in Amsterdam meteen na het IDFA met een experiment: in de kleinste zaal wordt bij wijze van proef en maar een keer per dag een jaar lang iedere week een andere documentaire geprogrammeerd. Ook voor de thuisbioscoop zijn er dit jaar perspectieven.

Het IDFA organiseert voor het eerst het 'Forum', een markt waar de bedenkers van alleen nog maar op papier bestaande documentaire-projecten in contact kunnen komen met potentiele geldschieters uit de Europese televisie-, distributie- en geldwereld.

Vooral Derks' streven de documentaire terug te brengen in de bioscoop is niet onomstreden. Werd de televisie niet het venster op de wereld dat de bioscoop eens was? Zijn mensen nog wel bereid hun huis te verlaten en een kaartje te kopen voor de werkelijkheid die ze dag in dag uit, gratis en voor niets en ook nog eens via vele kanalen over zich uitgestort krijgen?

Pijnlijker is dat de meeste documentaires die de bioscoop de laatste jaren nog wel bereikten, inhoudelijk en stilistisch niets voorstelden. De laatste maanden waren in dat opzicht illustratief. De filmpers negeerde 'Het Bachvirus', 'Bram', Amor No!' en 'Oswald' en het publiek kwam ook al niet opdagen. Van inhoudelijke durf en filmische flair getuigden slechts 'Het is een schone dag geweest' en 'Romance de Valentia'. Die werden dan ook goed ontvangen.

Op de drie dagen durende persvoorstellingen van het zesde IDFA waar zo'n twintig uur documentaire geconsumeerd kon worden, waren nauwelijks bioscoopwaardige films te ontdekken. Zo bleek 'Jaar 1', (gisteren in deze krant besproken), een staaltje van intellectueel onvermogen. Regisseur Joost Seelen neemt geen enkele afstand van zijn onderwerp. De dubbele moordenaar Alan Reeve die ijvert voor een humanisering van het gevangeniswezen, wordt bij hem een heilige en martelaar. In zijn voetspoor nagelt de regisseur de overheid, het gevangeniswezen en alle daar werkzame autoriteiten aan de schandpaal als de ware misdadigers.

Genant waren ook de vele films waarin de werkelijkheid - het lijkt een nieuwe trend - met een artistiek sausje overgoten wordt. De Russische documentaire 'The last days of the last tsar' bijvoorbeeld verliest iedere zin en betekenis door een overdaad aan bombastische muziekjes en kitscherige fictie-scenes waarin taferelen opgeroepen worden waarvan geen archiefmateriaal voorhanden is. Loos kunstzinnig vertoon overwoekert in deze film de werkelijkheid.

Ook in 'Den teufel am Hintern gekusst' dreigt artistiek gepiel een interessant onderwerp te vernietigen. De hoofdpersoon is de 82-jarige Norbert Schultze, de componist van het liedje 'Lili Marleen'. In opperste onnozelheid babbelt hij honderduit over zijn marsen die de misdaden van de Nazi's heroseerden en de Duitse soldaten tot heldendaden moesten inspireren. Zinnen als 'Ik was gelukkig geen jood en kon Godzijdank gewoon doorwerken', rollen om de haverklap uit zijn mond.

Zijn verbijsterende en onthullende praatjes worden helaas telkens onderbroken door interventies van de regisseurs Arpad Bondy en Margit Knapp. Ze nemen de kijker mee naar hun montagekamer waar ze zinnen als de net genoemde terugspoelen en herhalen of nog eens in gedrukte vorm tonen. Te vaak hangen Arpad en Knapp de artiest uit. Te zelden vertrouwen ze op de zeggingskracht van hun materiaal en het kritisch vermogen van de kijker.

Oliedom

Het meest bevredigend bleken nog de schaarse documentaires waarin de regisseurs hun materiaal onopgesmukt en doeltreffend presenteren. Die dienstbaarheid aan de werkelijkheid kenmerkt 'Amadeu, Amadeu!' waarin Karin Junger twee oliedomme Duitse neo-facistische jongeren te kijk zet, die 'gewoon voor de lol' en zonder dat ze er enige wroeging over hebben een zwarte immigrant doodranselden.

Van vergelijkbare allure zijn John Appels 'Johnny Meyer' over de dood van de Amsterdamse accordeonist en Netty van Hoorns 'The international singing star Leo Fuld', waarin het leven en de carriere van deze bijna 80-jarige Jiddische zanger gereconstrueerd worden.

Dienstbaarheid aan de werkelijkheid levert echter niet per definitie sterke documentaires op. Dat blijkt ondermeer uit Frederick Wisemans 'Zoo'. Op de hem kenmerkende wijze - flarden werkelijkheid gepresenteerd zonder commentaar, muziek of welke kunstgreep dan ook - brengt hij het reilen en zeilen in een dierentuin in beeld. Meer dan een oppervlakkige en gauw vervelende parade van dartele en zieke beesten en zich al dan niet amuserende bezoekers leverde die methode dit keer niet op.

Het gebodene legt, of dat nu komt door de stand van zaken in het documentaire filmen of door een weinig kwalitatief selectie-beleid van Derks, een bom onder het Alfa-experiment. Er konden weleens te weinig documentaires a la 'Het is een schone dag geweest' en 'Romance de Valentia' en bijvoorbeeld ook 'Bewogen koper' gemaakt worden om dit initiatief te laten slagen.

Het is bovendien de vraag of het publiek wel op de 'topstukken' van het zesde IDFA afkomt. Die komen vroeg of laat (de Leo Fuld-film zelfs al morgen) op de buis. Waarom dit soort documentaires dan toch zo nodig de bioscoop in moeten? Vermoedelijk omdat Derks en de haren die hoger achten dan de televisie. Zij menen dat documentaires door vertoning in de bioscoop als vanzelf voorzien worden van het etiket 'Dit is serieuze filmkunst'. Overschatting van de bioscoop en onderschatting van de tv lijken hier hand in hand te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden