Essay

Zes tips om te overleven in de media

Beeld Trouw

Nieuwe media rukken op, maar de invloed van krant en tv blijft groot. Wat, als u in hun handen valt? Kerkjurist Rik Torfs geeft zes tips voor uw media-survival.

Beeld RV

1. Verwacht geen objectiviteit

Wijzelf veranderen. De media ook. Dat goed zien en beseffen, behoedt ons voor vele frustraties en valse verwachtingen. De maatschappelijke positionering van de traditionele media is de voorbije halve eeuw grondig gewijzigd.

In Nederland en Vlaanderen verliep de evolutie overigens merkwaardig verschillend. In het begin van de jaren zestig waren zowel de Volkskrant als het Vlaamse De Standaard door en door katholieke kranten. Al vroeg zwoer De Volkskrant het katholicisme af en zwenkte (net als Trouw) in het zog van de tijdgeest naar links. Met De Standaard verliep het helemaal anders. Tot 7 september 1999 stonden de letters AVV-VVK op de voorpagina: Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus. Toen pas presenteerde de krant zich als ze ‘ongebonden tegenover elke partij, elke politieke ideologie en elke zuil’.

De ontzuiling die zowel in Nederland als in Vlaanderen plaatsvond, maar op verschillende tijdstippen, werd algemeen toegejuicht, niet het minst door de kranten zelf. Minder afhankelijkheid, meer kwaliteit. Kranten die niet langer schatplichtig waren aan een zuil waanden zichzelf objectief.

Waren ze dat echt? Merkwaardig is wat De Standaardhoofdredacteur Karel Verhoeven in 2015 schreef: “Terwijl politici steeds heftiger de polemiek opzoeken, zweren journalisten (en hun lezers) vaker bij de nuance - met feiten, cijfers en desgevallend een rekenmachine in de hand.”

Dit illustreert de voltooiing van een evolutie in drie stappen. Fase één: krant ondersteunt partijen en politici van een zuil. Fase twee: krant pakt uit met haar ongebondenheid. Fase drie: krant werpt zich op als alternatief voor de al te polemische politiek en brengt de waarheid. Kort-om: van dienaar via observator tot participant.

Wilt u in de media overleven, houdt u daar dan rekening mee. Verwacht geen neutraliteit. Die bestaat niet. Realiseert u zich dat mensen die behoren tot een zuil die door een krant verlaten is, met argwaan worden bekeken door die krant.

Toen ik in de jaren negentig lid was van de progressief-katholieke Acht Meibeweging en we in Utrecht een ‘stuk voor de krant’ voorbereidden, hoorde ik van mijn collega’s die de Nederlandse media goed kenden: “We kunnen overal proberen. Maar bij de Volkskrant maken we geen kans.” Zoals vandaag katholieken met hun stukken moeilijk bij De Standaard terechtkunnen.

Ziehier mijn eerste overlevingsstrategie: verwacht van een krant geen objectiviteit. Kijk goed naar haar lijn en ideologie, vooral wanneer ze beweert er geen te hebben. Word niet boos, windt u zich niet op. Zoek gewoon een andere krant die beter bij u past. Mocht u er geen vinden, lees een boek. En als u niet graag leest, begin te twitteren.

Beeld RV

2. Wees geen bruggenbouwer

De intrede van fake news heeft de journalistieke wereld stevig door elkaar geschud. In strikte zin gaat het bij nepnieuws om volledig verzonnen verhalen die als echt worden gepresenteerd. Overdrijvingen of toegevoegde details zijn journalistiek niet oké, maar zijn geen nepnieuws in de strikte zin.

Donald Trump maakte de term populair tijdens de presidentsverkiezingen van 2016, en hij verruimde hem. Zeker in een verkiezingscampagne worden er veel onwaarheden, beter nog halve waarheden verteld, die onvoldoende onwaarheid bevatten om helemaal leugens te zijn.

Een misverstand is dat de discussie over fake news over feiten gaat. Zeker, bij de bestaansmogelijkheid van feiten zijn kanttekeningen mogelijk. Geregeld worden Michel Foucault en Jacques Derrida met de vinger gewezen omdat ze de ‘feitelijkheid’ van feiten zouden laten afhangen van wie ze interpreteert, van diens sociale positie.

Als Leuvens student beleefde ik hoe, in 1976, de Nederlandse hoogleraar Jan M. Broekman in koeien van letters op het bord schreef: “Feiten zijn geen feiten.” Ben ik nooit vergeten.

Het gaat bij de discussie over nepnieuws dus niet over feiten, althans niet op de eerste plaats. Wel om het morele oordeel erover. Dat is in de media vaak uniform en absoluut. Op dat punt raakte Donald Trump een gevoelige snaar, waar mediacoryfeeën te gemakkelijk lacherig over doen. De laatste jaren beleven we, verrassend misschien, een terugkeer van de absolute moraal. Ze zegt welke feiten ‘geoorloofd’ zijn en welke niet. Menselijke kenmerken gebaseerd op raciale verschillen kunnen bijvoorbeeld niet. Begrijpelijk, gezien de ontsporingen van het nazisme.

Toch kunnen we moeilijk om de vaststelling heen dat Keniaanse en Ethiopische langeafstandslopers dominant zijn. Puur toeval?

Of neem de morele inkleuring van feiten in de klimaatdiscussie. Dat de menselijke factor een invloed heeft op het klimaat, betwist niemand. Maar elke nuancering van die invloed lokt hevige reacties uit, waarbij morele verontwaardiging een volwaardige discussie over de feiten verhindert.

Het moraal

Het huidige debat, ook in de media, gaat impliciet vaak uit van een absolute moraal. Gaat transparantie altijd voor, ook als ze de veiligheid bedreigt of de privacy van mensen? Volgens sommigen wel. Was elk beleid in koloniale tijden zonder uitzondering slechter dan een, mogelijk nog wredere, onderdrukking door lokale leiders? Er zijn mensen die daar ‘ja’ op antwoorden. Anders uitgedrukt: feiten kunnen vals zijn, maar wat net zo goed kan, is dat er een overdreven, haast goddelijke, morele connotatie aan wordt gehecht.

De reactie tegen moreel absolutisme leidt vaak tot een overspannen aandacht voor de eigen identiteit. Voor normen en waarden die soms in allerijl moeten worden verzonnen. Zoals door de Belgische ambtenaar van de burgerlijke stand die een huwelijk weigerde te voltrekken toen de bruid hem geen hand wilde geven. Onzin, geen wet vereist zulks.

Toch zie ik die krampachtige hunkering naar identiteit (in de stijl van Trump) als een reactie op de comeback van de absolute moraal. Die discussie speelt ook in de media, waarbij de intellectuele elite vaak de absolute moraal van politieke correctheid hanteert en het ‘gewone volk’ het identiteitsdenken aanhangt. De populaire media pikken dat laatste op.

Begeeft u zich in de media, houdt u dan deze trends goed in de gaten. Het is niet verboden een poging te ondernemen om de tegenstellingen te overstijgen, maar reken daar niet te veel op. De culturele kloof in de samenleving is diep.

Beeld RV

3. Benut humor met mate

Humor. Hoe overleven we die?

Van nature ben ik niet geheel tegen humor gekant. Vaak helpt hij om vastgelopen situaties te ontmijnen. Als twee mensen in een discussie met getrokken messen tegenover elkaar staan, is humor het laatste overblijvende argument dat beiden kan overtuigen. Humor helpt om afstand te nemen en ruimte te creëren. Maar in de hedendaagse media is hij ook een juridisch waterdichte techniek van belediging. Laat me onmiddellijk zeggen dat beledigen juridisch moet kunnen. We mogen niet weekhartig zijn. Maar: niet alles wat juridisch mag, is een goed idee.

Je kunt besluiten iemand niet te beledigen, uit wellevendheid of menslievendheid. Het debat daarover viel nooit stil sinds de Deense krant Jyllands-Posten in 2005 twaalf Mohammed-spotprenten publiceerde. Iemand kan besluiten ze niet te plaatsen, vanuit een grote zorg voor andermans gevoeligheden. Maar die houding verloor terrein na de terroristische aanslag van 7 januari 2015 op de redactie van Charlie Hebdo. Terughoudendheid in humor, zeker wanneer het om de islam gaat, geldt sindsdien als onderworpenheid. Wat spijtig is: iemand kan de aanslagen streng veroordelen en toch vrijwillig, niet uit angst, een zekere courtoisie in zijn humor bewaren. Die nuance gaat verloren.

Ook buiten de context van de multiculturele samenleving is humor vaak revanche op de werkelijkheid. Dat is niet nieuw. In Nederland lokte Hugo Brandt Corstius (1935-2014) vorige eeuw heel wat controverse uit. Mensen werden afgekraakt met argumenten ad hominem en het ridiculiseren van hun lichamelijke kenmerken. Zo noemde Brandt Corstius de Leidse criminoloog Wouter Buikhuisen een ‘kale, impotente carrièrewetenschapper’. Zijn werk leverde de schrijver in 1985 de P.C. Hooftprijs op.

De bijtende stijl vond later ook in de Vlaamse satire ingang. Vertrekpunt is altijd een vaststelling die op zichzelf waar is, waaraan vervolgens allerlei verzonnen feiten worden toegevoegd. Het genre heeft succes, juist omdat het een uitlaatklep is voor rancuneuze gedachten en gevoelens die zonder het etiket ‘humor’ menselijk en juridisch niet door de beugel kunnen.

Hier is mijn overlevingsstrategie: doe niets. Juridische actie is vruchteloos. Omdat in satire altijd een beetje waarheid zit. Bovendien is de belediging, zoals elke uiting van emotie, in onze tijd commercieel succesvol. Hoe dan wel reageren?

Probeer zelf op een vriendelijke manier aan humor te doen. Humor is altijd wat wreed, maar laat hem niet enkel over aan wrede mensen.

Beeld RV

4. Hou je hoofd koel

De hype. Probeert u die vooral te negeren. Als u onder kritiek wordt bedolven, past vooral koelbloedigheid. De kunst van het nietsdoen. Niet bewegen.

Al bent u inhoudelijk overtuigd van de juistheid van uw stelling, gelijk hebben is nog geen gelijk krijgen. U dient bereid en in staat te zijn de druk van media en publieke opinie te trotseren.

Een merkwaardig incident, eind oktober 2014. Een priester uit Brugge werd zes jaar eerder ontslagen nadat hij een jongen van zeventien dronken had gevoerd en betast. De rechtbank bevond de priester schuldig, maar hij kreeg opschorting van straf, waardoor hij een blanco strafregister behield. Wel moest hij zich aan een paar voorwaarden houden.

Na een proefperiode van vijf jaar gaf bisschop Jozef De Kesel de dader een tweede kans, en benoemde hem tot pastoor in Middelkerke. Dat leidde tot een storm van verontwaardiging. De bisschop hield aanvankelijk voet bij stuk, maar onder de aanhoudende pressie kwam hij snel op zijn beslissing terug. Juridisch en moreel had hij voor zichzelf alles netjes voor elkaar, helaas, de mediastorm was hem te veel.

Schat u die ophef vooraf goed in. Neem dus nooit een positie in die u misschien later onder druk moet verlaten.

De bisschop maakte geen goede beurt. Dat hij geen tweede kans kreeg was voor de jonge priester minder erg dan de nieuwe, scherpe kritiek. Zelfs al duurt een mediastorm zelden langer dan twee dagen, daarna steekt immers steevast een nieuw onderwerp de kop op, die twee dagen duren een eeuwigheid voor wie niet goed is voorbereid.

Beeld RV

5. Mijd de nuance

Hou twee belangrijke vuistregels voor ogen. Vooreerst: sentimentele argumenten zijn altijd sterker dan rationele.

Ooit schreef ik een column over een studente die tijdens een examen Zweden een buurland van Zwitserland noemde. Ik had het verhaal van horen zeggen en beschreef haar onherkenbaar. Maar het gevoelsargument dat je over fouten van studenten in een leerproces niet mag berichten, ook niet in fictie, verhinderde een rationeel debat over de basiskennis die een student vandaag nodig heeft. De traan verslaat de gedachte, altijd.

Vervolgens: toen ik, als senator, in het begin van dit decennium het christen-democratische gedachtengoed probeerde op te frissen, wilde ik het begrip ‘enerzijds, anderzijds’ enige glans geven. In mijn kielzog doet Trouw-columnist Stevo Akkerman hetzelfde met zijn keuze voor ‘de keiharde nuance en het onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’.

Akkerman won er Heldrings columnistenprijs mee, maar ik ontraad u navolging. Doe dit nooit. Ik had er weinig succes mee. ‘Enerzijds, anderzijds’ staat algauw voor wankelmoedigheid. Zeg heel radicaal enkel ‘enerzijds’. Of enkel ‘anderzijds’. U zult tegenstanders hebben, maar ook medestanders.

Zoekt u een middenpositie, dan levert dat vooral tegenstanders op. En onbegrip bij de media, die op straffe quotes zitten te wachten. Ze zullen u zeggen: “Wat u beweert, is voor ons niet helemaal helder.” Ze bedoelen: “Het is niet radicaal genoeg.”

Beeld RV

6. Neem media niet te serieus

Ten slotte een toegift, een overkoepelende strategie om de media te overleven. Neem de media niet te ernstig. Dat doen ze zelf wel. Berichten zijn vluchtig. Meningen ook. Wat vandaag een deugd is, is morgen een misdrijf. Wat vandaag wijsheid lijkt, is morgen een cliché. Wie vandaag de winnaar van de geschiedenis is, is morgen vergeten, net zoals de verliezer. Nergens lijkt de eeuwigheid zo lang en duurt ze zo kort als in de media.

Beeld Rik Torfs

Kerkjurist Rik Torfs was leider van de CD&V-fractie in de Belgische Senaat. Hij is in Nederland en in Vlaanderen een graaggeziene gast in de krant en op tv.

Lees ook: Jagen op nepnieuws is een serieuze aangelegenheid

Nepnieuws is een hype. Er wordt onderzoek gedaan, fondsen komen los. Een groep toegewijde nieuwscheckers van de Universiteit Leiden trekt op verzoek van Google en Facebook ten strijde tegen verzonnen verhalen.

Lees ook: Stappenplan tegen eenzijdige blik media

Mooie beloftes en 'allochtonenpotjes' ten spijt, wil het maar niet lukken met de culturele diversiteit in de journalistiek. Onderzoeksjournalist Zoë Papaikonomou en organisatieantropoloog Annebregt Dijkman bestuderen hoe het wel moet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden