’Zero risk kunnen we nooit garanderen’

Gerrit van der Wal: "In de gezondheidszorg gaat 80 miljard euro om, terwijl ons toezicht de burger nog geen kopje koffie per jaar kost." (MAARTJE GEELS)

Op elke 60.000 werknemers in de zorg staat een inspecteur, die erop moet toezien dat zij hun werk naar behoren doen. „Controle in iedere operatiekamer, achter iedere deur is dus onmogelijk”, zegt inspecteur-generaal voor de Gezondheidszorg Gerrit van der Wal. Hij zou dat ook niet willen. „Dan krijg je bureaucratie, krampachtigheid op de werkvloer.”

Had zijn inspectie kunnen voorkomen dat een aan slaap- en kalmeringsmiddelen verslaafde neuroloog sinds de jaren negentig tientallen foute diagnoses stelde, verkeerde behandelingen uitvoerde en zo’n 170 slachtoffers maakte?

Een maand na het onderzoek naar het toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg op de Enschedese neuroloog Ernst Jansen, heeft Gerrit van der Wal grondig gereflecteerd. „Ik denk niet dat dat in ons vermogen lag. Wij hadden deze slachtoffers niet kunnen voorkomen. Ook als we wel dossieronderzoek hadden gedaan, hadden we de foute diagnoses niet ontdekt. Dat kan alleen een behandelend arts na uitvoerig onderzoek.”

Het rapport is voor de IGZ en haar medewerkers een bron van dubbele gevoelens, zegt Gerrit van der Wal, inspecteur-generaal van de toezichthouder, in zijn werkkamer in Utrecht. Niet omdat de conclusies en aanbevelingen fout zijn, integendeel. Hij onderschrijft de feiten en conclusies, de meeste aanbevelingen zijn in de afgelopen zes jaar al doorgevoerd. „Het is afschuwelijk wat die patiënten van de inmiddels gepensioneerde neuroloog is overkomen. Dat zeg ik niet alleen namens mezelf, maar namens de hele organisatie. Het zal je maar gebeuren dat je met een verkeerde diagnoses naar huis wordt gestuurd, ten onrechte te horen krijgt dat je ongeneeslijk ziek bent, Alzheimer, Parkinson of multiple sclerose hebt.”

Het is vooral het ontoereikende toezicht dat zijn mensen dwarszit, legt Van der Wal uit. „Juist het voorkomen van dit soort leed is een van de belangrijkste drijfveren van onze medewerkers.”

De 164 pagina’s van het onderzoek ’Angel en Antenne’, opgesteld door oud-topambtenaar Rein Jan Hoekstra, lezen als een autopsieverslag. Stap voor stap ontleedt hij het functioneren van de IGZ in afgewogen hoofdstukjes met klinische titels als ’De inspectie, patiënten en de neuroloog’ en ’De inspectie, de raad van bestuur, raad van toezicht en de neuroloog’. Met als onweerlegbare conclusie dat de toezichthouder eerder in actie had moeten komen en de zaak had moeten onderzoeken.

Hoekstra verwijt de inspectie dat zij signalen tussen 2000 en maart 2004 over het disfunctioneren van de medisch specialist negeerde. Signalen van patiënten, maar ook van de apotheek waar Jansen vervalste recepten indiende om in zijn verslavingsbehoefte te voorzien.

Van der Wal doet niks af aan deze conclusie maar, merkt hij fijntjes op, de focus van de commissie-Hoekstra doet geen recht aan het gehele verhaal. „Ik snap het wel, Hoekstra onderzocht ons functioneren op verzoek van de minister van volksgezondheid. Daarmee blijft de rol van de neuroloog, zijn collega’s in de maatschap én van de raad van bestuur van het ziekenhuis buiten beeld.”

Het toenmalige ziekenhuisbestuur was vooral geïnteresseerd in beperking van reputatieschade en hield de zaak onder de pet, zo bleek vorig jaar al uit onderzoek.

En waar Hoekstra de inspectie kwalijk neemt dat zij niet doortastend optrad tegen de raad van bestuur van het Medisch Spectrum Twente, (Hoekstra: „De inspectie had moeten doorvragen”) benadrukt Van der Wal vooral hoe moeilijk het is de waarheid boven tafel te krijgen als de gesprekspartner die doelbewust verdoezelt.

„Delen van het publiek zullen dit rapport zien als vernietigend voor de inspectie. Maar het veld, de maatschappen, de raden van bestuur, weet precies waar het om gaat. Die weten hoe moeilijk toezicht is als men niet open en transparant is. Er zat, waar het de verantwoording betreft, destijds gewoon een waardeloos bestuur daar in Twente.”

Het hele gezondheidsstelsel is volgens Van der Wal een ’uitgebalanceerd systeem van checks and balances, van zelfregulering en vertrouwen. „Als toezichthouder hebben we een maatschappelijke functie om dit systeem draaiende te houden en de kans op dit soort zaken zo klein mogelijk te maken.”

Een goede balans tussen vertrouwen en controle is cruciaal voor het functioneren van zijn inspectie, legt de IGZ-baas uit. In de zorg werken bijna 1 miljoen mensen. Jaarlijks vinden 1,6 miljoen ziekenhuisopnames plaats. „Controle achter iedere deur en in iedere operatiekamer is onmogelijk. Ik heb het uitgerekend: we komen op één zorginspecteur op de 60.000 werknemers in de zorg.”

Toezicht houden is altijd een zaak van risico’s wegen en van selecteren, zegt Van der Wal. „Aan ons de taak om dat met kennis en inzicht zo goed mogelijk te doen. Maar uiteindelijk is vooral vertrouwen cruciaal. Vertrouwen en verifiëren van prestaties, gewoon zakelijk, dat heeft niets met wantrouwen te maken.

„En eerlijk gezegd zou ik ook niet anders willen. Anders stevenen we af op een samenleving die doet denken aan een politiestaat. Dat is slecht voor de medewerkers in de zorg. Die gaan achteroverleunen, in afwachting van de oplossing die de inspectie aandraagt. Ze gaan risico’s mijden. Je krijgt bureaucratie, krampachtigheid op de werkvloer. Je ontneemt mensen hun intrinsieke motivatie. En dat is ook slecht voor de patiënten.”

Maar de samenleving eist toch dat ieder risico wordt uitgesloten?

Zero risk is onzinnig. Dat kunnen we nooit garanderen. Iedereen die je daarover spreekt – burgers, politici en journalisten – begrijpt dat wel. Maar als er een incident is, duikt meteen de handhaafreflex op. Politici en journalisten roepen dan meteen: ’Zie je wel, u kúnt die raden van bestuur toch niet vertrouwen? Ze bedotten u! U bent naïef!’.

„Ik begrijp die reflex wel, maar antwoord dat je wel moet kijken hoe we het toezicht in Nederland hebben geregeld. Daar liggen maatschappelijke en politieke keuzes aan ten grondslag.”

Zo bepaalt de Kwaliteitswet Zorginstellingen, waarbinnen de inspectie werkt, dat de zorgsector zichzelf reguleert en dus zelf verantwoordelijk is voor de kwaliteit.

Daar moet de sector dan ook volwassen mee omgaan, vindt de IGZ-baas. „Het betekent dat professionals en bestuurders veel vertrouwen krijgen. Maar keerzijde is ook dat zij verantwoording afleggen, transparant zijn.”

Wat als zij dat laten afweten, zoals in Twente is gebeurd? „Ik kan nooit de garantie geven dat dit volgend jaar niet weer gebeurt. Waar je me wel op kunt afrekenen, is dat wij, binnen de mogelijkheden die we hebben, de kans daarop maximaal verkleinen. Wat dat betreft zijn we door andere werkprocessen beter bezig dan zes jaar geleden.”

Bovendien zijn de tijden veranderd, onderstreept de IGZ-baas. „Tien jaar geleden, toen dat drama in Twente langzaam ontstond, waren ziekenhuizen nauwelijks bezig met kwaliteit, patiëntveiligheid en transparantie. Ziekenhuisbestuurders praatten vooral over stenen en financiën. Het was hondsmoeilijk een disfunctionerende specialist een ziekenhuis uit te werken.

„Nu is de durf om disfunctioneren aan te pakken is veel groter, ook omdat dat beter te onderbouwen is nu we werken met prestatie-indicatoren en kwaliteitsrichtlijnen. Ik weet zeker dat er tegenwoordig geen ziekenhuisbestuurder is die zich zo’n neuroloogaffaire wil laten overkomen.”

Daarnaast komt er aanvullende wetgeving aan en een systeem dat raden van bestuur verplicht de inspectie vroeger in te lichten bij problemen die een risico vormen voor de kwaliteit van de zorg. Tegelijkertijd ontwikkelt de zorgmarkt zich explosief. Kan de IGZ dat bijbenen? Marktwerking leidt inderdaad tot talloze initiatieven, erkent Van der Wal. „En tot grotere risico’s.”

Uit een eerste raming van de IGZ blijkt dat er minstens 2100 nieuwe thuiszorgbedrijfjes zijn ontstaan. „Daarvan zijn er zo’n duizend zorgboerderijen, waarover we te weinig weten. Maar ook in andere sectoren zijn er witte vlekken, waar we onvoldoende aan toekomen. De particuliere verslaafdenzorg, de ggz, de crisisdienst, privéklinieken voor tandheelkunde. Er blijven ieder jaar tientallen projecten over die we eigenlijk wel hadden willen uitvoeren.”

Daarom heeft Van der Wal op het ministerie van VWS verschillende keren om uitbreiding van zijn dienst gevraagd. 75 tot honderd mensen erbij, zo’n 7,5 miljoen euro extra. „Moeilijk te honoreren natuurlijk. Ik weet ook wel dat de overheidsfinanciën niet tot in de hemel groeien, zeker nu niet. Maar wij zijn nimmer gegroeid, in tegenstelling tot de gezondheidszorg. Daar gaat 80 miljard euro in om. Ik heb uitgerekend dat ons toezicht de burger nog geen kopje koffie per jaar kost. Hooguit tweeënhalve euro. Wat zou 7,5 miljoen extra kosten? Een suikerklontje per burger?

„De politiek heeft altijd gezegd: marktwerking vereist een krachtige toezichthouder. Daar houd ik haar maar aan. En anders zal men risico’s moeten accepteren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden