Zelfvernietiging na bevel, Broer van gesneuvelde in Javazee stuit op vijftig jaar oude trauma's van 'absurde zeeslag'

Een halve eeuw na de Slag in de Javazee wil Dick M. Offringa dat 'eindelijk de waarheid over deze dwaze zeeslag wordt uitgesproken: een opgedragen zelfvernietiging die bijna duizend Nederlandse marinemensen het leven kostte'.

"Er zullen binnenkort wel weer toespraken zijn met cliches over niet tevergeefs gebrachte offers en Doorman's heldendood" , zegt Offringa. Hij doelt op de komende herdenkingsdienst in de Haagse Kloosterkerk op 27 februari, met onthulling van een plaquette ter ere van schout bij nacht Karel Doorman. Het marineoptreden tegen de Japanners is dan precies vijftig jaar geleden. "Mijn broer Martien, seiner bij de marine, is in die slag gesneuveld. Onze familie heeft hem elk jaar herdacht op 4 mei. Toch hebben wij zijn onnatuurlijke, vroegtijdige dood nimmer aanvaard."

Offringa, gepensioneerd leraar Frans, oordeelt na speuren in archieven en na gesprekken met overlevenden dat 'waardevolle jongens de hel in werden gejaagd door een ijdele, doorgeslagen baas'. Die baas was niet Karel Doorman, de op de Japanse overmacht afgestuurde eskadercommandant, maar vice-admiraal C. E. L. Helfrich. Offringa heeft een manuscript liggen, waarin hij de lotgevallen van zijn broer ('deels feiten aan de hand van brieven, deels historisch-biografische roman') heeft beschreven. Daarin schroomt hij niet om Helfrich, de marine-bevelhebber in het toenmalige Nederlands-Indie, te betichten van 'vechtjasserij en van een kortzichtige, dus rampzalige beslissing'.

De op 27 februari 1942 gevoerde Slag in de Javazee heeft nauwelijks invloed gehad op de strijd tegen de Japanse invasievloot: de landingen werden slechts 24 uur vertraagd. Karel Doorman vond de dood aan boord van de getorpedeerde kruiser De Ruyter. En zijn vlaggesein 'All ships follow me' heeft later door de foutieve vertaling 'Ik val aan, volg mij' de bijsmaak van valse heroiek gekregen. Met vlaggeschip De Ruyter werden in de zeeslag de Nederlandse kruiser Java, de torpedobootjager Kortenaer en de Britse torpedobootjagers Jupiter en Electra tot zinken gebracht. De dag daarop zonken ook de Amerikaanse kruiser Houston, de Australische kruiser Perth, de Britse kruiser Exeter en de torpedobootjager Encounter.

Het geallieerde eskader was door de afwezigheid van verkenningsvliegtuigen 'blind' en een gemakkelijke prooi voor de Japanners. Zij waren oppermachtig in de lucht en beschikten bovendien over een geheim wapen, torpedo's met een bereik van 40 kilometer. Japan had met bommenwerpers vanaf zijn vliegkampschepen op 7 december 1941 de Amerikaanse vloot in Pearl Harbour vernietigd en drie dagen later het Britse slagschip Prince of Wales en de slagkruiser Repulse. De Nederlandse vice-admiraal Helfrich, die in Batavia zetelde, ging niettemin de zeeslag aan en stuurde Karel Doorman met zijn personeel de Javazee op. Want - aldus Offringa - voor Helfrich stond bij voorbaat vast dat in de Javazee slag moest worden geleverd. Hij vond terugtrekken onaanvaardbaar.

Zinloze actie

Was dit geen zinloze actie? De marine-historicus dr. Bosscher schrijft in zijn in 1986 uitgekomen De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog, dat Helfrichs houding verdedigd kan worden. Washington vond tijd winnen door een vertraging van de Japanse opmars een belangrijke strategische doelstelling. Bovendien zou het al op zee afzien van verdediging door de Indische bevolking ('alsof dat een homogene groep was', zegt Offringa) als een ernstige morele nederlaag zijn gezien. Toch meent Bosscher dat 'er reele grond is voor de veronderstelling dat Helfrich het rampzalige treffen had kunnen voorkomen'. "Tegenover de gouverneur-generaal van Nederlands-Indie (de politieke leiding) en de geallieerde oorlogsleiding had hij het standpunt kunnen innemen dat het beter was de Nederlandse en de bondgenootschappelijke zeestrijdkrachten tijdelijk uit de wateren rond Java terug te trekken in plaats van hen op de invasievloot af te sturen."

Dick Offringa zegt hierover dat ook Doorman tot op het laatst pleitte voor terugtrekken naar een strategisch gunstiger strijdtoneel. "Maar Helfrich besliste als een stuurman aan de wal over leven of dood van schuitenvol goeie kerels."

Tekenend vindt Offringa dat de Commandant Marine in Soerabaja, kapitein ter zee P. Koenraad, al in mei 1942 opmerkte dat volgens een aantal marine-officieren 'de in de Javazee gevolgde strategie in strijd was met hetgeen op de Hogere Marine Krijgsschool was geleerd'.

Waarom verdiepte u zich zo in de geschiedenis van deze slag, dat het zelfs tot een manuscript is gekomen?

"Mijn broer, die seiner was op de kruiser De Ruyter, was drie jaar ouder dan ik. Twaalf jaar hebben we elkaars vreugde en verdriet gedeeld; ik kende hem door en door. Ik durf zelfs te zeggen dat er parallellen bestaan tussen zijn manier van denken en de manier waarop ik de dingen benader. En toen ik zijn brieven vond en familiepapieren, ben ik dieper op de zaak ingegaan. Ik was inmiddels, in 1983, in de vut, dus ik had er de tijd voor. De vraag naar 'het waarom' van de Slag in de Javazee heeft me sindsdien beziggehouden. Tot mei 1940, toen door de Duitse inval de postverbindingen met Nederlands-Indie waren verbroken, hebben wij brieven van hem ontvangen. Maar ik wilde weten hoe het daarna met hem is gegaan. Ik ben in archieven gedoken en heb gesproken met overlevende marinemensen. Onder hen zijn er nog steeds die door een psychiater worden behandeld vanwege de trauma's die ze hebben opgelopen."

Het lijkt wel alsof u de marine verantwoordelijk stelt voor de dood van uw broer, in plaats van het toenmalige Japan.

"Nee, de marine had een preventieve taak en in gematigde marinekringen was het duidelijk dat de middelen van de marine te beperkt waren om het reusachtige gebied van de archipel te verdedigen. Ten gunste van Helfrich kan misschien worden opgemerkt dat hij geen idee had van de kracht van de Japanse vloot, dat de Amerikanen hem in onwetendheid hielden over de situatie. Maar ondanks 'Pearl Harbour' kwam de gedachte de vloot naar Australie te laten uitwijken om later terug te kunnen slaan, niet bij hem op. Hij schetterde dat de Nederlandse marinemensen beter op zee konden zijn, dan achter een biertje in de kantine aan de wal; uitvaren tegen de Jappen vond hij beter voor het moreel."

"Hoewel ik niet de marine als zodanig wil beschuldigen, zie ik als diepste oorzaak van het gebeuren toch het africhten op willoze gehoorzaamheid. Het opvolgen van een bevel zonder nadenken, is er van begin af aan bij de jongens ingeramd. De overlevenden, nu 70-jarige mannetjes, zie ik verscheurd door het hebben moeten opvolgen van bevelen en het nadien optredende sterke gevoel dat het allemaal niet goed zat. En net als nu had solidariteit aan boord hoge waarde."

Machthebbertjes

Heeft uw onderzoek nog iets toegevoegd aan wat u al wist?

"Dat we moeten voorkomen dat er steeds opnieuw machthebbertjes opstaan die mensen de dood in kunnen jagen. Bij de Slag in de Javazee was er sprake van executie van eigen mensen, die - het is in onze tijd bijna niet meer te begrijpen - moesten gehoorzamen aan de foute bevelen van een gedrevene, de ijdele en ambitieuze Helfrich. Doorman wist dat het een wanhoopsdaad was. Hij zei tegen zijn vroegere stafchef Van der Kun, toen deze bij het afscheid op de wal vroeg of er een weerzien zou zijn: 'In het hiernamaals, sonny'. Karel Doorman kon niet anders, hij zou wegens weigering van een bevel tegen de muur zijn gezet. De schout bij nacht heeft nog tijdens de gevechtshandelingen zijn bevelhebber op de realiteit willen wijzen met zijn telegram: 'Personeel heden aan grens uithoudingsvermogen, morgen overschreden'. Kon hij nog duidelijker maken de actie in het belang van mensen en schepen te willen beeindigen? Helfrich had daarentegen het eskader in volle zee het absurde telegram gestuurd: 'U moet aanvallen voortzetten tot de vijand is vernietigd'.

Doorman moet zich veroordeeld hebben gevoeld, niet door de duizenden die hem moesten gehoorzamen, maar door die ene man die boven hem was geplaatst. Helfrich is ook na de oorlog de mythe vol blijven houden dat 'de ware betekenis van deze Slag ver uitging boven de strijd'.

"Mijn moeder ontving, zoals alle nabestaanden, in 1947 een woord van medeleven van koningin Wilhelmina. De slotzin luidde dat mijn broer 'een groot zoon van ons volk was en als zodanig bij Mij in dankbare herinnering zal voortleven'. Die gebruikelijke theatrale zinsnede heeft ons niet gekwetst, wel de 'handtekening'. De naam Wilhelmina was niet persoonlijk, maar een stempel in paarse kleur."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden