Opinie

Zelfverbranding is een pijnlijke politieke daad

De technische recherche onderzoekt de plek des onheils.Beeld anp

De Iraanse asielzoeker die zichzelf in brand stak op de Dam, wilde een statement maken. Waar blijft de discussie?

Over de asielzoeker die zichzelf op de Dam in Amsterdam in brand stak is eindelijk wat meer bekend. De krant beschreef gisteren dat de zesendertigjarige Kambiz Roustayi was uitgeprocedeerd, en eind maart van de IND te horen had gekregen dat ook zijn laatste aanvraag was afgewezen. Hij had tien jaar in asielzoekerscentra verbleven, in vreemdelingenbewaring, in uitzetcentrum Ter Apel.

Ook zonder die informatie herken ik een politieke daad als ik er een zie. Wanneer deze man zichzelf alleen zijn uitzetting naar Iran had willen besparen, dan had hij, zelfs wanneer hij geen enkele andere uitweg had gezien dan zelfmoord, zich de gruwelijke pijn van zijn zelfverbranding kunnen besparen door een andere manier van zelfdoding te kiezen. Hij nam bewust het risico op jarenlange pijn en een leven als verminkte, door zijn daad te verrichten op klaarlichte dag, midden in Amsterdam, tussen de toeristen. De kans dat hij er levend vanaf gekomen was, was aanmerkelijk kleiner geweest wanneer hij, ik zeg maar iets, zijn polsen had doorgesneden in een warm bad in een hotelkamer.

Openbare zelfverbranding is al sinds de monniken die zich in Vietnam in brand staken in de jaren zestig, een radicale daad die bedoeld is om de aandacht te vestigen op misstanden. De daders hopen dat hun offer het leven van anderen zal beteren.

Wellicht getuigt de air van heldendom die (nog steeds) om Thích Quàng ¿uc, Jan Palach en Mohammed Bouazizi heen hangt, van valse romantiek. Misschien waren zij alledrie niet goed snik. Maar dat zij zich inzetten voor wat wij beschouwen als een goede zaak, zal niemand in het openbaar betwijfelen, noch dat hun daden politieke consequenties hadden.

Wat betekent het dat de media aanvankelijk berichtten dat de man 'een verwarde indruk maakte'? Zou zijn dreigende uitzetting geen weerslag kunnen hebben op zijn mentale toestand? Hebben wij dat eufemisme misschien nodig, opdat wij deze man niet serieus hoeven te nemen?

Deze vragen werden voor mij alleen maar urgenter toen ik zag hoe minister Gerd Leers reageerde op de zelfverbranding. Hij benadrukt meermaals dat hij niet wist waarom de man zichzelf in brand heeft gestoken: "Ik ken de reden niet", zegt hij. En ook: "Het kan niet zo zijn dat we iedereen die binnen komt en zegt 'Ja en anders hou ik mijn adem in of doe ik me wat aan', dat we dan zeggen: 'Ja, dan blijft u maar''', aldus Leers.

Het zijn woorden die je alleen geloven kan als je er heel erg je best voor doet. Wat zei Leers nog meer? "Het is natuurlijk triest dat iemand geen uitzicht meer heeft en een einde aan zijn leven maakt, maar we hebben eerlijke procedures."

Dat politici over de uitvoering praten wanneer ze het over het beleid zouden moeten hebben, is bekend. Wat het in dit geval extra schrijnend maakt, is dat Leers de asielzoeker alsnog, postuum, het enige machtsmiddel ontneemt dat hem restte: de radicale politieke zelfopoffering.

Waar het hier werkelijk om gaat is niet of de procedures zorgvuldig of eerlijk zijn, maar of ze juist zijn, of het beleid eerlijk is. Van zorgvuldig uitgevoerde procedures die fout beleid uitvoeren, wordt het probleem alleen maar erger.

En wat is politiek, wat zijn procedures nog, als je niet in kan zien dat aan de wortel daarvan uiteindelijk het de ene mens is die voor de andere verantwoordelijk is en over zijn lot beslist?

Jeroen van Rooijens debuutroman 'De eerste hond in de ruimte' verscheen in 2010 bij uitgeverij Prometheus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden