Zelfs op sandalen rolt de skilawine uit Noorwegen voort

Van onze sportredactie AMSTERDAM, SIERRA NEVADA - Financieel mag het Noorse skiën dan vrijwel bankroet zijn, sportief heeft het niets aan vitaliteit ingeboet. Atle Skaardal en Kjetill-Andre Aamodt betraden gisteren de oneven podiumplaatsen van de Super-G tijdens de wereldkampioenschappen in Sierra Nevada.

Op de 'Besneeuwde Bergketen' van Zuid-Spanje was zelfs sprake van een nimmer vertoonde Scandinavische machtsgreep tijdens een WK alpine-skiën. Skaardal was de eerste Noor die zijn land op de Super-G de wereldtitel bracht; de Zweed Patrik Jaerbin verraste met zilver en Janne Leskinen ontnam Finland met een vierde plaats de status van onontgonnen alpine-gebied.

Nog niet zo lang geleden werd zo'n Scandinavische overmacht voor onmogelijk gehouden. Lag in die hoek van Europa immers niet het paradijs voor de langlaufers met her en der verspreid een heuvel voor beginners op het snelle werk? Eerbiedig gebogen werd eigenlijk slechts voor de Zweed Ingemar Stenmark, de grootste klassieke slalomskiër die de sport ooit voortbracht. In zekere zin kan een man als Leskinen als voorbeeld dienen voor al die lowlanders die zich buiten de landsgrenzen kostbare trainingskampen of zelfs een skilyceum permitteren maar voor een WK-start niet in aanmerking komen. Wie dat wel doen, hebben er nooit wat van gebakken. Harald de Man werd gisteren slechts 51ste; Bram van Es wachtte diskwalificatie.

Leskinen verkeert vrijwel in Nederlandse omstandigheden. Alpine-skiën is in Finland een wereldvreemde bezigheid. De nieuwe ster wordt gesponsord door zijn vader, die marketinghoofd van een bedrijf is. Maar hij moet het binnen het skicircus stellen zonder de gebruikelijke sponsor-auto en - wat belangrijker is - een materiaalman. “Ik heb voor het skiën mijn land al vroeg verlaten, want geschikte bergen zijn er niet”, verklaarde Leskinen zijn ontwikkeling die hem (nog?) net van het erepodium hield.

Een rijke geschiedenis heeft ook het Noorse alpine-skiën niet. Na de toewijzing van de Olympische Winterspelen aan Lillehammer en verre omgeving, kregen de talenten de kans te ontluiken binnen het veelgeprezen Noorse topsportsysteem Olympiatoppen. Het leidde in Albertville tot een vroege revolutie, die twee jaar later in eigen land met iets minder felheid werd doorgetrokken. Tijdens vier voorgaande Winterspelen werden zes gouden medailles gehaald; in Frankrijk hadden negen van de twintig medailles op vijf disciplines een gouden glans. De cross-country werd er geheel door Noren beheerst, de vele successen op de alpine-onderdelen waren minstens even verrassend.

In Albertville, waar de geblesseerde Skaardal ontbrak, opende Aamodt op de besneeuwde hellingen het alpine-bal met winst op de Super-G, die combinatie van afdaling en reuzenslalom. Mogelijk dat Skaardal, die zo lang in de schaduw stond van de vele Noorse sterren, voor Sierra Nevada de toon heeft gezet. Zaterdag wordt de specialist op Super-G en iets mindere mate afdaling dertig jaar, maar een aansprekende titel kwam hem tot gisteren niet toe. Hij werd in Spanje niet eens echt bij de favorieten genoemd, ofschoon hij na drie races het wereldbeker-klassement van de Super-G aanvoert, onder meer dank zij zijn eerste World Cup-winst uit zijn carrière, afgelopen december in Val d'Isère.

Zoals zo vaak werd de kampioenschapsrace er een van verrassingen. Patrik Jaerbin achtte zich volslagen kansloos als de man die als eerste uit de starthut naar beneden werd gestuurd. Zijn techniek bleek wonderwel toegesneden op de veeleisende beijsde piste die de nacht tevoren met een dunne laag verse sneeuw was bedekt. Pas de als twaalfde startende Skaardal overtrof hem vanaf de eerste tussentijd. De Noor maakte niet de fout van velen, die de bochten te snel en agressief namen en snelheid verloren door de te hoge druk die ze daarmee op de kanten van hun latten legden. “Ik was behoorlijke zenuwachtig”, verklaarde de Noor na zijn triomf. “Mijn grootste zorg was het sturen van mijn benen en beslissen hoe snel ik de bochten zou aansnijden. Juist daar kun je veel verliezen of winnen. Het was de perfecte race. Dit maakt veel pech van de afgelopen jaren goed.”

Skaardal had, zoals zoveel skiërs overigens, nogal eens te kampen met knieblessures. In '92 scheurde hij zelfs zijn kniebanden. Bovendien moest hij wegens klimatologische oorzaken lang wachten op zijn wereldtitel. Als een van de weinige keren behoorde hij tijdens de WK van drie jaar geleden in het Japanse Morioka tot de favorieten. Achter de Zwitser Lehmann was hij op de afdaling reeds verantwoordelijk geweest voor een van de zeven Noorse medailles. Vele onderdelen werden er door barre weersomstandigheden verschoven naar andere tijdstippen; uitgerekend voor de Super-G was geen uitwijkmogelijkheid meer, die werd domweg geschrapt.

En zo bleef Skaardal in de schaduw van Lasse Kjus en vooral Aamodt, die na zijn Olympische successen in Albertville in Japan wereldkampioen werd op slalom en reuzenslalom en zilver won op de combinatie. Een nederige positie die hij bekleedde sinds 1986, het jaar van zijn eerste wereldbeker-seizoen, waarin hij derde werd op de afdaling. Het kostte Skaardal nog vier jaar om overtuigd te geraken van zijn kwaliteiten. Tot hij in 1990 zijn eerste triomf boekte, in Kitzbühel op de afdaling. Het betrof curieus genoeg de enige WK-afdaling ooit die in twee runs werd afgewerkt. Op de WK's van '89 en '91 werd Skaardal slechts zesde; op de Spelen in eigen land zesde op de Super-G en negende op de afdaling.

Ofschoon Noorwegen in de afgelopen jaren uitgroeide tot ski-bolwerk, bleken de bestuurders de weelde van het succes amper te kunnen dragen. Waar de alpine-skiërs zich nauwgezet hielden aan hun jaarlijkse budget van 17 miljoen kronen (4.5 miljoen gulden), stapelden zich binnen de federatie al voor de Winterspelen de schulden gestaag op. Lang konden ze worden gladgestreken of gecamoufleerd, tot eind vorig jaar een bankroet dreigde, met een tekort van 42 miljoen kronen (ruim elf miljoen gulden).

“De Noorse skifederatie en de afdeling Alpine-skiën moet men als twee paar schoenen beschouwen”, zei Dieter Bartsch, de Oostenrijkse cheftrainer van het Noorse Alpine-team, tijdens de crisistijd. “De federatie loopt als het ware op een paar grote skischoenen rond, wij daarentegen sloffen op sandalen.” De geldkraan werd terstond dichtgedraaid, ook voor hen die hun uitgaven altijd nauwgezet controleerden. De Noorse ski-elite verkeerde ineens in het volstrekt onzekere over haar toekomst. Op de gletsjer in het Tiroolse Sölden draaiden Skaardal, Aamodt, Kjus, Jagge, Furuseth, Torpe, Stiansen, Linberg, Sivirtsen en Hellerund aanvankelijk zelf op voor de kosten van hotel, skilift en trainers. Het enige juiste antwoord op de vele vragen werd gisteren in Sierra Nevada gegeven: als een niet te stuiten lawine naar de finish.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden