Zelfs met een Meidenvaardag is het moeilijk om meiden bij de marine te houden

Meisjes krijgen op de Meidenvaardag van 2018 uitleg over diverse wapens op het marineschip Zr. Ms. Tromp. Beeld ANP

Na jaren van bezuinigingen en kaalslag moet de Nederlandse krijgsmacht weer worden opgebouwd. De werving en vooral het behouden van personeel blijkt lastig voor Defensie, enthousiasmerende spotjes en open dagen zoals de Meidenvaardag ten spijt.

De Noordzee is kalm en de deining licht, net genoeg om het vaargevoel te krijgen. “Nee hoor, van zeeziekte heb ik geen last”, lacht Lize (15) uit Oss. Ze heeft haar moeder meegenomen naar de jaarlijkse Meidenvaardag van de Koninklijke Marine.

Zo’n tweehonderd jonge vrouwen waren vorige week te gast op de Johan de Witt, een van de twee amfibische transportschepen van de marine. Het is een imposant drijvend flatgebouw van staal met een groot achterdek voor heli’s, en een brug volgestouwd met geavanceerde navigatie- en verkenningsapparatuur. In augustus vertrekt het richting Curaçao voor een humanitaire en amfibische oefening in de Caribische wateren.

Helikopters

De meeste belangstellenden voor de Meidenvaardag zijn tieners die nog op de middelbare school zitten. Zij hebben zich aangemeld om te kijken of werken bij de krijgsmacht en in het bijzonder de marine, misschien iets voor hen is. Defensie probeert hen zoveel mogelijk aspecten te laten zien. Met donderend geraas vliegt plotseling een helikopter voorbij, en op het ruime achterdek vinden schietoefeningen plaats en demonstreren mariniers hoe zij schepen enteren.

Lize zit in 4 havo, maar weet al dat ze graag bij de marine wil werken. “Het gaat mij niet om het vechten, al lijkt de militaire basisopleiding me ook leuk”, zegt ze. “Wat ik precies wil gaan doen weet ik nog niet, zolang het maar op een schip is”, glundert ze in de ‘hangaar’, een enorme hal waar twee helikopters kunnen staan. “Als je naar een open dag gaat dan zie je met eigen ogen wat er allemaal op zo’n schip te doen is.”

Werving

Defensie zit om nieuw personeel te springen. Er zijn zo’n 5000 vacatures bij de vier krijgsmachtdelen landmacht, luchtmacht, marine en marechaussee. De vervulling van al deze vacatures blijkt lastig en via dit soort open dagen probeert Defensie jongeren te interesseren om voor de krijgsmacht te gaan werken.

“Het aantal vacatures zal in de toekomst zelfs nog groeien vanwege de veranderende taakstelling”, zegt Suzanne van Opstal, campagnemanager bij Defensie. De defensieorganisatie is met 62.000 werknemers al een van de grootste werkgevers van Nederland, en binnenkort komen daar nog eens 3500 arbeidsplaatsen bij.

Van Opstal is verantwoordelijk voor de werving van meer vrouwen bij de krijgsmacht, en daar wordt de nodige moeite en tijd in gestoken. Met reden, want ook in 2019, precies 75 jaar nadat de eerste vrouwen bij de Nederlandse krijgsmacht kwamen werken, is Defensie nog altijd een mannenbolwerk. Slechts een krappe 10 procent van het militaire personeel van de krijgsmacht is vrouw, en dat percentage is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd.

Eigen douches

Over de hele defensieorganisatie bezien, dus inclusief burgerpersoneel en reservisten, is 13,6 procent vrouw. De militaire top komt daar bij lange na niet aan: daar staan tegenover één vrouwelijke hoge officier tachtig mannelijke topfunctionarissen.

In de hangaar legt luitenant ter zee Marion aan een groepje jonge vrouwen uit dat de marine tegenwoordig veel rekening houdt met vrouwen aan boord. Zij hebben eigen slaapvertrekken, douches en toiletten op het schip. “Dat er vrouwen meevaren is natuurlijk ook veel gezelliger”, zegt ze. Dan, lachend: “Misschien voor jullie leuk om te weten: toen er bij de marine gemengde schepen kwamen steeg ineens het waterverbruik. Het bleek dat de mannen vaker gingen douchen omdat er vrouwen aan boord waren.”

In een ander groepje vraagt iemand aan sergeant Saskia van de luchtmacht naar de omgang tussen mannen en vrouwen binnen de krijgsmacht. “Mannen zijn gewoon lekker duidelijk”, antwoordt zij. “Ze geven lik op stuk, ze draaien zich om en zijn het vergeten. Bij vrouwen blijft het toch vaak iets langer hangen.”

Vmbo-diploma

Voor scholiere Linda (17) is het allemaal niet zo’n probleem. “Ik heb nu al meer jongens onder mijn vrienden dan meisjes”, zegt ze. “Als ik dit zo zie lijkt het me wel gezellig aan boord, maar aan de wal voor de marine werken is ook prima. Dat je soms lang weg bent lijkt me geen probleem. Misschien als je later kinderen hebt, maar nu niet.”

Om meer jongeren te interesseren voor een baan, legt Defensie de lat niet hoog. “De minimale vooropleiding is een vmbo-diploma”, houdt de luitenant ter zee haar gehoor voor. Ze legt uit dat er na de militaire basisopleiding veel interne vakopleidingen zijn waarmee je binnen Defensie carrière kunt maken.

Op de brug van de Johan de Witt is wachtofficier Job daar een levend voorbeeld van. Lize en haar moeder Monique vragen hem naar zijn vooropleiding. Hij is via het vmbo en het hbo bij de marine terechtgekomen. “Er zijn zo veel mogelijkheden op dit schip”, legt de luitenant ter zee enthousiast uit. “Ik ben nu wachtofficier, maar ben bijvoorbeeld aan boord ook brandweerman en zit bij het sport- en animatieteam. Bij de marine heb je de meeste variatie in banen, zelfs meer dan bij de landmacht.”

Uitstroom

Werven is één, behouden is wat anders, merkt ook Defensie. De organisatie kampt met een forse uitstroom van personeel. De redenen zijn divers, variërend van meer promotiekansen of een hoger salaris elders, gezinsvorming, te lang van huis zijn door buitenlandse missies of het liever aan de wal willen werken in plaats van varen.

Ook het vastgelopen cao-overleg tussen Defensie en de vakbonden speelt een rol. Veel leden van de militaire bonden vinden dat zij binnen de krijgsmacht te weinig perspectief krijgen, zowel in salaris als doorgroeimogelijkheden. Vorig jaar lag er wel even een cao-resultaat, maar dat werd door de vakbondsleden weggestemd als onvoldoende. Zij willen meer geld en een betere pensioenregeling van minister Ank Bijleveld, maar zij lijkt daar vooralsnog niet toe genegen.

Over de werving van personeel is het ministerie van defensie redelijk tevreden, maar niet over de uitstroom. Die is nog te hoog, zegt een woordvoerder in Den Haag. Volgens de deze week uitgekomen jaarlijkse Personeelsrapportage groeit de instroom de afgelopen jaren weer en zijn in 2018 bijna 3750 mensen als militair bij Defensie aan de slag gegaan. Daar tegenover staat dat de uitstroom in 2018 nog net iets hoger lag, bijna 3950 militairen.

Instapfuncties

“De uitstroom vindt voornamelijk plaats bij personeel dat iets langer in dienst is en binnen de organisatie al zijn of haar tweede, derde of zelfs vierde functie heeft vervuld, dus niet zozeer bij de instapfuncties”, licht Van Opstal toe. “Maar als je mensen door laat stromen, dan komen die instapfuncties vrij en is het aan ons om die aan te vullen.”

Op een aantal ontwikkelingen op de arbeidsmarkt heeft Defensie geen invloed, zoals de hoogconjunctuur, de tekorten aan bepaalde vakmensen en het aantal schoolverlaters. “De technische functies zijn het moeilijkst te vervullen, daar kampt heel Nederland mee”, zegt de campagnemanager. “Ook in de catering loopt het nu wat terug, en bij de operationele dienst. Dat zijn bijvoorbeeld de mensen die in de commandocentrale zitten of op de brug staan.”

Het aantal vrouwen dat daadwerkelijk solliciteert loopt licht op, van 15 procent per jaar in 2015 en in 2016, tot 16 procent in de afgelopen twee jaren. “We zijn er nog niet maar dat vind ik een mooi begin, daar mag je echt heel blij mee zijn. Ik denk dat we op de goede weg zitten”, vindt Van Opstal.

Dat zo veel personeelsleden Defensie verlaten is frustrerend. “Dat doet me pijn. Ik hark ze binnen, terwijl de achterdeur open staat”, zegt de campagnemanager aan het eind van de Meidenvaardag, als de bezoekers met alle informatie op zak van boord gaan. “Ik raak niet zo snel gedemotiveerd, maar natuurlijk vraag je je weleens af, waar doen we het voor? Maar als je bedenkt dat we vorig jaar meer mensen dan ooit hebben aangenomen en die blije gezichten vandaag ziet, ja, daar dus voor.”

Op verzoek van Defensie zijn de achternamen van de geciteerde militairen om privacyredenen niet vermeld. Hun namen zijn bij de hoofdredactie bekend.

Lees ook:

Een militair moet makkelijker agent kunnen worden - en andersom

De twee grootste werkgevers van Nederland willen samen optrekken om personeel te werven, te behouden en uit te wisselen. ‘Militairen die weggaan, halverwege de 20 en rond de 35, zijn voor de politie interessante kandidaten.’

De jonge militair die vooruit wil, kiest toch maar voor een gewone baan

Beperkte carrièrekansen, een disbalans tussen werk en privé: de jonge militair wil het niet meer. Dus heeft Defensie moeite om personeel vast te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden