Zelfs Italianen staan verbaasd van overmacht

LUGANO - Nederlandse wielrenners en ploegleiders plegen zichzelf wel eens te kietelen. Dan zijn ze in zonnige gedachten verzonken en zien zich met hele kleine stapjes dichter bij de Italiaanse geweldenaars geraken. In die dromerige atmosfeer zijn ze echter hoofdpersonen in een roze gekleurde illusiewereld. Als het er echt op aankomt, nemen de fietsende Azzurri gewoon mijlenver afstand.

De bondscoach van de neo-amateurs, Herman Snoeyink, nam zaterdag termen als 'geschrokken', 'overweldigend' en 'ongelooflijk' in de mond. Zijn buitenlandse collega's bedienden zich van synoniemen of superlatieven daarvan. Het eerste wereldkampioenschap voor renners tot 23 jaar gaf zelfs een voor Italiaanse begrippen ongekende overmacht te zien.

De nummers één tot en met vier droegen blauwe shirts. Degene die in de finale de deur uit het slot tilde (Commesso), finishte zowaar nog als tiende. “Met zijn vijven zijn we wereldkampioen geworden”, liet de feitelijke drager van de regenboogtrui, Giulano Figueras, zijn co-equipiers in de feestvreugde delen. De superioriteit was een reprise van het wereldkampioenschap (voor profs en amateurs) van 1927. Binda, Girardengo, Piemontesi en Belloni eisten toen in die volgorde de eerste vier plaatsen op. De Belg Aerts was toen de beste van de rest van de wereld. De vijfde Italiaan, Orecchia, werd bijna zeventig jaar geleden zevende. Binda had op 21 juli 1927 een voorsprong van ruim zeven minuten op Girardengo, Figueras en Sgambelluri rondden de door hen gecontroleerde, boeiende wedstrijd af met een fantastische sprint.

Niets was vooraf afgesproken, zoals een half jaar geleden in Parijs-Roubaix op gezag van hoge commerciële machten wel tussen de Mapei-renners Museeuw, Bortolami en Tafi. De heren beloftes moesten het - terecht - zelf maar uitzoeken. De kansloze Sgambelluri won na woensdag (tijdrit) zijn tweede zilveren medaille op het WK, Sironi (winnaar van de individuele chronorace) completeerde het erepodium. Echte groothandelaars in wereldtitels bij de liefhebbers zijn Italianen door de jaren heen nooit geweest. Sinds de tweede wereldoorlog wonnen de transalpijnen elf keer goud. Opmerkelijk is verder dat geen van hen als professional een echte topper is geworden. Wat dat aangaat wacht Figueras een somber lot.

De erelijst van de 20-jarige Napolitaan doet evenwel anders vermoeden. Als eerstejaars amateur won hij in 1995 acht koersen (waaronder de wereldtitel bij de militairen), dit seizoen elf. Tot zaterdag was de eindzege in de Italiaanse lenteronde (de vroegere Giro delle Regioni) zijn belangrijkste triomf. Op grond van zijn leeftijd blijft Figueras nog zeker een jaar amateur. De overige 'wereldkampioenen' worden prof: Sgambelluri bij Brescialat, Sironi bij Aki, Bettini bij MG en Commesso bij Saeco.

Het is een bekend gegeven dat Italië voor de doorstroming niet afhankelijk is van de bezetting van het podium. De winnaar van zilver in 1991, Davide Rebellin, heeft als prof de zeventiende plaats in het UCI-klassement bereikt en geldt daarom als een witte raaf. Het reservoir aan talent is echter onuitputtelijk. Bondstrainer Antonio Fusi hengelt in een kweekvijver van 7000 zogeheten espoirs, zijn Nederlandse collega Snoeyink moet zijn eliteselectie uit een groep van 500 licentiehouders recruteren. Dat kwantitatieve verschil is maar een deel van de verklaring.

Topsport is in Italië geen subcultuur waar meewarig over wordt gedaan, het is een levenshouding. Talentherkenning en daaropvolgend de opleiding zijn een investering in de toekomst. Snoeyink was de afgelopen week in een school nabij de Nederlandse verblijfplaats Como bij een lezing van de beroemde wetenschapper Conconi. De zaal was grotendeels gevuld met jeugdige Italianen. “Dat zie ik bij ons niet gebeuren,” zegt hij veelbetekenend.

Sinds de Rabobank ruime middelen beschikbaar stelt voor een gerichte jeugdopleiding is er in ieder geval een aanzet tot een omslag in denken en handelen gegeven. Oud-prof Nico Verhoeven verrijkt volgend seizoen met een (Rabo)ploeg het amateurpeloton, terwijl de KNWU druk doende is om via de ministeries van VWS en onderwijs een verlofregeling te treffen, waardoor onderwijzer Snoeyink zich tot en met 1998 (met een optie tot de eeuwwisseling) op bondsniveau kan bezig houden met de neo-amateurs.

Snoeyink wil vooral de eerste en tweede jaarsbeloftes een zwaar internationaal programma laten rijden. “Jongens die gretig zijn, moeten de hardheid van de competitie opzoeken, zoals de profronde van Nederland en de Hessen Rundfahrt.” Ter illustratie: won Figueras de in een nieuw jasje gestoken 'Giro delle Regione', Sgambelluri, die vooral als een toekomstig ronderenner wordt gezien, stak hem met de eindzege in de Ronde van Italië voor amateurs (de Baby-Giro) naar de kroon. Was de Nederlandse wielerleerschool er altijd één voor havo-klantjes, op de Italiaanse versie loop je college op universitair niveau.

Gekscherend

Hoe verbijsterend groot het verschil momenteel is, illustreerde Gerrie Knetemann de vorig week met een opmerking die gekscherend leek bedoeld: “Tijdens de training zag ik iemand op het buitenblad naar boven rijden, die heb ik meteen kopman gemaakt.” Dat wapen hanteerde de Italiaanse trein zaterdag bij de beklimming van de Crespera om de verschillen te maken.

In structureel opzicht is er in Nederland in ieder geval een begin gemaakt, nu de sponsor van een profwielerploeg een substantieel deel van het promotiebudget in de jeugd stopt. Om daarnaast de terugloop van het ledental van de KNWU te stoppen, geeft ploegleider Theo de Rooy de komende winter in een achttal regio's clinics. “We gaan op zaterdagmiddag de boer op met Jan Raas, een ploegleider en een paar renners. We hopen op een grote opkomst en willen vooral de mensen enthousiasmeren.” Een heikel punt blijft de opstelling van de grote amateurploegen. Die willen met hun 'oude' toppers commerciële sier maken. De 21-jarige Miguel van Kessel die van Dextro naar Giant verhuist (zaterdag was hij de beste Nederlander), vreest in dat verband tussen het wal en het schip terecht te komen. “Die ploegen zouden het lef moeten hebben jongens die nog doorgroeien, in te zetten in buitenlandse wedstrijden. Maar dat is in Nederland nog immer een punt van discussie,” weet Snoeyink maar al te goed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden