Zelfs het duurste oog ziet niet genoeg

De amerikanen hebben hun spionagetoestellen opdracht gegeven naar Osama bin Laden te speuren. Maar wat kunnen ze zien?

Natuurlijk, het liefst heb je een verklikker in de staf rond Osama bin Laden. Eentje die regelmatig berichten doorgeeft aan een CIA-agent in Kaboel: binnenkort worden er ambassades in Afrika opgeblazen, binnenkort vliegen zelfmoordcommando's zich te pletter tegen het World Trade Center en het Pentagon. Maar zo is het niet gegaan. Human Intelligence (Humint) in de hechte kring rond een terroristenleider is praktisch onmogelijk.

De menselijke spion heeft gefaald, heet het na de aanslagen in New York en Washington. Er zullen vast Amerikaanse, Britse of Israëlische informanten actief zijn in Afghanistan, maar dít hebben ze niet zien aankomen. Waren ze te klein in getal? Hadden ze onvoldoende middelen? We zullen het wel nooit te weten komen. In elk geval klinkt de roep om meer aandacht voor spionage à la James Bond. Het edele handwerk dus. En niet alleen omdat er geen berichten van de 'werkvloer' rond Bin Laden kwamen, maar ook omdat die andere vorm van spionage, Signals Intelligence (Sigint), evengoed had gefaald.

Signals Intelligence is afluisteren op afstand. Vanuit vliegtuigen, maar liefst vanuit satellieten. Die vliegen buiten het bereik van afweergeschut, schenden geen enkel luchtruim. Sigint-kunstmanen vangen elektromagnetische activiteit op, zoals mobiel radio- en telefoonverkeer. De signalen worden doorgegeven aan grondstations over de hele wereld, en die sluizen ze door naar supercomputers in de VS. Daar wordt de brij doorgelicht op verdachte elementen: een ongewoon hoge activiteit in een bepaald gebied, of termen die verband kunnen houden met terroristische activiteiten. Waarschijnlijk kunnen in gunstige gevallen individuele mobiele telefoongesprekken worden gevolgd. Nauw verbonden met deze wijze van spioneren is het mysterieuze Echelon-programma. Echelon omvat het computersysteem dat de krenten uit de pap vist en de aandacht vestigt op interessante flarden communicatie.

Een week na de aanslagen meldde de BBC dat de Amerikanen de banen van twee zwevende luistervinken zodanig hebben gewijzigd dat ze nu boven Afghanistan lopen. Slim, maar niet slim genoeg; Osama bin Laden zal niet zo dom zijn om zijn orders per GSM te geven. Hij zal zich vooral bedienen van persoonlijke communicatie; hij zal mensen ontvangen en waarschijnlijk boodschappers op pad sturen. Omdat er altijd intensiever radioverkeer is in en rond bijvoorbeeld een trainingskamp, zullen de afluistersatellieten zich vooral daar kunnen bewijzen; pieken in radioverkeer in een verlaten berggebied zijn verdacht en een nader onderzoek waard.

Behalve afluistersatellieten zijn inmiddels ook kunstmanen met superscherp zicht ingezet bij de oorlog tegen de terreur. Het zou gaan om twee Keyhole-satellieten en drie Lacrosse-kunstmanen. De Keyholes (kosten: zo'n 1,5 miljard dollar per stuk) zijn in feite sterrenkijkers die op de aarde zijn gericht. Ze rolden van dezelfde lopende band als de Hubble Space Telescope en hebben er uiterlijk waarschijnlijk bijzonder veel van weg. Algemeen wordt aangenomen dat de Keyholes plaatjes van de aarde kunnen schieten waarop details van een decimeter grootte te onderscheiden zijn. Als de terroristen van Bin Laden zich op hun trainingsveld aan het opdrukken zijn, kunnen ze op de satellietbeelden worden geteld. Een nadeel van de Keyholes is dat ze niet door wolken heen kunnen kijken. Daarom zijn er de Lacrosses: die hebben radar aan boord. Nadeel daarvan is dat de beelden minder detail tonen.

De Keyholes en de Lacrosses waren buitengewoon effectief in de Golfoorlog. Ze werden gebruikt om Scud-lanceerinstallaties op te sporen en om de schade van bombardementen te helpen taxeren. Na de aanslagen van Osama bin Laden op de Amerikaanse ambassades, in 1998, maakten ze beelden van trainingskampen in Afghanistan die vervolgens met kruisraketten werden bestookt.

Ook nu weer zijn satellieten de enige onkwetsbare spionage-instrumenten die worden ingezet. Maar zullen ze ook nu van groot nut zijn? Ongetwijfeld zullen ze vermeende opleidingskampen traceren. In goed gemoed mag echter worden aangenomen dat die ruim voor eventuele bombardementen zijn geëvacueerd. Een slimme Bin Laden houdt geen kantoor in een vrijstaande bunker op open terrein, maar verschanst zich in een grottencomplex in de bergen, of misschien in een woonwijk. En daar kan geen satelliet naar binnen gluren. Ongetwijfeld zal er worden gezocht naar opvallende colonnes van voertuigen, maar van bovenaf is het niet te zeggen of het om een afleidingsmanoeuvre gaat of dat Osama bin Laden echt op de achterbank zit. Ook in dit geval zal veelal moeten worden volstaan met de vaststelling dat het op een niet vermoede plek opvallend druk is. En of dat wat oplevert? Een slimme Bin Laden omringt zich dezer dagen niet met een duidelijk zichtbare strijdmacht die om hem heen zwermt. Dat is vragen om aandacht.

Een van de zwakke punten van het systeem van spionagesatellieten is het kleine aantal dat beschikbaar is. Een Keyhole of een Lacrosse kan hooguit enkele malen per dag over hetzelfde punt op aarde vliegen. In de tussentijd kan er van alles zijn gebeurd. Vandaar dat het Pentagon gretig beelden zal bestellen bij de exploitanten van civiele aardobservatiesatellieten. Sinds enkele jaren hebben die namelijk toestemming om beelden van bijna-spionagekwaliteit te maken. Kunstmanen als Ikonos, Orbimage en Quickbird leveren beelden waarop details van amper een meter grootte zijn te zien. Dat kan voor militairen nog steeds zeer interessant zijn.

Wat de satellieten zoal vermogen, was te zien op beelden die vlak na de aanslagen van de restanten van het WTC zijn gemaakt: ramen in de wolkenkrabbers, personenauto's in de straten, kleine bootjes in de haven. De commerciële kunstmanen tonen een wat groter beeld dan de telescoop-ogen van de militaire tegenhangers, en daardoor kunnen ze een aardige toegevoegde waarde leveren. Ze kunnen bijvoorbeeld een rol spelen bij het in kaart brengen van het wegennet in Afghanistan.

De Amerikaanse spionagesatellieten worden beheerd door het National Reconnaissance Office (NRO), een organisatie die in 1961 werd opgericht maar waarvan het bestaan pas negen jaar geleden officieel werd toegegeven. Jaarlijks slokt het NRO dertig miljard dollar op. Ongetwijfeld staan op dit moment NRO-analisten gebogen over stapels satellietbeelden van Afghanistan. Jarenlang bestudeerden ze opnamen van de voormalige Sovjet-Unie om te controleren of men zich daar aan de wapenakkoorden hield. Vanuit de ruimte konden ze elk type intercontinentale raket onderscheiden. Nu hebben de arendsogen een nieuwe uitdaging: laten zien dat letterlijk niemand aan het wakende oog van Uncle Sam kan ontkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden