Review

Zelfs excuses zijn niets meer waard

Als Louis Freeh, de directeur van de Amerikaanse FBI, volgende maand afscheid neemt, gebeurt dat met een receptie vol blunders en schandalen. De spionagezaak van agent Robert Philip Hanssen die in direct contact stond met de Russen en het 'verlies' van vierduizend pagina's bewijsmateriaal in de Timothy McVeigh-zaak hebben het blazoen van de ooit onkreukbare dienst besmet.

Dan Burton, toch niet het meest bescheiden van Amerika's Congresleden, bood begin deze maand Joe Salvati zijn diepe verontschuldigingen aan omdat deze door toedoen van de federale politie FBI meer dan dertig jaar onschuldig gevangen had gezeten. Oud-FBI-agent H. Paul Rico, die Salvati's vrijheid opofferde om een maffia-informant te beschermen, liet zich tijdens die hoorzitting van het Congres ook van een 'sympathieke' kant zien. De vraag of de zaak ook hem speet beantwoordde hij met: ,,Spijt? Moet ik nu een nummertje gaan grienen?''

De tijd dat het imago van FBI-agenten niet stuk kon ligt alweer ver in het verleden. Zo ongeveer toen Elliot Ness met zijn Untouchables in de befaamde tv-serie de strijd aanbond met Chicago's gangsters. Niet alleen de beelden waren nog zwart-wit, ook het blazoen van de spelers was dat. Maar sindsdien is de FBI van zijn voetstuk geknetterd, te beginnen met J. Edgar Hoover, ooit de gevreesde en gerespecteerde directeur van de dienst. Niet alleen lapte hij alle burgerrechten aan zijn laars, door iedereen te laten bespioneren die hij politiek en moreel verdacht vond. Hij was ook een schijnheilige fatsoensrakker, die jacht maakte op homo's, terwijl hij in het geniep gretig de herenliefde bedreef. Nadat onthuld was dat hij zijn korte gedrongen gestalte graag in een rode avondjurk hees en zich daarbij voortbewoog op pumps met stilettohakken, werd hij postuum Amerika's befaamdste drag queen. En het beeld van de FBI komt nu overeen met de tv-serie The X-files, waarin de agenten Fox Mulder en Dana Scully het regelmatig moeten opnemen tegen collega's.

Minder vermakelijk is dat het aantal schandalen en blunders in de recente geschiedenis van de FBI onderhand te groot is om nog op een velletje A4 te passen. Een kleine bloemlezing. 1992: FBI-agenten schieten in Ruby Ridge, in de heuvels van de staat Idaho, de ongewapende vrouw van een militielid neer terwijl ze in de deuropening van haar boerderij staat met een baby op de arm. Die agenten verdonkeremanen bewijzen en kopen vervolgens de familie van Vicki Weaver af met acht miljoen gulden.

Een jaar later eindigt in het Texaanse Waco de bestorming van het kampement, waar David Koresh zich met zijn Branch Davidian-sekte heeft verschanst, in een ramp met 74 dode sekteleden, onder wie Koresh en talrijke kinderen. De FBI wordt ervan beschuldigd brandbommen te hebben ingezet. Pas vele jaren later geeft de dienst dat toe.

Bij de Olympische Spelen van 1996 wordt Richard Jewell zonder spoor van bewijs voor de televisiecamera's aangewezen als de dader van de pijpbomaanslagen in het olympisch dorp in Atlanta. Het duurt drie maanden voor de FBI zijn fout toegeeft. Najaar 2000: 58 beschuldigingen tegen Wen Ho Lee, de kernfysicus die beschuldigd is van spionage voor China, moeten worden ingetrokken. Voor slechts één aanklacht wordt Lee veroordeeld tot de duur van zijn voorarrest.

Maar als Louis Freeh, de directeur van de federale politie, volgende maand afscheid neemt, gebeurt dat te midden van de twee grootste schandalen die de FBI onder zijn bewind heeft gehad: de spionage van Robert Philip Hanssen en het 'verlies' van vierduizend pagina's bewijsmateriaal in de Timothy

McVeigh-zaak. Freeh - een voormalige FBI-agent en rechter - geldt als onkreukbaar. Maar hij lijdt aan hetzelfde euvel waardoor de meesten van zijn voorgangers zijn gekarakteriseerd: hij is arrogant tot op het bot en niet bereid gezag boven zich te erkennen of het moet - in het geval van de orthodoxe rooms-katholiek Freeh - God zijn. Maar van Janet Reno, de Democratische minister van justitie die acht jaar zijn baas was, trok Freeh zich niets aan. Te stellen dat de twee elkaar niet lagen is heel zacht uitgedrukt.

Het McVeigh-fiasco kan, als de FBI al zijn behendigheid aanwendt, worden afgedaan als een technisch ongeluk. Minister John Ashcroft neemt daar al een voorschot op door vast te stellen dat de vierduizend pagina's geen vitale informatie bevatten, die een ander licht werpen op de schuld van McVeigh aan de bomaanslag in Oklahoma City. Freeh is al diep in het stof gegaan en erkent 'ernstige fouten', wat al heel wat is voor een FBI-directeur. Het geduld van het Congres met de FBI neemt zienderogen af. ,,Er heerst daar een cowboy-mentaliteit'', stelde enkele weken geleden de Republikeinse senator Charles Grassley vast. ,,Imago, public relations en slagzinnen zijn kennelijk belangrijker dan uitgangspunten. Ik accepteer de excuses niet meer.'' En zijn partijgenoot Arlen Specter deed er nog een schepje bovenop. ,,Als er bewijzen komen van belemmering van de rechtsgang, dan moeten er maar mensen naar de gevangenis.''

Als over veertien dagen het doodvonnis over McVeigh is uitgevoerd, wacht de federale politie misschien nog wel een zwaardere pr-klus: de rechtszaak tegen spion Robert Hanssen, die tientallen jaren ongestoord zijn werk voor de Russen heeft kunnen doen en onder andere de tunnel onder de Russische ambassade in Washington heeft verraden. Deze week wordt hij voorgeleid voor een rechter in Alexandria, even buiten Washington DC. Hanssen, actief in de contraspionage, was de ideale spion: goed katholiek en onberispelijk in zijn levenswandel. Zijn vriendenkring is, drie maanden na de ontmaskering, nog aan het bijkomen van de schok. Deze vent heeft de bijna perfecte misdaad begaan, heeft een van de onderzoekers vastgesteld.

Het was in ieder geval een spionage-affaire uit een tv-script, getuige één van de 21 aanklachten, die als volgt begon: In 1986 verscheen in de ultra-rechtse krant The Washington Times de volgende verkoopannonce: Dodge - 71, Diplomat, motorproblemen, 1000 dollar. Bel: (703) 451-9780 (komende maandag, woensdag, vrijdag, 1 uur 's middags). Hanssen belde en sprak met een KGB-agent die hem vertelde dat een pakketje met geld en een brief in een park even buiten Washington lag. Over een periode van 15 jaar heeft de spion geld en diamanten ter waarde van 3,5 miljoen gulden ontvangen. En waar zijn die gebleven? Want de Hanssens bleven sober leven. Er is wat naar een Zwitserse bankrekening gegaan. En Robert Hanssen heeft een deel besteed aan een nachtclubstripper in DC, die van hem een creditcard en een tweedehands Mercedes kreeg. Bewijs van een seksuele relatie is er echter nog steeds niet. Het heet dat er tijdens de rechtszaak de nodige vuile was over de FBI naar buiten komt, net als jaren geleden de zaak tegen Aldrich Ames de CIA, de Amerikaanse inlichtingendienst, enorm schaadde.

De grootste smet op het blazoen van de FBI is misschien wel het achterhouden, in de jaren zeventig, van bewijsmateriaal na de bomaanslag van 1963 op de 16th Street Baptist Church in Birmingham (Alabama). Vier zwarte kinderen kwamen om het leven. Drie leden van de Ku Klux Klan werden aangehouden voor de aanslag. Slechts tegen één van hen wist de openbare aanklager van toen, Bill Baxley, voldoende bewijzen te overleggen om hem veroordeeld te krijgen. Een tweede werd, na 38 jaar de dans te zijn ontsprongen, begin deze maand alsnog veroordeeld.

In een bitter artikel op de opiniepagina van de New York Times onthult Baxley hoe hij jarenlang de FBI heeft gesmeekt om bewijzen tegen de drie verdachten. Pas nadat gedreigd werd met de media kwam de dienst over de brug. In 1997 bleek de FBI te beschikken over een bandopname, waarop twee van de drie verklaringen afleggen, waarvoor ze in 1977 zouden zijn veroordeeld. Welk excuus heeft de FBI om 24 jaar lang de Ku Klux Klan de hand boven het hoofd te houden, vraagt Baxley zich af. Hij prijst de gewone FBI-agenten, die loyaal hebben meegewerkt aan het onderzoek. ,,Mijn weerzin geldt degenen in de leiding die niets deden.''

Namen noemen doet hij niet. Maar DeWayne Wickham, een columnist van USA Today doet dat wel. Hij memoreert hoe al in 1980 Hoover ervan is beschuldigd het Birmingham-dossier te hebben verdonkeremaand en pleit ervoor diens naam van het FBI-gebouw te halen. Welke maatregelen de Amerikaanse regering ook zal treffen om het beeld van de federale politie op te poetsen, die naam blijft wel aan de gevel prijken. Want toegeven dat de FBI 48 jaar is geleid door een racist, een hypocriet en een schurk, daar is de Amerikaanse samenleving nog niet aan toe.

Dat de FBI zijn reputatie van degelijkheid niet meer kan waarmaken is geen vaststelling van recente datum. Bijna veertig jaar geleden, toen Hoover nog een godheid was in Amerikaanse overheidskring, schreef de linkse onderzoeksjournalist Fred J. Cook 'The FBI Nobody Knows' (De FBI die niemand kent). Hij onthult tal van gevallen, waarin de politie de rechten van Amerikaanse burgers aan haar laars lapt om maar te scoren. ,,De druk om bekentenissen te krijgen leidt tot activiteiten die geen boodschap hebben aan privacy, burgerrechten en mensenrechten'', stelt Cook vast. Er lijkt sinds 1964, toen hij dat schreef, weinig te zijn veranderd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden