Zelfs een Derde Kamer werd eens overwogen

De Staatscommissie Bezinning Parlementair Stelsel komt er definitief. Vooral nut en noodzaak van de Eerste Kamer zullen tegen het licht worden gehouden. Niet voor de eerste keer overigens.

Heeft Nederland wel twee Kamers nodig? En zo ja, wat moet dan de rol van de Eerste Kamer zijn? Die vragen zijn in de loop van de parlementaire geschiedenis steeds opnieuw gesteld. Maar één keer, in 1936, kreeg een staatscommissie nadrukkelijk de opdracht om te onderzoeken of twee Kamers wel genoeg was. Moest er niet een Derde Kamer komen met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven?

Het paste bij de tijdgeest. Nederland had zwaar geleden onder de crisis. Slechts heel langzaam herstelde de economie zich van de opgelopen klappen. Het gevoel dat het bestaande politieke systeem niet meer voldeed aan de moderne eisen leefde breed. In katholieke kring gingen stemmen op voor het corporatisme met een verhoogde betrokkenheid van werkgevers bij het staatsbestel.

Midden jaren dertig concludeerde een staatscommissie onder leiding van de antirevolutionaire minister van binnenlandse zaken Jacob de Wilde in elk geval dat een Derde Kamer strijdig was met het historisch gegroeide karakter van het parlement. Daar waren de "grote geestelijke stromingen" van Nederland vertegenwoordigd. Zo'n Kamer met ondernemers brak met de verzuilde traditie. Zij kregen later wel hun Sociaal-Economische Raad, de Ser.

Veel meer staatscommissies bogen zich over nut, noodzaak en rol van de Eerste Kamer. Was dat geen relict uit vervlogen tijden, toen de koning er persoonlijk zijn adellijke vrienden in kon benoemen? Sinds 1848 werden de leden wel gekozen, door de Provinciale Staten in het land. Maar de rechten van de parlementariërs waren er een stuk beperkter dan in de Tweede Kamer: ze mochten vooral vragen en interpelleren, niet zelf wijzigingen aanbrengen in wetsvoorstellen.

In 1950 ging een staatscommissie onder leiding van de katholieke vicepremier Josef van Schaik aan het werk. Nog altijd leefde het idee dat de Grondwet was verouderd. Vrijwel unaniem stelden de leden van de commissie voor om de zittingsduur in te korten van zes naar vier jaar. Ook diende er een einde te komen aan de verkiezingen eens in de drie jaar, waarbij steeds de helft van de senaat werd verkozen. Een stemming eens in de vier jaar waarbij de samenstelling van de hele Eerste Kamer op het spel stond, was beter. De voorstellen haalden het niet.

De nieuwe winden die in de jaren zestig opstaken leidden tot nieuwe politieke herbezinning. Een staatscommissie met maar liefst twee voorzitters, de katholieke oud-premier Jo Cals en de antirevolutionaire staatsrechtgeleerde André Donner, studeerde vier jaar op noodzakelijke hervormingen. Een meerderheid van de leden stelde daarna voor de senaat rechtstreeks te kiezen. Een minderheid, inclusief Jo Cals, vond dat de Eerste Kamer vanwege het vele dubbele werk net zo goed afgeschaft kon worden. En verder opnieuw: de zittingstermijn inkorten en verkiezing in één keer.

Het kabinet-Den Uyl stuurde een voorstel voor rechtstreekse verkiezing naar de Tweede Kamer, maar die wilde er niet aan. Het bleef bij de aloude getrapte verkiezing. Na de grondwetsherziening van 1983 vond die voortaan wel eens in de vier jaar plaats voor de hele senaat, die in het vervolg ook nog maar voor vier jaar zat.

De debatten 'aan gene zijde van het Binnenhof' kregen daarna een politieker karakter. De fractievoorzitter van het CDA, Ad Kaland, voelde zich begin jaren negentig niet per se gebonden aan afspraken in regeerakkoorden. Zijn christen-democratische collega's en hij waren geen 'stemvee'. Sommige politici konden slecht tegen zo'n senaat. "Ontbinden die hap!", zou Thijs Wöltgens, fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer, in die tijd hebben geroepen.

En toen moest de Nacht van Wiegel nog komen. Het VVD-Eerste-Kamerlid stemde in het voorjaar van 1999 tegen de invoering van het correctief referendum en leek daarmee het tweede kabinet-Kok ten val te brengen. Dat trok de ontslagaanvraag later weer in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden