ZELFS DUTROUX DOET DE EMMER NIET OVERLOPEN

België huilt om de vermoorde onschuld. Het roept om orde en gezag, om de bezem door het rechtssysteem teneinde een herhaling van de zaak-Dutroux te voorkomen. Maar nog voor de tranen droog zijn, zit de magistraat alweer op zijn troon, gehuld in hermelijn, bezuinigt de politicus alweer meer dan hij investeert en praat het volk over de verhoging van de benzineprijs.

“Is het niet verpletterend, die stilte, die leegte?”, zegt de Antwerpse advocaat Bruno Schoenaerts, auteur van 'Een Kafkaiaanse nachtmerrie'. De vorig jaar verschenen pil over het hopeloos slecht functionerende 'gerecht' had een schok teweeg moeten brengen in België, “waar zich toestanden voordoen die zelfs de fantasie van Kafka te boven zouden gaan”. Maar niets daarvan. Pas nu, na de gruwelijke vondst van kinder- en tienerlijkjes, zwelt de kritiek op Justitie en politie aan. Volgens Schoenaerts is de totale ondergang van het Belgische rechtssysteem nabij: “Men zal zich eindelijk beseffen dat het zo niet langer kan.”

Anderen zijn minder hoopvol: “Ik vrees dat men binnenkort weer overgaat tot de orde van de dag”, verzucht de Brusselse criminoloog Christian Eliaerts. En dat is betreurenswaardig, want hij onderschrijft de kritiek van Schoenaerts. Ook prof. Eliaerts van de Vrije Universiteit Brussel wijst ter illustratie naar de Belgische gerechtsgebouwen. “Hoe moet een burger die recht zoekt zich voelen in het Paleis van Justitie in Brussel, in dat machtige gebouw dat uittorent boven de Marollen, het arme deel van de stad? Daar wapperen in enorme zalen zwarte gordijnen, beladen met stof, als in een griezelfilm.”

Over de zaak-Dutroux is moeiteloos een griezelfilm te maken. Wat ging er mis? Veel, zó veel dat in België de indruk heeft postgevat dat de werkloze metaalarbeider 'bescherming van hogerhand' heeft genoten. Schoenaerts en Eliaerts hebben daar hun twijfels over. Zeker, het is mogelijk dat naaste medewerkers van de vorige minister van justitie, Melchior Wathelet, beïnvloed zijn ten gunste van vervroegde vrijlating van Dutroux. Wathelet is nu de gebeten hond, omdat hij in 1992 met één pennestreek de veroordeelde verkrachter de kans bood zich opnieuw te vergrijpen aan minderjarigen. Maar, zegt Schoenaerts, een minister van justitie moet jaarlijks duizenden van die beslissingen nemen. Wathelet heeft zich onmogelijk in alle voors en tegens kunnen verdiepen. “Dat Wathelet benaderd is om Dutroux terwille te zijn, zal toch eerst bewezen moeten worden.”

Na zijn vrijlating wist Dutroux zijn medische en sociale begeleiders wijs te maken dat hij een deugdzaam leven leidde. De rijkswacht kreeg tips dat de man zich voorbereidde op ontvoeringen, maar die gegevens zouden ergens in een bureaula zijn blijven liggen.

Toen Dutroux eind vorig jaar werd aangehouden in verband met autodiefstal en omdat hij drie jongeren enkele uren had opgesloten in een van zijn vele woningen, had bij Justitie en politie de alarmbel moeten gaan rinkelen. Dutroux was immers slechts voorwaardelijk op vrije voeten. Hij verdween weliswaar een paar maanden in de cel, maar alleen wegens de nieuwe strafbare feiten. Criminoloog Eliaerts noemt dat 'vreemd', maar durft (nog) niet te spreken over kwade opzet bij politie en Justitie. “Fouten zijn nu eenmaal inherent aan ons systeem.”

Het 'systeem' wordt door advocaat en criminoloog gekwalificeerd als 'vermolmd', 'verrot' en 'bijna failliet'. Het 'systeem', dat zijn politiediensten en parketten die amper met elkaar samenwerken, elkaar zelfs regelrecht beconcurreren. Het openbaar ministerie wordt gevormd door '27 koninkrijkjes', gerechtelijke arrondissementen waarin tal van 'volstrekt onbekwame lieden' rondlopen, zegt advocaat Schoenaerts. En daar zijn de politici, die nu ach en wee roepen, zelf schuldig aan. Want veel magistraten hebben hun functie-voor-het-leven te danken aan het simpele feit dat ze lid zijn van een bepaalde partij - niet aan hun kwaliteiten. Vooral in Wallonië, waar de Parti Socialiste oppermachtig is, zijn politieke benoemingen schering en inslag. “Maar Vlaanderen is in hetzelfde bedje ziek”, geeft Antwerpenaar Schoenaerts toe.

Criminoloog Eliaerts: “De verzuiling binnen de magistratuur leidt tot tegenstellingen en zelfs tegenwerking.” Hij noemt voorbeelden van magistraten - in Wallonië - die weigeren met elkaar te praten, omdat ze niet tot dezelfde politieke partij behoren. Pas de laatste jaren is sprake van enige 'depolitisering'. Er werd een examen ingevoerd voor aankomende magistraten. Maar bij bevorderingen is en blijft het bezit van de juiste partijkaart van doorslaggevend belang.

Bemoeien politici zich te pas en te onpas met benoemingen in het gerecht, hun hart ligt zelden bij justitie als beleidsterrein. Voor de posterijen trokken ze door de jaren heen meer geld uit, voor landsverdediging (defensie) zelfs het viervoudige. Ook daarin komt verandering, maar die is nog amper zichtbaar. Eliaerts: “Wat zagen we de afgelopen dagen op tv? Speurders die sjouwen met kartonnen dozen vol dossiers. Middeleeuwse toestanden. In dit land schaffen rechters zelf maar een computer aan, omdat de invoering van de informatica zo traag verloopt.”

De huidige minister van justitie, de Vlaamse christen-democraat Stefaan de Clerck, is van goede wil, menen advocaat Schoenaerts en criminoloog Eliaerts. Maar is hij wel de krachtfiguur die het land nodig heeft? Schoenaerts herinnert er fijntjes aan dat De Clerck vorig jaar bij de vorming van de regering-Dehaene II rekende op de portefeuille landbouw en middenstand. Toen hij op Justitie belandde, claimde De Clerck maar liefst drie maanden om zich in te werken. Pikant detail: Julie en Melissa, twee dodelijke slachtoffers van Dutroux en zijn handlangers, werden ontvoerd een dag nadat De Clerck aantrad.

Het was in de ogen van Schoenaerts en Eliaerts al een hele vooruitgang dat De Clerck er niet een of meer beleidsterreinen bijkreeg. Zijn voorganger Wathelet, een Waalse christen-democraat, 'deed' ook economische zaken en was tevens vice-premier. Nog bonter was het palet van diens liberale voorganger, wijlen Jean Gol. Die was ook vice-premier, behartigde de buitenlandse handel en hield zich bovendien bezig met staatshervorming - zo ongeveer de meest tijdrovende klus in België. Gol was “een grote ramp”, vindt criminoloog Eliaerts. Zo ongeveer oordeelt advocaat Schoenaerts over ex-minister Wathelet.

De nimmer ophoudende communautaire twisten, ofwel de ruzies tussen Walen en Vlamingen, slokken volgens Schoenaerts bergen geld, tijd en energie op, ten koste van onder meer de misdaadbestrijding. “Nu praat iedereen over pedofilie, maar wat te denken van de mafia die hier al lang de vrije hand heeft?”

In de jaren tachtig zaaide de Bende van Nijvel dood en verderf bij een lange reeks overvallen, in 1991 werd de Waalse toppoliticus André Cools vermoord, vorig jaar werd de veearts Karel van Noppen doodgeschoten door wat in België de 'hormonenmafia' heet, en nog maar een paar weken geleden werd een zoveelste overval met dodelijke afloop gepleegd op een geldkoerier.

Geen van deze zaken werd opgelost. Volgens criminoloog Eliaerts is dat mede te wijten aan de tweespalt in het land. “De Bende van Nijvel pleegde op een gegeven moment in één nacht twee overvallen: één in Vlaanderen, één in Wallonië. Bewust aan beide zijden van de taalgrens omdat men wist dat de opsporingsdiensten niet met elkaar zouden kunnen samenwerken.”

Pogingen om lessen te trekken uit deze schokkende reeks onopgeloste misdaden stuiten steevast op verzet van de magistratuur zelf. Zo blokkeerden topmagistraten dit jaar een onafhankelijk onderzoek dat minister De Clerck wilde laten instellen naar de blunders die het onderzoek naar de Bende van Nijvel ontsierden. Eliaerts:, “De magistratuur laat zich nauwelijks hervormen. Zij duldt geen enkele inmenging. Bij iedere poging daartoe gaan alle stekels recht overeind.”

Advocaat Schoenaerts springt op en stampvoet door zijn bureau als het arbeidsethos van de Belgische rechter ter sprake komt: “Ze zijn, uitzonderingen daargelaten, niet alleen onbekwaam maar bovendien ronduit lui. Ik ken een rechter die van paardrijden houdt en die sport professioneel kan beoefenen. Sommige Hoven van Beroep houden twee middagen per week zitting, vier zaakjes per middag. En dat 'werk' wordt dan ook nog verdeeld onder drie rechters, die om drie uur beginnen en om half zes weg zijn, en nooit een dossier mee naar huis nemen. En dan ziet ge het: ge moet hier vijf jaren wachten op een uitspraak in hoger beroep.”

Bovendien, zegt Schoenaerts, gaat het in de rechtszaal zelden over de inhoud van de zaak, maar vooral om procedureslagen: “De Belgische rechter heeft geen oog voor het materieel recht; als de zaak formeel maar in orde is, dan is het goed.” Eén verkeerde komma kan het pleidooi van de advocaat volkomen waardeloos maken. “Als je bij een Nederlandse kantonrechter komt en er zit een vormfout in je papieren, dan is de reactie: meester, formeel is dat niet juist, maar ik kan de inhoud van uw pleidooi aanvaarden. In België worden procedurefouten dankbaar aangegrepen om zich vooral niet over de inhoud van de zaak te hoeven uitspreken.”

Eliaerts bevestigt de litanie van de advocaat: “Een Belgische magistraat doet liever niets dan dat hij fouten maakt; wie geen fouten maakt, wordt ook niet berispt of bestraft.” De criminoloog voert wel verzachtende omstandigheden aan: Belgische magistraten worden karig betaald ten opzichte van hun collega's in de omringende landen, en zeker in verhouding tot advocaten en juristen die goud verdienen in het bedrijfsleven. Een vermaard Belgisch rechtsgeleerde schreef jaren geleden al een krachtig recept voor: halveer het personeelsbestand in de magistratuur en verdubbel de wedde van de overblijvers. Dat verhoogt de kwaliteit.

Komt het ooit nog goed met de Belgische justitie? De advocaat en de criminoloog hebben er een hard hoofd in. Met enige afgunst kijken ze naar Nederland, waar de IRT-affaire weliswaar een hoop ellende aan het licht bracht, maar waar nu wel 'zuiveringen' plaatsvinden in de rangen van Justitie en politie.

“In Nederland durft men te veranderen, hier niet”, zegt advocaat Schoenaerts, die zijn bewondering voor Winnie Sorgdrager niet onder stoelen of banken steekt: “Jullie minister weet van wanten. Ze weet waarover zij het heeft.” Ook Eliaerts zou een stoelendans, zoals binnen het Nederlandse opsporingsapparaat, toejuichen, maar weet dat het in België op dit moment niet haalbaar is: “Er zitten hier nog honderden mensen x jaar op hun stoel.”

De Belgische regering heeft nu, onder druk van de geschokte publieke opinie, in allerijl een reeks maatregelen afgekondigd. Maar sommige daarvan zijn bepaald niet nieuw en andere zijn lucht omdat het benodigde geld nog niet is gevonden. Het haastpakket stuit op grote scepsis bij de advocaat en de criminoloog. Eliaerts: “Het nu beloofde penitentiair centrum voor seksueel delinquenten hadden we dertig jaar geleden al. Maar vanwege het cellentekort werd het een gewone gevangenis.”

De uitbreiding van de hulp voor slachtoffers van geweldsmisdrijven wordt door advocaat Schoenaerts weggehoond: “Het fonds dat daarvoor beschikbaar was, wordt stelselmatig door de regering leeggeplunderd. Het wordt misbruikt om de staatskas te spekken. Dat noem ik pervers. De regering belooft nu een half miljard frank per jaar voor rechtsbijstand en haalt tegelijk een veelvoud daarvan uit de bestaande fondsen. Een roversbende is het! In Nederland zou dat een groot schandaal veroorzaken. Hier hoor je er niemand over.”

Bij iedere nieuwe macabere vondst in de zaak-Dutroux klinkt de roep om orde en gezag. Tegelijk zijn de Belgen niet bepaald het meeste gezagsgetrouwe volk in Europa; zij hebben doorgaans weinig op met regels en wetten. Schoenaerts: “België is een geuzenland. De regering zien we als een onweer dat over het land trekt; als het dekreten regent, zien we die bij voorkeur op het hoofd van de buurman neerkomen.” De advocaat hoopt dat nu eindelijk eens het failliet van het Belgische rechtssysteem zal worden uitgesproken. Maar Schoenaerts betwijfelt of de zaak-Dutroux de druppel zal zijn die de emmer doet overlopen.

Criminoloog Eliaerts twijfelt niet; hij wéét dat ook de zaak-Dutroux niets zal veranderen: “Nu roept men om herinvoering van de doodstraf. Dat zien we na iedere grote affaire. In mijn 25-jarige carrière heb ik om de drie jaar moeten opdraven om voor de camera's over de doodstraf te spreken. Maar steeds zakt de belangstelling weer als een pudding in elkaar. Morgen praten we weer over de verhoging van de benzineprijs met twee frank.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden