Zelfs de hemel was niet hoog genoeg

Piet Hoekstra fronste zijn wenkbrauwen toen hij in 1989 werd aangesteld als bondscoach van 's lands beste wielrensters. Hij keek het stelletje aan, observeerde de dames vluchtig en bracht weinig genuanceerd, maar wel heel duidelijk zijn boodschap over: ,,Jullie hebben te dikke konten en tieten. Als jullie wat willen presteren, moet er vijftien kilo af.''

,,Wat ben jij een rotte, botte Fries'', dacht de talentvolste van de groep, Leontien van Moorsel, die tijdens het eerste evaluatiegesprek ook nog van Hoekstra kreeg te horen dat ze er helemaal niets van kon. ,,Dat ze jou in de selectie hebben gehaald, beet hij mij toe.''

Van Moorsel pakte de handschoen op. Wat al te gretig zelfs. Ze liet zich dat kledingstuk ook hartje zomer niet uit handen rukken. Ze wilde de top halen en wist wat haar te doen stond: afvallen. Ze deed het tot op het obsessionele af. Tot ze - allang ongenietbaar voor haar ouders en haar latere vriend Michael Zijlaard, die de verkering rap uitmaakte omdat hij niet verliefd kon zijn op iemand die zichzelf alleen maar pijnigde - onder de kritische grens van 50 kilo zakte.

Maar ook toen Leontien Martha Petra van Moorsel nog de gezellige Tinus van weleer was, kwamen de successen haar al aanwaaien. Het lichaam was keurig in proporties toen ze in 1990 in het Japanse Maebashi wereldkampioene op de achtervolging werd en in Utsunomiya deel uitmaakte van het nationale tijdritkwartet dat zich in de regenboogtrui mocht hullen.

Een jaar later volgde het eerste echt aansprekende succes: in Stuttgart werd ze wereldkampioene op de weg, een prestatie die ze in 1993 in Oslo herhaalde. In die glorieperiode won Van Moorsel ook nog twee maal de Tour de France féminin. De laatste keer na een fantastisch staaltje sur place op Alpe d'Huez met aartsrivale Jeannie Longo, die haar de sprint wilde opdringen om op die manier de achterstand van acht seconden goed te kunnen maken.

Het jaar 1992 ontbreekt in het rijtje (hoewel ze toen wel de Ronde van Frankrijk op haar naam schreef) en dat was bij nader inzien het slechtste dat haar kon overkomen. Ze voelde zich favoriet voor de olympische wegtitel, was in topconditie, maar faalde hopeloos.

Dat bracht haar tot het ridicule besef dat ze nóg harder moest trainen, nóg meer moest afvallen en zich nóg meer sociale pleziertjes moest ontzeggen. Een uur niet gefietst betekende een uur niet geleefd, een grammetje teveel een overwinning minder. Haar ouders snauwde ze af als die haar voor een kopje koffie 'stoorden'. Ook 'goeroe' Hoekstra had de greep op Tinus allang verloren. ,,Haar bezieling en gedrevenheid waren ongelooflijk groot. Ze maakte echter één belangrijke fout. Op een gegeven moment ben je in de hemel. Beter kan niet. Maar ondanks dat wilde zij in de superhemel.''

Geestelijk en lichamelijk gesloopt stopte Van Moorsel in 1994. Ze inhaleerde weer de geneugten des levens, kwam vijftien kilo aan en begon zich om die reden andermaal doodongelukkig te voelen. Ze liet zich 'opsluiten' in een medisch-cosmetisch kuurcentrum bij Valkenburg om met zichzelf in het reine te komen. En om zich te lanceren voor de sprong naar nog één ultiem doel: olympisch goud.

Atlanta was te kort dag, dus moet de droom - de achtervolging, daar waar het in 1990 mee begon - van de nu 29-jarige Van Moorsel in Sydney worden verwezenlijkt. Inmiddels durft ze daar rond voor uit te komen, maar toen ze zich in 1997 weer schuchter meldde, met een eigen ploeg, was dat vooral met het oogmerk anderen wedstrijden te laten winnen. Ze keek bij de ploegpresentatie nog even terug op het verleden dat ze het liefst achter zich laat. ,,Hoe ik het zover heb kunnen laten komen? Als je tegen een meid zegt dat ze een dikke reet heeft, gaat ze zich helemaal uithongeren.''

In januari 1997 kon Van Moorsel niet bevroeden dat ze, gestimuleerd door haar echtgenoot, trainer en manager Michael Zijlaard, nog twee wereldtitels in de tijdrit aan haar rijke palmares zou toevoegen. Net als vroeger traint ze zich wezenloos. Met dat verschil dat ze alleen dat doet waar ze goed in is en waar ze een goed gevoel bij heeft. ,,Leontien was blind voor alles, behalve voor de sport'', kijkt vader Harry terug op de 'oogkleppen'-periode. ,,Ik zag dat natuurlijk met lede ogen aan, maar ik had er nauwelijks greep op. Je vertrouwde op de coaches, doch die konden het tij ook niet keren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden