Zelfs de dood wordt vermarkt

Michael Sandel

RECENSIE - Een belangrijk boek dat overtuigt in zijn stellingname tegen ongebreidelde marktwerking.

De vrije markt begon aan een zegetocht in de jaren tachtig, de tijd van Ronald Reagan en Margaret Thatcher, maar kwam na het uitbreken van de financiële crisis in 2008 ter discussie te staan. De kritiek beperkte zich vooral tot wat als de belangrijkste oorzaak van die crisis werd beschouwd: de ongebreidelde hebzucht en het niets of niemand ontziende winstbejag van bankiers, speculanten en aandeelhouders.

Volgens de Amerikaanse filosoof Michael Sandel, bij een groot publiek bekend van de televisieserie die van zijn colleges over rechtvaardigheid is gemaakt, heeft zich de afgelopen dertig jaar ook een andere, ingrijpender en zorgwekkender ontwikkeling voltrokken.

De vrije markt is steeds verder binnengedrongen in maatschappelijke domeinen waar zij vroeger buiten stond: de gezondheidszorg, het onderwijs, de veiligheid, zelfs het gezinsleven. Daardoor is de hele samenleving van karakter veranderd: van een samenleving die een markteconomie hád, is zij zelf een 'marktsamenleving' geworden, waarin marktwaarden vrijwel het hele menselijk leven en streven zijn gaan beheersen, vaak zonder dat we het beseffen.

Om ons wakker te schudden schreef Sandel een boek: 'Niet alles is te koop'. De triomf van de vrije markt heeft niet alleen geleid tot een financiële, maar ook tot een morele crisis, betoogt hij. En die noopt ons eens te meer tot bezinning op de fundamentele vraag: in wat voor samenleving willen we eigenlijk leven?

Sandel wil geen pasklaar antwoord geven maar een theoretisch kader bieden voor een maatschappelijke discussie. De titel van zijn boek maakt al duidelijk dat de ontwikkeling naar een 'marktsamenleving' hem grote zorgen baart. Overtuigend neemt hij stelling tegen voorstanders van meer marktwerking die menen dat die waardevrij is, en die geen morele dilemma's zien. Sandel geeft voorbeelden van financiële prikkels die worden toegepast om wenselijk gedrag te stimuleren.

Zo zijn er in Amerika scholen die hun leerlingen met dollars belonen voor aanwezigheid, goede studieresultaten of het lezen van boeken. Patiënten krijgen er soms geld van zorginstellingen als ze regelmatig hun medicijnen innemen, stoppen met roken of afvallen. Tegen zulke prikkels hebben 'markt'economen geen bezwaar; die kijken alleen of ze het effect hebben. Maar critici spreken van omkoperij en manipulatie.

Zo ook Sandel, die schrijft dat smeergeld in de gezondheidszorg ons ertoe brengt 'het goede te doen om verkeerde redenen'. Mensen zouden louter uit zelfrespect moeten zorgen voor hun lichamelijk welzijn. Die innerlijke motivatie kan door uiterlijke prikkels juist worden ondermijnd, zoals ook de motivatie om je best te doen op school. Gaandeweg kan onze hele levensinstelling erdoor veranderen, en dat is een moreel probleem van de eerste orde. Doen we straks nog wel dingen als we er geen geld voor krijgen?

Zaken of goederen die eigenlijk niet te koop zouden moeten zijn, worden van hun eigen waarde ontdaan en gedegradeerd tot marktwaar, beklemtoont Sandel. Het respect dat we ervoor hadden wordt aangetast. Zulke bezwaren zijn van oudsher aangevoerd tegen prostitutie en slavernij, maar Sandel laat zien dat ze tegenwoordig ook van toepassing zijn op tal van andere terreinen dan het menselijk lichaam, zelfs op de dood - zie de handel in levensverzekeringen van bejaarden.

Behartenswaardig zijn ook Sandel opmerkingen over het corrumperende effect van geld op het altruïsme, de kostbaarste morele neiging van de mens. Aan de hand van onderzoek toont hij aan dat financiële prikkels altruïstische motieven niet versterken maar juist onderdrukken of verdringen. Door de commercialisering van de bloedbanken nam in Amerika de bereidheid om vrijwillig bloed te geven af.

Naast het probleem van omkoperij prangt volgens de filosoof bij veel nieuwe economische praktijken ook de vraag of het er wel eerlijk aan toegaat. Hij besteedt een heel hoofdstuk aan mensen die graag geld betalen om niet op hun beurt te hoeven wachten, of het nu gaat om het inchecken op luchthavens, in de rij staan voor een toegangskaartje of om medische behandeling.

In Amerika zijn er al 'conciërge-huisartsen', met zo'n kleine praktijk dat ze voor hun patiënten altijd klaar kunnen staan en dag en nacht bereikbaar zijn - tegen een hoog jaarlijks geldbedrag welteverstaan. Heel interessant is de observatie dat boetes steeds vaker worden opgevat als 'vergoedingen': ze worden dan niet meer ervaren als een geldstraf voor iets dat niet mag, maar als de prijs die moet worden betaald om dat wél te mogen doen - of het nu gaat om foutparkeren, snelheidsovertredingen of milieuvervuiling.

In gevallen als deze speelt bovendien het verschil tussen arm en rijk steeds mee. De commercialisering van het dagelijks leven is vooral gunstig voor de rijken, die de extra kosten makkelijk kunnen betalen, terwijl de transacties voor arme mensen doorgaans niet vrijwillig maar bittere noodzaak zijn: of het nu gaat om draagmoederschap, nierdonatie, voor iemand anders in de rij staan of dienen als een wandelend reclamebord.

Ook in dit opzicht wordt de kloof tussen arm en rijk breder, constateert Sandel, en wordt de gelijkheidsgedachte die ten grondslag ligt aan de democratie, verder aangetast. Hij duidt die ontwikkeling aan met het veelzeggende woord 'skyboxificatie': sportfans staan niet langer zij aan zij op de tribune, ongeacht positie of inkomen.

'Niet alles is te koop' wemelt van de praktijkvoorbeelden. De filosofische reflectie is naar verhouding bescheiden, maar geeft wel volop stof tot nadenken. Je kunt tegenwerpen dat Sandel zich voornamelijk baseert op Amerikaanse toestanden, die nu eenmaal vaak extreem zijn, en dat het hier nog meevalt. Misschien zullen hier inderdaad nooit gesponsorde politiewagens vol reclame rondrijden.

Maar in economische ontwikkeling zijn de Verenigde Staten al meer dan een eeuw ons voorland, en de vermarkting van het leven rukt hier ook op. Sandels boek leert wat ons te wachten staat als wij zijn waarschuwingen niet ter harte nemen. Een belangrijk boek.

Michael J. Sandel: Niet alles is te koop. De morele grenzen van marktwerking. (What Money Can't Buy. The Moral Limits of Markets) Vertaald door Karl van Klaveren en Dick Lagrand. Ten Have, Utrecht; 288 blz. € 22,50

Rechtvaardig
Michael J. Sandel (1953) is politiek filosoof aan de Amerikaanse Harvard Universiteit. Hij doceert onder meer over ethiek, de toekomst van de menselijke natuur, globalisering en haar critici. Wereldwijd kreeg hij bekendheid met zijn colleges over rechtvaardigheid. Ze dienden als basis voor zijn boek 'What's the Right Thing to Do?' (2009). Als het over politiek beleid gaat, moet volgens Sandel de centrale vraag niet zijn of iets goed is voor de kiezers, maar: dient dit de gemeenschappelijke zaak?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden