Zelfmoord als pact met de duivel

Het is een probleem van alle tijden: hoe bepalen we onze houding tegenover zelfmoord. Morgen bezien historici hoe het er in de achttiende eeuw aan toeging. Hier vast een blik vooruit op de terugblik van morgen.

Angst voor chaos in de maatschappij maakte dat aan het einde van de zeventiende eeuw bijna niemand recht had op de dood. Alleen ziekten verlosten mensen soms van hun lichamelijke pijn en ook het noodlot wilde nog wel eens stervelingen wegplukken uit het aardse bestaan. Maar mensen die 'zomaar' de overstap maakten, ontliepen hun maatschappelijke verplichtingen. Om paal en perk te stellen aan deze praktijken werden zelfdoders des te gruwelijker gestraft, weet de Werkgroep Achttiende Eeuw die morgen in Den Bosch een symposium houdt over zelfmoord in de achttiende eeuw.

Volgens Jos Monballyu, hoogleraar rechtsgeschiedenis, vond de criminalisering van de zelfdoding zijn oorsprong binnen de kerk. In de zesde eeuw na Christus ontstond een martelaarsmentaliteit die leidde tot een soort zelfmoordmanie. Om deze ontwikkeling binnen de perken te houden werd onder invloed van Augustinus zelfmoord beschouwd als een wanhoopsdaad. ,,Die wanhoop werd veroordeeld, omdat de mens niet meer geloofde in het heil, dat God redt. De zelfmoordenaar deed dus wat de duivel hem ingaf'', aldus Monballyu.

In de zestiende en zeventiende eeuw zetten de mensen zich af tegen het zelfdoden door voorbeelden te stellen, in de ene regio al gruwelijker dan in de andere. ,,Een zelfmoordenaar werd voor straf uitgekleed, met de voeten aan de staart van een paard gebonden en met het aangezicht over de straatstenen gesleept. De dode werd opgehangen in een boom, zodat ook de familie het kon zien. Het lijk werd later in ongewijde grond begraven. De goederen van het getroffen gezin werden verbeurd verklaard.''

Halverwege de achttiende eeuw ontstond er echter een afkeer van dit vernederingsritueel, die een praktische uitwerking kreeg in de rechtspraak. Zelfmoordenaars werden niet meer gezien als door wanhoop gedrevenen, maar voortaan bestempeld als krankzinnig en dus ontoerekeningsvatbaar. Zij konden niet worden gestraft, oordeelden steeds meer juries.

Probleem was wel dat de familie moest kunnen aantonen dat de zelfmoordenaar inderdaad krankzinnig was. ,,Ze vertelden dat hun familielid een lange tijd melancholiek was geweest. Zo hoopten ze dat gestorvene niet zou worden gestraft en dat zij hun bezittingen konden behouden'', aldus Monballyu.

Een misdadiger die in de gevangenis zelfmoord pleegde, kon niet op de verklaring van krankzinnigheid rekenen. Hoe vreselijk en psychisch zwaar zijn verblijf achter tralies in afwachting van zijn (dood)straf ook mocht zijn, met zelfdoding koos hij ervoor zijn lot te ontlopen. De dode werd alsnog wreed gestraft en de familie moest het zonder zijn bezittingen doen.

Gijsbregt Voetius, hoogleraar theologie uit de eerste helft van de zeventiende eeuw, had al een eigen medische verklaring voor het verlangen naar de dood. Hij distantieerde zich van het religieuze idee dat zelfmoord een zonde tegen de Heilige Geest zou zijn. Godsdiensthistoricus Roel A. Bosch: ,,Hij zei dat die mensen gewoon ziek waren. Ze hadden teveel zwarte gal in hun lichaam waardoor ze melancholisch werden.''

Deze mensen kregen 'middelen' om zelfmoord te voorkomen, zoals het advies om godvrezende mensen op te zoeken. Die boden vroomheid en een rustig leven. Keerzijde was echter dat zelfmoordenaars in spe daardoor nog meer naar de dood konden gaan verlangen. Aan gelovigen met jubelverhalen over Gods wonderlijke werking hadden zij geen boodschap.

,,Omdat zij die ervaring niet hadden, voelden zij zich heel eenzaam'', aldus Bosch. ,,Het komt vaak voor dat mensen die intensief bezig zijn met hun band met God heel erg gaan twijfelen. Ze denken dat God hen verworpen heeft omdat ze geen antwoord op hun gebed krijgen. Ze ervaren die religieuze verlating als een hel.''

Aan het einde van de achttiende eeuw braken onder invloed van verlichte denkers betere tijden aan voor zelfmoordenaars. ,,Lijfstraffen werden steeds meer afgeschaft, het publiekelijk afhakken van hoofden of het radbraken gebeurde niet veel meer'', vertelt Monballyu. ,,De lijfstraf maakte plaats voor de gevangenisstraf. Men wilde niet het lichaam, maar de ziel treffen.''

Ook kwam het steeds vaker voor dat mensen uit de bovenste laag van de maatschappij een einde aan hun leven maakten. Bestuurders voelden er weinig voor de lichamen van hun eigen familieleden of collega's door het slijk te halen. ,,Een advocaat in de Oostenrijkse Nederlanden pleegde zelfmoord na schriftvervalsing. Zijn vader trok naar Brussel om de landvoogd te vragen niet met het dode lichaam van zijn zoon te slepen. De identificatie met de zelfmoordenaar werd bij mensen van dezelfde hogere stand groter. Uiteindelijk ging dit zo ver dat men zich ook ging bekommeren om het lot van de medeburger, de landgenoot'', aldus Monballyu.

Het straffen van een dode werd vervangen door hem gewoon 'in de grond te stoppen'. Een serieuze begrafenis liet in veel landen nog op zich wachten. Uitzondering was Frederik de Grote in Pruisen, die onder invloed van Voltaire deze groep mensen eervol wilde begraven en diverse priesters zelfs dwong om deze handeling te verrichten.

Niet alle grote verlichte denkers vonden dat iemand het recht had om zichzelf te doden. Nu God niet meer werd gezien als de enige die kon besluiten over leven en dood, waren conservatieven bang dat mensen zich lukraak van kant zouden maken. Zo bleef de Duitse filosoof Christian Wolff voor de bestraffing. ,,Conservatieve denkers vonden het niet juist dat iemand zich niet meer nuttig maakte, dat iemand van maatschappelijk belang zichzelf uitschakelde. Zo iemand was een profiteur'', aldus Bosch. ,,Rond 1770 ontstond ook in de literatuur steeds meer een verlokking naar de dood. Deze verlokking zou een chaos in de maatschappij veroorzaken. Uit zelfbehoud werd zelfdoding als negatief bestempeld.''

De mens is nu vrij om toe te geven aan het 'verlangen' naar de dood. Voor lijfstraffen of het verbeurd verklaren van bezittingen hoeft niemand meer te vrezen. Toch blijft een nare nasmaak bestaan als iemand de voorkeur geeft aan de dood boven het leven. Voelen we ons onzeker als we geen grip op de ander blijken te hebben? Het brengt schuldgevoelens mee als iemand ontsnapt aan het natuurlijke ritme van het leven. ,,Het is nog steeds een asociale daad'', zegt Monballyu. ,,In veel kerken verloopt de begrafenis voor een zelfmoordenaar niet hetzelfde als bij een 'gewone' overledene.'' God beschikt over het leven en de mens heeft het recht in eigen handen genomen. Daarbij komt dat het funest voor de maatschappij zou zijn als de mens zichzelf gemakkelijk kan uitroeien, stelt Monballyu. De bestraffing vindt niet opnieuw zijn intrede; alle juridische vrijheid is er voor deze zelf gecreëerde dood. Toch blijft er een algemene angst voor zelfmoord bestaan, meent Bosch. ,,Het is de gemakkelijkste weg, maar toch blijft het geweten knagen. In sommige strenge protestantse kringen komt het voor dat foto's van de zelfmoordenaar worden weggehaald, dat zijn naam niet meer wordt genoemd.''

,,In de pers verschijnt bijna niets over zelfmoord. Als iemand voor de trein is gesprongen, hoor je alleen dat een mankement het probleem van de treinvertragingen was. De angst dat mensen elkaar aansteken om zichzelf te doden is eeuwenoud.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden