Zelfkritiek niet ons sterkste punt/Het wordt hoog tijd dat moslims zichzelf een zorg zijn

Zowel de Universiteit van Amsterdam als de Vrije Universiteit in die stad openden in september 1995 het academisch jaar met een college over de islam. Dr. K. Wagtendonks rede was getiteld 'Islam, vergelijkende godsdienstwetenschap en de ideeën van de islamitische vrouwenorganisatie Al-Nisa'.

ABDULWAHID VAN BOMMEL

Wagtendonk kwam daar in een door hem onderzocht verenigingsblad niet geheel zonder kleerscheuren van af. Het is inderdaad nogal eigenaardig om de ideeën van een organisatie uit een blad af te leiden dat naar goed Nederlands gebruik een platform biedt om duizend bloemen te laten bloeien. Tenslotte wordt zowel het lezerspubliek als dat van de door Al-Nisa georganiseerde bijeenkomsten gevormd door een willekeurig samengesteld gezelschap dat vaak via een huwelijk met een 'geboren moslim' met de islam in aanraking is gekomen. Dat vrouwen die met Turken, Marokkanen en Somaliërs kunnen zijn getrouwd er een vastomlijnd ideeëngoed over 'de' islam op na houden lijkt me sterk.

Dr. J. Slomps rede, 'Ruimte voor Mohammed in Nederland', was hoopgevend, vooral voor al de Marokkanen met die naam, maar hij bedoelde de profeet van de islam. Onlangs verdedigde hij mijn stelling dat God volgens de koran (5:48) religieuze diversiteit heeft gewild. Mohammed kon volgens Slomp moeilijk verkondigen dat joden en christenen er niet mochten zijn, vooral omdat hij zich beriep op een twintigtal bijbelse profeten, onder wie Mozes en Jezus als zijn voorgangers. Volgens de Libanese christen jurist Antoine Fattal en de Syrische r.k. theoloog Adel Theodor Khoury staat het verdrag van godsdienstvrijheid van de profeet Mohammed nog steeds model voor de rechtsbescherming van christenen in het Midden Oosten.

Ondertussen hebben de professoren W.A.R. Shadid en P.Sj. van Koningsveld bij Kok Pharos in Kampen vijf engelstalige werken uitgebracht over de positie van o.a. moslims in West Europa op het gebied van gelijke rechten en integratie. Beide lezingen en de verzamelde werken van Shadid en van Koningsveld kunnen we zien als onderdeel van een alfabetiseringscursus op inter-religieus gebied. Het hoeft voor moslims niet bedreigend over te komen dat wetenschappers het inburgeringsproces van een migrerende religie begeleiden. Dat een docent islamitisch godsdienstonderwijs van Hogeschool Holland in Diemen (Hassan Yar) en andere moslims daaraan medewerking verlenen en dat er vanuit moslimperiodieken op wordt gereageerd, betekent alleen maar dat er sprake kan zijn van een gezonde uitwisseling van gedachten op dat gebied.

Het zou jammer zijn indien de dun gezaaide (opinie)leiders van de als los zand aan elkaar hangende moslimgemeenschap in Nederland zich in weerzin zouden afwenden van de weinige politici, wetenschappers, journalisten en schrijvers die het glas van de kas durven breken waar wij als plantjes in staan. Een volwassen dialoog met de media, wetenschap en politiek, behoort tot ons ontwikkelingsproces; we dienen vooral de media te beschouwen als een raamwerk van zelfbespiegeling. Het wordt hoog tijd dat moslims zichzelf een zorg zijn. Daaraan voorafgaand dienen we ons in zelfreflectie en zelfkritiek in verleden, heden en toekomst van de in Nederland verblijvende categorieën allochtonen met moslimachtergrond te verdiepen. Zelfreflectie en zelfkritiek zijn niet onze sterkste punten. Dat sommige ambtenaren of welzijnswerkers met een Turkse of Arabische naam de in-crowd terminologie van Rath en Penninx hebben overgenomen betekent nog niet dat zij de link islam - emancipatie hebben weten te leggen. Tot onze problemen behoort immers dat de 'authentieke vertegenwoordigers van eigen cultuur', Turkse en Marokkaanse ambtenaren, politici, journalisten, welzijnswerkers, wetenschappers, en andere woordvoerders vrijwel blanco zijn waar het kennis van eigen religie en cultuur betreft. Dat bovendien bestuursleden van islamitische basisscholen en imams worden voorgesteld als mensen die 'alles van de islam weten' terwijl zij meestal een uit het hoofd geleerd stagnatiemodel van de in hun dorp gangbare islam na-papegaaien. En dat daarnaast nog de weinige Nederlanders die zo gek zijn geweest de islamitische beginselen te omhelzen worden afgezet tegen de uitheemse 'echte' moslims als ze een keer hun mond open doen om te laten zien dat naast de 'echoput-islam' een moslimgeloof en ideologie zeker inspiratie kunnen bieden voor ontwikkeling en emancipatie van de in Nederland opgroeiende generaties moslimkinderen.

Je kunt je daarbij afvragen wie de adviseurs van minister Sorgdrager waren, toen zij in 1995 de Marokkaanse wetgeving op het gebied van echtscheiding ging omhelzen. Mei 1995 kwam het bericht dat de minister van Justitie een voorstel waarbij de wet tevens echtscheidingen volgens islamitisch recht zou erkennen, naar de Tweede Kamer had gestuurd. In feite bleek het een gebaar te zijn waarmee indirect werd aangestuurd op werderzijdse erkenning van elkaars echtscheidingrecht. Of moslimvrouwen daar in werkelijkheid wel bij varen is natuurlijk nog de vraag.

De tegemoetkoming van mw. Borst was nog vreemder. Uit een onderzoek van het Ratheneau Instituut bleek dat ouders niet zozeer bij het eerste kind (zes procent), maar wel indien een gezin meerdere kinderen van hetzelfde geslacht heeft (dertien procent), soms voor toepassing van zaadselectie voor de bevruchting zouden kiezen. Tachtig procent van de geïnteresseerden was van Nederlandse afkomst en twintig procent was allochtoon. Binnen die twintig procent stelden 'moslims' zich minder terughoudend op. 'Bij hen is de druk om zonen te krijgen dan ook het hoogst', stond in het onderzoek. Misschien ging er toen bij minister Borst een lichtje branden. De koran echter behandelt het vrouwelijke en het mannelijke als twee kosmische beginselen die de verhoudingen binnen het universum mede bepalen: “Allah geeft dochters aan wie hij wil en zoons aan wie hij wil” (4:23), en bekritiseert sterk de mannen wiens gezicht verduistert en vol wrok zitten wanneer zij het bericht krijgen dat hun vrouw een dochter heeft gekregen. (16:57-60) De preoccupatie met zonen is dus van de mens niet van de islam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden