Zelfcensuur gaat onbewust in een brandbare samenleving

De moord op twaalf mensen bij de redactie van Charlie Hebdo raakt de vrijheid van meningsuiting, zei de Franse president Hollande onmiddellijk. De vrijheid zelf was aangevallen. Kan die vrijheid zo'n aanval weerstaan?

Hoe hard komt dit aan bij iemand die al eerder op grenzen aan de vrijheid van meningsuiting is gestuit?

Zo'n blad wilde cartoonist Jos Collignon ook wel maken, concludeerde hij na een bezoek aan de redactie van Charlie Hebdo, al weer dertig jaar geleden. "De vergadering vond plaats aan een grote tafel vol met wijn en kazen. Zodra de hoofdredacteur een onderwerp noemde, begonnen alle tekenaars. De beste cartoon kwam op de voorpagina. Het zijn coryfeeën." Het nieuws kwam voor Collignon als een schok. "Dit is een aanslag op de vrijheid van meningsuiting. Op de beschaving. Op de democratie."

Ook filmmaker Gijs van de Westelaken was geschokt toen hij hoorde van de aanslag in Parijs. Van de Westelaken verloor tien jaar geleden vriend Theo van Gogh, die vermoord werd door een moslimfundamentalist. "Theo's moordenaar was een prutser vergeleken met deze mannen. Deze methode is zo effectief: de vrijheid van meningsuiting staat gelijk onder druk."

Beperkt 'Parijs' de vrijheid van meningsuiting?

"De eerste reacties in de samenleving zijn ferm", zegt Henri Beunders, hoogleraar geschiedenis, cultuur en media aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. En dat geldt niet alleen voor politici. Tijdschriften en kranten, ook in Nederland, ze zeggen massaal: wij staan pal achter de makers van Charlie Hebdo. "In tweede instantie zul je zien dat men zich gaat bedenken. Dat is al gaande vanaf de komst van de ayatollah's in Iran, zeker vanaf de fatwa tegen Salman Rushdie in 1989, en in Nederland sinds de moord op Theo van Gogh. In de westerse wereld bestaat er al lang zelfcensuur op dit punt. Tekenaars maken niet dezelfde grappen over de islam als ze doen over de paus."

Maar de reacties gaan verder dan dat, stelt Beunders. De publieke opinie kan zelfs doorslaan naar de andere kant. "Je ziet na de eerste verontwaardiging die volgt op een terreurdaad de laatste tijd ook een tweede reactie: het slachtoffer krijgt de schuld. Theo van Gogh werd snel nadat hij was vermoord een provocateur genoemd."

Ook de Franse auteur Michel Houellebecq, van wie deze week een nieuwe roman verscheen waarin hij Frankrijk in een kalifaat laat veranderen, valt die typering ten deel.

Maar ook voor de vrijheid van meningsuiting van sommige moslims kan deze daad nadelige gevolgen heben.

Beunders: "Je ziet nu in de reacties dat mensen, zoals de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb, het volgende duidelijk maken: als je niet tegen een grapje kunt, hoor je hier niet. Voor iemand als Aboutaleb, die zijn Allah misbruikt ziet door aanslagplegers, is dat begrijpelijk. Maar democratisch is het niet. Want iedereen heeft hier nu eenmaal ook het recht om niet gediend te zijn van grappen. Je kunt er zelfs voor naar de rechter stappen. Als je maar niet de kalasjnikov pakt."

Gaan publicisten en tekenaars zichzelf censureren?

"Die trend gaat alleen maar verder", zegt Beunders. "Al zullen ze het niet willen toegeven. Je ziet nu al dat Nederlandse kranten de bewuste cartoons niet op hun voorpagina zetten. Dat zou dan een journalistieke afweging zijn, maar ik zie daar toch ook voorzichtigheid in. Zelfcensuur dus. Als de aanslagplegers dat als doel hadden, zijn ze geslaagd."

Geen enkele Nederlandse cartoonist heeft gisteren de profeet getekend, signaleert Jos Collignon. Maar of dat nu echt een nieuwe vorm van zelfcensuur is, dat weet hij niet zeker. "Tekenaars zijn eraan gewend hun doel te bereiken zonder de profeet af te beelden. Dat onderscheidde Charlie Hebdo van andere bladen: ze tekenden de profeet altijd."

Het is moeilijk in te schatten of een tekening te ver gaat en reacties oproept, heeft Colignon - zelf ten tijde van de zaak van de Deense cartoons ook bedreigd - gemerkt. "Ik werk op gevoel. En soms ken ik de gevoeligheden van anderen gewoon niet goed."

Het gebeurt onbewust, zegt Van de Westelaken als hem wordt gevraagd of publicisten en tekenaars nu aan zelfcensuur gaan doen. Maar dat overal de rem erop gaat is zeker, zegt hij. Bijvoorbeeld bij het bedenken van een film of een serie. "Je kiest nooit voor de profeet als onderwerp. En als je dat al doet, zoek je slimme manieren om het onderwerp aan te vliegen. Want je wilt niet voor een film door je hoofd worden geschoten."

Weegt de vrijheid van meningsuiting wel op tegen mogelijke bedreigingen?

Nee, zegt Jos Collignon voor zichzelf. "We worden aangemoedigd om door te gaan. Om niet te stoppen voor de gewapende terrorist. Want: artistieke vrijheid is een groot goed. Maar als ik mijn leven moet leven onder beveiliging, zou ik sommige onderwerpen misschien laten liggen. Want het leven, dat is een nog groter goed."

Van de Westelaken twijfelt. Ja, hij wil films over gevoelige onderwerpen blijven maken. En ja, grappen moeten over alles en iedereen kunnen worden gemaakt. Dat is dapper en moedig. Maar, zo weet hij, leven met een beveiliger in de buurt is verschrikkelijk. Een ramp. "Ik wens het niemand toe."

"Dat je die vraag moet stellen, is natuurlijk al een uiting van de sfeer waarin we zijn beland", zegt Beunders. "Aan de andere kant, het zou media denk ik sieren wanneer ze eerlijk toegeven dat ze sommige dingen niet meer doen."

"De vrijheid van meningsuiting is immers niet absoluut Je mag niet in een volle bioscoop roepen dat er brand is. Ook dergelijke tekeningen worden moeilijker, die kunnen immers de sfeer ook doen ontbranden. We leven in een brandbare samenleving."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden