Zelf slammer worden

Poetry Slam is hip & hype; en bovenal democratisch. Iedereen mag het podium op en het publiek wijst de winnaar aan. Vanavond strijden 23 dichters om de hoofdprijs in de Landelijke Poetry Slam Finale 2003. Wie wordt de Slammer des Vaderlands?

'Tongpiercing' rijmt niet op 'versiering', maar dat is dan ook de enige dichtfout die Quirien van Haelen (22) ooit gemaakt heeft. Samen met zijn vader Frits Criens (54) doet hij vanavond mee aan de Landelijke Poetry Slam Finale 2003 in Nijmegen. De kans dat ze gaan winnen is redelijk groot, denkt Quirien, die eigenlijk Frits Criens junior heet: ,,We halen in elk geval de laatste ronde.''

Vader en zoon zijn gedreven ambassadeurs van het vormvaste vers: van ollekebollekes en puntdichten tot madrigalen en kwatrijnen. Hun grote voorbeeld is Drs. P, moeilijk toegankelijke gedichten zijn niet aan hen besteed. Criens senior: ,,Ik ben eerstegraads leraar Nederlands maar ik heb nooit een vinger kunnen krijgen achter hermetische poëzie.'' Met hun verstaanbare, geestige gedichten gooien vader en zoon vaak hoge ogen bij het slampubliek. En dat bepaalt - via bierviltjes, cijferbordjes of applausmeters - uiteindelijk wie de winnaar is.

Een Poetry Slam is een verbale bokswedstrijd: in korte, beukende rondes, steeds van drie minuten, knallen dichters hun beste teksten van het podium. Het decor is informeel (een café, een poppodium), de techniek professioneel (compleet met vj- en dj-installaties), het publiek jong, de slammers rijp en groen. In de Verenigde Staten en Duitsland is de Poetry Slam in enkele jaren tijd uitgegroeid tot een bloeiende subcultuur. Inmiddels zijn er ook in Nederland zo'n tweehonderd slamdichters, die elkaar ontmoeten in de slamcircuits van Amsterdam, Nijmegen, Arnhem, Groningen, Dordrecht, Rotterdam en Den Haag. De populariteit van de Poetry Slam groeit snel in Nederland, zegt organisator Frank Tazelaar: ,,Er is plotseling een hoge tolerantie voor poëzie.''

Tussen alle jonge mannen - het slamcircuit is een echte machowereld - valt Tjitske Jansen (32) extra op. ,,Ik wil een privé-detective / met een goed karakter / die dag en nacht bij mij moet zijn'' dicht zij, en bijna altijd bieden zich op zo'n avond dan vrijwilligers aan. Met haar teksten en voordracht doet Jansen het goed bij het publiek, maar toch vindt ze het wedstrijdelement 'echt heel onbenullig'. Vooral als de slammers op een rijtje moeten staan om het applaus van het publiek in ontvangst te nemen, voelt zij zich beslist 'voor lul staan'. Jansen, die vanavond overigens niet mee doet, is een van de weinige dichters uit het slamcircuit die door een professionele uitgeverij gescout is. Haar bundel 'Het moest maar eens gaan sneeuwen' verschijnt dit najaar bij uitgeverij Podium. Ook slamkoning Erik Jan Harmkens (32), die vorig jaar de landelijke finale won, debuteert na de zomer met een poëziebundel ('In menigten' - Nijgh & Van Ditmar).

Twee officiële debuten op tweehonderd slamdichters - is dat niet weinig? Hebben de slammers wel voldoende talent? Jazeker, vindt Tazelaar, want kijk maar hoe weinig dichters er in Nederland zijn. Relatief gezien is dit een hoge score. Bovendien zijn er ook veel slammers die absoluut niet gericht zijn op publicatie: dat zijn de 'performing poets', de podiumbeesten die het moeten hebben van de interactie met het publiek.

Dat geldt bijvoorbeeld voor Freek Lomme (23), student cultuurwetenschappen in Maastricht en winnaar van de Nijmeegse slamvoorronde. Hem gaat het vooral om de dialoog met het publiek. Lomme heeft geen grote schrijfambities, hij droomt niet van een eigen boek bij een echte uitgeverij. Juist in het concept van de slam voelt hij zich thuis: ,,De slam is een hele mooie manier om de poëzie te democratiseren. De poëzie is nog te veel in de Hoge Cultuur verstrikt. Ik studeer op de universiteit, maar ik voel me in de poëzie vaak de mavo-leerling.''

Vanuit die 'Hoge Cultuur' wordt nog altijd wat laatdunkend op de slammers neergekeken. Tjitske Jansen: ,,Gevestigde dichters, met minstens drie hermetische dichtbundels op hun naam, hebben me wel afgeraden om aan die slams mee te doen.'' Niet dat zij zich daar iets van aantrekt, want Jansen - docent drama van beroep - vindt voordragen veel te leuk: ,,Het voorlezen van poëzie is een vorm van theater.''

,,Poetry Slam is de totale dictatuur van de democratie,'', zegt Tazelaar. En juist dat democratische aspect vindt Criens senior - vanwege zijn leeftijd een 'Fremdkörper' in het slamcircuit - zo leuk: ,,Je wordt na elke ronde afgerekend, dat is het wezenlijke verschil met die dichtavonden van vroeger. Je moet ook heel goed je publiek kunnen taxeren, want dat is elke keer weer anders.'' Wispelturig is dat publiek soms, maar altijd hardvochtig voor breekbare meisjes met gedichten over anorexia en pijnlijke, onbegrepen liefdes. Die scoren zelden hoog op de applausmeter.

Wie wel hoog wil scoren, moet 'overacting' vermijden, zegt Tjitske Jansen: ,,Als een tekst bijvoorbeeld boos is, dan moet je die woede niet ook nog eens in je voordracht leggen.'' En als je 'berg' zegt, dan moet je die berg ook voor je zien, want pas dan kan er iets bij het publiek gebeuren. Jansen: ,,Het gaat ook om een soort energieoverdracht.''

Volgens Lomme is het publiek ook erg gevoelig voor authenticiteit en eerlijkheid. Dat beaamt Quirien van Haelen: ,,De dichter en de tekst moeten één geheel zijn.' Verder moet je mentaal hard zijn en veel zelfkritiek hebben, zegt Criens senior: ,,Je moet er wel tegen kunnen dat je van het podium geklapt wordt.''

Timing is ook belangrijk en 'strategisch spelen', want de slam is wél een wedstrijd. Criens junior, die ook vaak solo aan poetry slams meedoet, heeft in principe voor elke ronde één 'vuurwerkgedicht'. Maar heeft hij een sterke tegenstander, dan probeert hij die al in de eerste ronde met zijn beste gedichten weg te spelen.

Wie écht zelf slammer wil worden, moet natuurlijk eerst naar de oude meester luisteren. Want Poetry Slam is in Nederland al zo oud als Simon Vinkenoog (74). De peetvader van de podiumdichters, ook vast jurylid van de Poetry Slams in het Amsterdamse café Festina Lente, werkt op dit moment aan een boek met adviezen voor zijn jonge collega's. De titel is meteen ook zijn belangrijkste advies: 'Goede raad is vuur'.

Voor zijn verjaardag

Ik weet de kleur waar hij het liefst op loopt

Ik weet de kleur die hij bij voorkeur draagt

Maar lopen is niet hetzelfde als slapen

En dragen niet hetzelfde als wakker worden.

Ik heb hem dus gevraagd: in welke kleur wil jij het liefste

slapen, in welke kleur wil jij het liefste wakker worden

In de kleur van jouw ogen zei hij, in de kleur van jouw huid.

Ik heb er niet naar gezocht. Ik wist ook zonder zoeken wel

dat er geen winkel bestaat die dekbedovertrekken verkoopt

in die kleuren. Er zit niets anders op. Ik moet voor altijd

bij hem slapen.

Tjitske Jansen

Geboorteannonce

Mijn vrouw schonk pas het leven aan een zoon

'Hij lijkt op mij,' sprak zij, 'o, wat een zegen'

Ook zijn verstand had hij van haar gekregen

Wat klopt, ik heb het mijne nog gewoon.

Frits Criens

Pechvogel

De ooievaar liet mij slechts deze optie:

Familie Criens. Hij dropte me bij ma

Zij was okay, maar wél de vrouw van pa

Sinds dat ik hém ken, hoop ik op adoptie.

Quirien van Haelen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden