Zelf kijken of meegluren

De Europese Unie moet een gemeenschappelijke geheime dienst krijgen. Dat oppert tenminste de commissie uit het Europarlement die het wereldwijde spionagenetwerk Echelon onderzocht. Een goed plan? Of moet de Unie gewoon met de Amerikanen meeluisteren en meegluren?

April vorig jaar viel de politie aan de Amsterdamse Witte de Withstraat het kantoortje binnen van een Turks-Koerdisch persbureau. De voordeur werd met springstof opgeblazen, een tot de tanden bewapend aanvalsteam stormde naar binnen. Daar vond het alleen een meisje dat op een bank lag. Terwijl zij naar verluidt onder schot werd gehouden, namen agenten alle dossiers, mobiele telefoons en computers mee.

De inval gebeurde op verzoek van de Belgische justitie, zei de politie. Het persbureau dat zich specialiseert in nieuws over de mensenrechten in Turkije zou in feite een dekmantel zijn voor het Revolutionaire Volksbevrijdingsfront DHKP, de opvolger van de linkse Turkse stadsguerrillagroep Dev Sol. De politie zocht bewijzen dat de groep Belgische Turken dwong 'giften' te doen voor de revolutie.

Dezelfde dag nog vielen rechercheurs van de eenheid Zware Criminaliteit West- en Midden-Brabant woonhuizen in Bergen op Zoom, Rotterdam en Etten-Leur binnen. Steeds werd eerst de voordeur opgeblazen. Steeds zochten de agenten gegevens over afpersing binnen de Turkse gemeenschap. En toch hadden deze acties van de Amsterdamse en Brabantse politie niets met elkaar uit te staan, hield justitie vol.

Niet erg geloofwaardig, schreef De Groene Amsterdammer. Het weekblad had namelijk de hand weten te leggen op de geheime notulen van een vergadering van de inlichtingendiensten van Europese landen die drie maanden eerder plaatsvond. Daarbij spraken zij af de DHKP aan te pakken. Nederland kreeg veel huiswerk mee. Het Bevrijdingsfront zou veel acties vanuit Nederland opzetten en daar in Turkse winkels en restaurants de meeste oorlogsbelasting binnenrijven.

Toeval of niet, de geheime notulen lieten zien dat de geheime diensten van de Europese Unie geregeld zaken doen. Voor terrorisme en zware misdaad hebben de lidstaten sinds 1975 zelfs een aparte club, het Trevi-overleg, genoemd naar de fontein in Rome en de Nederlandse initiator Fonteyn. De laatste jaren vindt dat overleg veelal plaats onder de vlag van de Europese politiedienst Europol.

Maar overleggen is heel wat anders dan de nationale geheime diensten in één Europees systeem onderbrengen. Toch is dat wat vorige week een commissie uit het Europarlement opperde. Die onderzocht het spionagenetwerk Echelon, waarmee Amerika en Groot-Brittannië veel telefoonverkeer dat via satellieten loopt, afluisteren. Breng bijvoorbeeld alle afluisterstations van de lidstaten, ook Nederland, samen en bouw een Europees Echelon uit, suggereert rapporteur Gerhard Schmid.

Het lijken slagen in de lucht. De lidstaten werken samen, maar alleen als het hen uitkomt. En allemaal houden ze informatie voor zich. De EU-landen bespioneren elkaar ook nog altijd en werken langs elkaar heen. Zo brak vorig jaar zomer een fikse rel uit tussen de Nederlandse Binnenlandse Veiligheidsdienst en de Britse MI5. De BVD was woest toen hij er, onder meer door af te luisteren, achter kwam dat de Britten in Nederland een mantelorganisatie hadden opgezet, nota bene met ex-BVD-ers, voor spionage in Oost-Europa. Het conflict liep zo hoog op, meldde De Telegraaf, dat Nederland een Britse topdiplomaat vroeg uit Den Haag te vertrekken.

Toch is het volgens Schmid ,,nodig en onvermijdelijk'' dat de EU ,,eigen verantwoordelijkheid'' krijgt en ,,autonoom'' gaat optreden op inlichtingengebied. Om zo een partner ,,op gelijke voet'' met de VS te worden. De EU is een economische wereldmacht. Zij moet de Europese bedrijven tegen spionage beschermen. Vergaderingen over de rente binnen de Europese Centrale Bank en de EU-positie op grote conferenties moeten vertrouwelijk blijven.

Maar inlichtingenwerk heeft zeker niet altijd met geheime operaties, aftappen en mannen in vale regenjassen te maken. Het gaat er ook om lijnen te ontdekken in alle openbare bronnen over de economie of de politiek van een land. Nu de EU een echt buitenlands beleid wil voeren, krijgt zij behoefte aan één analyse van de buitenwereld, schrijft Schmid.

De burger wordt er ook beter van, denkt Elly Plooij (VVD), vice-voorzitter van de commissie en zelf ,,ontzettend vóór een eigen club''. De burger is nu beschermd tegen misstappen van zijn nationale geheime dienst. Maar niet tegen die van de buurlanden. Terwijl over de grens afluisteren een fluitje van een cent is. Kijk naar Echelon. Dat ondervang je als je een Europese dienst opzet die gecontroleerd wordt door het Europees parlement, zegt Plooij. En dan kun je ook een vuist maken tegen de Amerikanen.

De suggestie van de Commissie staat zeker niet op zich. Er is de laatste jaren wat afgepraat over nauwere samenwerking van geheime diensten en een eigen rol op inlichtingengebied voor de Unie. Dat moet voor de binnenlandse veiligheid van de Unie, klinkt het bijvoorbeeld. Om de mensensmokkelmaffia aan te pakken of de verspreiding van racisme en kinderporno op het internet tegen te gaan.

Meer nog concentreren die gesprekken zich op de militaire inlichtingen. Want als de Unie tegen 2003 werkelijk over een eigen defensiemacht wil beschikken, die eventueel ook zonder de Navo, en dus de Amerikanen, kan uitrukken, dan moet ze in inlichtingenbeleid gaan investeren. De EU-troepen moeten bij een vredesoperatie toch horen of er een colonne vijandelijke trucks of vluchtelingen op hen afrijdt.

Jarenlang was dat Europese defensiebeleid een machteloos gesputter. Zo opende in 1993 de West-Europese Unie (WEU), een bondgenootschap van West-Europese staten dat nooit echt iets voorstelde, een Europees satellietcentrum in het Spaanse Torrejon. Maar anders dan de naam suggereert, heeft dit centrum zelf geen satellieten. Het koopt alleen foto's bij de commerciële satellieten, Franse; Indiase en zelfs Russische. Bij crises moest Europa helemaal op de Amerikaanse 'ogen' afgaan, zoals bleek in Bosnië en Kosovo. Dat leidde tot frustraties, want niet altijd toonden de VS hun partners hun satellietfoto's. Soms moesten we het met de analyse doen en af en toe kregen we helemaal niets, luidt de Europese klacht.

De doorbraak kwam in 1998, toen de Fransen en Britten in het akkoord van St-Malo vastlegden dat de Unie eigen militaire operaties moest kunnen uitvoeren. Tot dan hadden de Britten elke EU-bemoeienis met defensie geblokkeerd. Dat zou de Navo uithollen. St-Malo legde tevens vast dat Europa een 'eigen inlichtingencapaciteit' moest krijgen, al stond er niet bij wat dat betekende. Een jaar later stemden alle EU-lidstaten daar op de top in Helsinki ook mee in.

Sindsdien is er ook al wel wat gebeurd. Italië, Frankrijk en Duitsland hebben eigen satellieten op stapel staan. De vijftien lidstaten samen hebben ingestemd met de bouw van Galileo, een navigatiesatelliet. Die is in de eerste plaats bestemd voor de transportsector, zodat een baas precies weet waar een chauffeur zitten. Maar wat met een truck kan, moet straks ook met tank of raket kunnen.

Toch zijn die plannen geen garantie dat het ook wat wordt met het EU-inlichtingenbeleid. Hoe moeilijk samenwerken in de praktijk kan gaan, bewijst het Franse Hélios-project, waaraan Spanje en Italië deelnamen.

Toen in 1995 de eerste waarnemingssatelliet de ruimte in ging, werkten de drie partners los van elkaar. Elk wilde de satelliet zelf programmeren voor zijn doelen. En elk stond erop dat de beelden zó versleuteld naar zijn hoofdkwartier werden verzonden, dat de andere twee ze niet konden bekijken.

Pas langzaam zijn de drie gaan delen. Zeventien procent van de beelden krijgen ze intussen alle drie, vernam de Echelon-commissie. Daardoor werken de verbindingsofficieren nu met liefst zeven codes: die beelden zijn voor de Fransen alleen, die voor Fransen en Italianen, die voor alle drie, et cetera.

De partners in de WEU, die niet meebetaalden, kregen geen toegang tot Hélios. Ze ontvangen alleen de analyses van het weinige materiaal dat toch al naar alle drie gaat. In het algemeen deelt maar de helft van de WEU-leden data die de moeite waard zijn.

Het lijkt erg onwaarschijnlijk dat de lidstaten snel wel soepel alle cruciale informatie willen delen. In een Unie met straks dertig leden wordt dat alleen maar moeilijker. Want hoe meer leden, des te meer kans op een lek.

De lidstaten hebben daarnaast nog altijd de grote vragen niet beantwoord: hoe verhoudt de EU-defensie zich straks tot de Navo? Wordt zo'n EU-macht toch een bedreiging voor het bondgenootschap met de VS? Wil de EU echt op ,,gelijke voet'' met de VS komen, zoals Schmid in het Echelonrapport schrijft? Gaat het de Amerikaanse dominantie bedreigen?

De Britten weten dat meer samenwerking nodig is. Europa zal moeten investeren. Maar in grote observatiesatellieten zoals de VS al hebben, die zelfs voorwerpen op aarde met de doorsnee van een cd kunnen onderscheiden? Dat nooit, zweert Londen. Het is zinloos miljarden te betalen voor die enkele vredesoperatie waar de VS niet aan mee doen. Laten we gewoon goede afspraken maken met de Amerikanen over toegang tot hun spullen, zeggen de Britten. Met steun van Nederland. Dat is voorlopig ook de enige weg voor de EU-macht in oprichting.

Geheel in die lijn noemde de Britse krant The Independent vorige week een eigen Europees Echelon nonsens. Als de Unie zonodig een netwerk van afluisterstations wil, kan het toch toetreden tot het bestaande? Schmid constateerde toch dat Echelon lang niet zo gevaarlijk is als wel is gedacht?

Maar Frankrijk bekijkt alles door een andere bril. Voor Parijs is het inlichtingenbeleid de lakmoesproef voor een EU-defensie. Zijn de Britten te vertrouwen? Of worden zij het Trojaanse paard voor de VS in Europa? De Britten moeten kiezen tussen Europa en hun relatie met de VS.

Op termijn moet de EU volgens Parijs wel eigen satellieten en analysecentra krijgen. Het dubbelen van materieel met de Navo en de Amerikanen is onvermijdelijk. Anders kan Europa nooit autonoom optreden, los van de VS.

Zolang die knopen niet ontward zijn, is het idee van een overkoepelende Europese geheime dienst een luchtkasteel. De lidstaten zullen de komende jaren veeleer in een wirwar van projecten, in wisselende samenstellingen, samenwerken. De ene neemt het afluisteren, voor zijn rekening, de ander observatiesatellieten. Elk land zal informatie voor zichzelf blijven houden en zijn buren in de gaten houden. Ondanks de mooie verklaringen zal de EU nog jaren via Amerikaanse ,,oren en ogen'' de wereld beschouwen.

Voor de burgers, hun privacy en de democratische controle ligt er weinig goeds in het verschiet. Alle afspraken over de strijd tegen de georganiseerde misdaad en het terrorisme vinden al jaren plaats in geheime Brusselse achterkamertjes. Geen nationaal parlement heeft daar greep op.

De Britten en Fransen legden daarnaast in hun akkoord van St-Malo vast dat het Europees parlement zich nooit met het Europees defensiebeleid zou mogen bemoeien. Over één punt van een Europees inlichtingenbeleid zijn alle hoofdsteden het eens: pottenkijkers zijn niet gewenst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden