Zelf iets vinden uit de tijd dat er geen mensen waren

Op het strand van Cadzand kun je, als je goed zoekt, haaientanden vinden. Als het lukt een euforisch moment.

Hoog op het strand kruipt een oudere heer op handen en knieën over het zand. Dichter bij de vloedlijn lopen enkele mensen met de blik strak op het zand gericht. Wie voor het eerst de stranden rond Cadzand-Bad bezoekt valt één ding meteen op: iedereen kijkt hier naar beneden.

De reden is dat op dit stukje kust fossiele haaientanden te vinden zijn, met een ouderdom van ongeveer 2 tot 56 miljoen jaar. Ze variëren in grootte van minuscule tandjes zo dun als een speld tot tanden zo groot als de hand van een volwassen man - van de uitgestorven Carcharadon Megalodon-haai, een enorm dier. Zwart goud worden de tanden, door het fossilicatieproces donkergrijs tot zwart geworden, ook wel genoemd. Waar elders in de wereld de fossielen meters diep onder de grond zitten, liggen ze voor de kust van Zeeuws-Vlaanderen relatief dicht aan de oppervlakte zodat ze met elke vloed op het strand aanspoelen. Het zoeken naar de fossiele haaientanden is al generaties lang een belangrijke toeristische trekpleister voor de zuidelijkste badplaats van Nederland.

Helaas is het wel steeds moeilijker geworden om er eentje te vinden. Niet alleen door de vele generaties die de stranden al hebben afgeschuimd, maar ook doordat de stranden tussentijds zijn opgehoogd. Dat het niet eenvoudig is om je eerste haaientand te vinden, merkte ik toen ik jaren geleden voor het eerst naar Cadzand afreisde. Uit de gidsjes wist ik eigenlijk alleen dat de tanden daar op de stranden te vinden zijn. Maar hoe en waar je precies moet zoeken werd niet vermeld. Veelvuldige vragen naar de juiste zoektactiek bij de lokale bewoners leverde vele adviezen op en een enkele cynische grap: "Zo, is de helikopter met haaientanden weer niet geweest?"

In mijn verwoede pogingen om een exemplaar te vinden, werden mijn methodes steeds extremer. Omdat iemand had gezegd dat je bij het krieken van de dag moest zoeken toog ik in het donker met een zaklantaarn naar het strand. Zonder resultaat. Een andere bewoner wist te vertellen dat je in het schelpengruis moest zoeken. Een hele emmer verhuisde mee naar het ligbad in het appartement, maar ook dat leverde niks op. Uiteindelijk zou het vijf lange dagen duren voor ik mijn eerste haaientand scoorde.

Maar toch. Vijftien jaar later ben ik nog steeds een vaste bezoeker van deze stranden. De belangrijkste motivatie is natuurlijk het euforische moment dat je een tand vindt en iets in je hand houdt dat miljoenen jaren oud is, uit een tijd dat de mens nog niet over de aarde wandelde. Maar het zoeken heeft ook een hoog zen-gehalte. Je drentelt over het strand en bent alleen gefocust op de volgende tand, waardoor de beslommeringen van alledag ver naar de achtergrond verdwijnen. En dan zijn er nog de ontmoetingen met andere zoekers, de vaak leuke gesprekken. Zoals met de kruipende oudere heer, die vertelt dat hij al tientallen jaren naar Cadzand komt en kruipt omdat hij zich in de allerkleinste tanden heeft gespecialiseerd.

Bovendien leveren deze gesprekken niet zelden nuttige zoektips op. Zo weten ervaren zoekers dat het strand bij Cadzand-Bad zelf nauwelijks vondsten oplevert. Wie met een mooie buit thuis wil komen, kan beter naar het strand bij het natuurgebied het Zwin tussen Cadzand-Bad en Knokke gaan of naar het strand van Nieuwvliet-Bad ter hoogte van de radartoren.

Op de eerste locatie zijn vaak grotere en oudere exemplaren te vinden. De tanden die je bij Nieuwvliet-Bad tegenkomt zijn jonger, maar hier zijn doorgaans wel meer tanden.

Zoektips:

Het beste moment om te zoeken is na een storm, als de zeebodem flink is omgewoeld.

Het beste tijdstip van de dag is ongeveer een uur na hoog water. Wanneer het water begint te zakken blijven de tanden achter langs de terugtrekkende vloedlijn.

De meeste exemplaren zijn te vinden op het deel van het strand dat één tot drie uur na hoogwater vrij komt.

Om te bepalen op welke hoogte van het strand de meeste tanden te vinden zijn, is het een goed idee om eerst over de hele breedte van het strand lopen. Je zult dan verschillende stroken met schelpen zien. Het hoogst op het strand liggen stroken met vooral hedendaagse schelpen, deze bevatten meestal geen haaientanden. Die zijn doorgaans wel te vinden in de lager (dus dichter bij de zee) gelegen stroken die niet alleen hedendaagse schelpen maar ook fossiele schelpen (dikker dan gewone schelpen, en niet licht doorlatend), stukken fossiel bot en zwarte fosforietknollen bevatten.

Heb je een fossiele haaientand gevonden, markeer dan de plek in het zand en zoek de strook over de gehele lengte af.

Zoeken gaat het makkelijkst met de zon in de rug. Je ziet dan goed het verschil tussen de niet-glimmende zwarte steentjes en de haaientanden die door het fossilocatieproces een zachte glans hebben gekregen.

Wie zich aan deze tips houdt heeft grote kans na een paar uurtjes zoeken met een handjevol tanden huiswaarts te keren.

Mocht het echt niet lukken, dan bieden de winkeltjes in Cadzand-Bad uitkomst. In bijna iedere winkel kun je voor een habbekrats een losse haaientand of een haaientanden-ketting kopen. Goede jacht!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden