Review

Zeldzame planten verdwijnen uit Oost-Gelderland

De flora van ons land verarmt zienderogen. Dat merk je als je na een poos weer een bekend gebied bezoekt. Je ziet dan dat van alles verdwenen is wat je toen zo aardig vond en ook dat er nieuwe soorten zijn verschenen die er eerst niet waren. En dat zijn meestal die soorten die je in ons vermeste, verdroogde en verzuurde land op steeds meer plekken tegenkomt: robuuste planten die gedijen bij veel voedingsstoffen en die in de plaats komen van de kieskeuriger plantensoorten, die het moeten hebben van voedselarme omstandigheden.

Sommige soorten verdwijnen door pure hebzucht: wilde orchideeën en dotterbloemen worden uitgegraven ter versiering van de eigen tuin bijvoorbeeld. Er verschijnen soorten uit warmer gebieden door de voortschrijdende opwarming van de aarde, wat het duidelijkst is op en bij akkers. Als opwarming inderdaad de oorzaak is -en daar heeft het alle schijn van- zullen planten zoals lavendelhei, kraaihei, bospaardestaart, rijsbes, blauwe bosbes en veenpluis, die hier de zuidelijke grens van hun verspreidingsgebied bereiken, waarschijnlijk verdwijnen.

Ook het natuurbeheer heeft schuld. In veel natuurgebieden wordt om geld uit te sparen gewerkt met groot en zwaar materieel. Kleinschalig beheer zoals dat vroeger in de halfnatuurlijke landschappen plaatsvond, kan niet meer.

Jarenlang noteren

Zulke veranderingen worden pas echt duidelijk als je jarenlang noteert wat op steeds dezelfde plek groeit. Dat is wat vegetatieonderzoekers Louis-Jan van den Berg en Benno te Linde in de periode tussen 1989 en 2001 hebben gedaan. Weinig mensen kennen de Oost-Gelderse flora zo goed als zij: de afgelopen vijftien jaar hebben zij, geholpen door een leger vrijwilligers, van het vroege voorjaar tot ver in de herfst de Oost-Gelderse velden, wegen en bossen afgestruind om de wilde flora in kaart te brengen.

Dit lange en intensieve floristische onderzoek is besloten met een lijvig naslagwerk, waarin de flora van Gelderland ten oosten van Apeldoorn en Nijmegen volledig in kaart is gebracht. Daar vallen vanouds floristisch roemruchte gebieden onder, zoals de Achterhoek, de Liemers en het stroomdal van de IJssel.

Vaak beschreven

Veel liefhebbers van de wilde flora kennen de oostelijke helft van Gelderland goed. Het Korenburger- en Vragenderveen en Bekendelle bij Winterswijk, Montferland, de Kruisbergse Bossen, de Veluwezoom en de Millingerwaard zijn zo intensief bezocht dat de flora vaak is beschreven. Wat groeit in de minder bekende natuurterreinen, in landbouwgebied en in steden en dorpen weet maar een enkeling en zelden iemand van buiten de streek.

De in het boek gesignaleerde achteruitgang is schrikbarend. Ook van soorten die voorheen gewoon waren in Oost-Gelderland. Neem de aardaker, een karakteristieke rivierdalplant, die vroeger overal in de Liemers en in het IJsseldal werd aangetroffen. Het aantal vindplaatsen van deze wettelijk beschermde vlinderbloemige gaat door verstedelijking en intensivering van het grondgebruik achteruit.

Dauwnetel was een gewone akkerplant van kalkarme, vochtige zandgrond. Vroeger groeide dauwnetel op wintergraanakkers, maar drijfmest en maïsteelt doen deze soort de das om. Ik heb dauwnetel nog wel regelmatig in wegbermen gevonden, maar daar schijnt ze de laatste jaren ook niet meer te zijn gezien.

Uitgestorven

Bekender is het uitsterven van planten, die in ons land aan de rand van hun verspreidingsgebied leven. Wildemanskruid is een anemone, die op droge voedselarme zandgrond groeit. Omdat maar weinig tuinen daaraan beantwoorden, houden de populaire planten uit de tuincentra geen stand.

In het wild kwam wildemanskruid voor bij Stokkum, Zutphen, Doetinchem, Terborg, Lochem en Silvolde. Omstreeks 1964 is de plant in Nederland uitgestorven op haar laatste groeiplaats, een rivierduin in Silvolde. Al in 1919 kocht de vereniging voor veldbiologie KNNV vanwege deze zeldzame anemoon de Anemonenkuil in Silvolde, maar omdat er geen toezicht was, werd het reservaat door omwonenden als vuilnisbelt en speelterrein gebruikt. Toen er tenslotte een hek omheen werd gezet, was het te laat.

Het groot spiegelklokje gaat straks dezelfde weg. Het is een zuidelijke soort, die hier haar noordgrens bereikt. Het houdt van open, vochtige, voedsel- en kalkrijke bodem en werd vroeger overal langs de grote rivieren en bij Winterswijk gevonden. Op de laatste vindplaats moet het nog voorkomen, maar vooral in het oostelijke IJsseldal is de fraaie plant op de meeste plekken verdwenen. Als akkergewas heeft het ook alweer te lijden van de grootschalige maïsteelt, die bemesting met drijfmest en kunstmest en intensief gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen met zich meebrengt. Omdat het zaad vermoedelijk lang zijn kiemkracht behoudt, zou het op oude groeiplaatsen plotseling kunnen opduiken.

Zomaar een greep

Het is zomaar een greep uit de vele plantensoorten die in Oost-Gelderland voorkomen. Voornamelijk omdat ik ze goed ken en hun achteruitgang heb meegemaakt. In de flora-atlas komen vrijwel alle negentienhonderd plantensoorten, die in de negentiende en twintigste eeuw in het onderzochte gebied zijn gevonden, alfabetisch op hun wetenschappelijke naam aan bod. Van ruim elfhonderd soorten wordt de verspreiding per vierkante kilometer weergegeven. In totaal zijn 504.251 gegevens verwerkt tot zulke verspreidingskaartjes.

Inleidende hoofdstukken gaan in op de ontwikkelingen en veranderingen in de Oost-Gelderse plantenwereld, het onderzoek naar de verspreiding van wilde planten en de plantengeografische ligging van Oost-Gelderland.

Amateur-botanici en -professionals hebben met deze flora-atlas een schitterend overzicht in handen van de tegenwoordige stand van zaken. Maar ook voor andere in natuur geïnteresseerden is het verhelderend. En het is nog een mooi boek ook.

Benno te Linde en Louis-Jan van den Berg: Atlas van de Flora van Oost-Gelderland. Uitg. Stichting De Maandag, Babberich, ISBN 90 9016181-3. Gebonden, 544 blz., te bestellen door euro 59,50 over te schrijven op postbankrekening 8159656 van Stichting De Maandag te Babberich.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden