Zelden was iemand zo verguld met zijn kwaal

Begin jaren tachtig bracht hij een schok teweeg in de medische wereld. Tegen de gangbare opvatting in verkondigde hij dat maagzweren niet door stress worden veroorzaakt, maar door een bacterie. Hij besmette zichzelf om zijn theorie te bewijzen. Morgen ontvangt de Australische arts Barry Marshall de dr. A. H. Heineken-prijs voor de geneeskunde: een kwart miljoen gulden én een goed maal.

“Het zal wel een onbenullig beestje zijn, overgesprongen van de kangoeroe op de mens.” De jonge Australische arts-in-opleiding Barry Marshall reageerde nogal sceptisch toen hij de onbekende bacterie in 1979 voor het eerst onder ogen kreeg.

Het beestje werd hem toegeschoven door zijn begeleider, Robin Warren. Deze had de bacterie aangetroffen in een stukje maagweefsel. Een uiterst merkwaardige vondst, want leerboeken beweerden sinds mensenheugenis dat in de maag geen bacteriën konden leven: wegens de overvloedige aanwezigheid van het bijtende maagzuur zou geen enkel organisme het er kunnen uithouden.

De onverwoestbare bacterie fascineerde Marshall en Warren. “We waren allebei stomverbaasd. Uit pure nieuwsgierigheid zijn we de zaak toen verder gaan onderzoeken. Een verband met maagzweren kwam nog helemaal niet in ons op”, laat Marshall vanuit Australië weten.

De jonge arts zette eigenhandig een weefselonderzoek op. Honderden zogeheten biopten van de maag nam hij onder de loep. En wat bleek? De hardnekkige bacterie kwam vrijwel uitsluitend voor bij mensen met een maagzweer. “Als vanzelf begonnen we toen te vermoeden dat de bacil de verwekker van deze aandoening was.”

Dat vermoeden werd versterkt toen vanuit het Academisch medisch centrum (AMC) in Amsterdam een stukje weefsel arriveerde van een Nederlandse patiënt met een maagzweer. “Daarin trof ik exact dezelfde bacterie aan. Vanaf dat moment wist ik zeker dat we niet te maken hadden met een Australische rariteit, maar met een venijnige ziekteverwekker, die overal op aarde verantwoordelijk was voor het ontstaan van maagzweren.”

Maar de medische wereld, die volgens Marshall per definitie conservatief is, ontving de revolutionaire theorie met hoongelach. Artsen geloofden op dat moment heilig dat maagzweren het gevolg waren van stress. Volgens hen vergiste de ambitieuze dokter zich jammerlijk met zijn indianenverhaal: als er al beestjes aan de maagwand kleefden, dan waren die vast en zeker dood. Verantwoordelijk voor de zweer konden ze in elk geval níet zijn.

De Australische pionier raakte ontmoedigd maar gaf zich niet gewonnen. Hij moest en zou zijn wetenschappelijke gram halen. Het eerste wat hem te doen stond, was bewijzen dat de bacterie leefde. “Ik moest aantonen dat je de ziekteverwekker kon kweken. Alleen dan zou ik erin slagen om andere deskundigen te overtuigen.”

Als een bezetene ging Marshall aan het werk. Maar welke combinatie van voedingsbodems, gasmengsels en temperaturen hij ook probeerde, de bacterie leek zich niet te willen vermenigvuldigen. Totdat het toeval een handje hielp.

“In 1982 hadden we vier dagen paasvakantie. Onze kweekschaaltjes stonden daardoor twee keer zo lang in de stoof als anders. En dat werd ons geluk. Toen we in het lab terugkeerden, zaten onze schaaltjes plotseling vol met prachtige kolonies.”

Uiteraard was de jonge dokter verheugd. Maar dat niet alleen. “Ik werd ook een beetje kwaad. Want met de laboranten hadden we afgesproken dat ze onze kweekjes telkens een week in de stoof zouden laten staan. Nú bleek dat ze de schaaltjes steeds na twee dagen in de vuilnisbak hadden gegooid als er geen kolonies waren gegroeid. Daardoor hadden we in feite zeven maanden verprutst.”

Jammer maar Marshall kon verder met zijn streven naar erkenning. Hij noemde de nieuwe bacterie 'Helicobacter pylori', vanwege het gekrulde uiterlijk: 'helico' betekent spiraalvormig in het Grieks, 'bacter' staat voor bacterie. Het beestje werd in het begin uitsluitend aangetroffen in het onderste gedeelte van de maag, de zogeheten pylorus. Die term is altijd in de naam blijven staan, hoewel later is ontdekt dat het organisme over de hele maagwand wandelt.

Nu Marshall zijn troetelkindje levend en wel in handen had, kon hij op zoek naar een mogelijkheid om het te doden. Want als hij de ziekteverwekker met een geschikt gif om zeep zou kunnen helpen, zou dat het einde van de maagzweer betekenen.

Het vernietigen van Helicobacter bleek echter al net zo'n heidense klus als het tot leven wekken. Geen van de antibiotica die Marshall op het organisme losliet, richtte er iets tegen uit.

Opnieuw kreeg de arts hulp van het toeval. Een patiënt die voor een ernstige infectie werd behandeld, kreeg twee antibiotica tegelijk. De man had toevallig ook een maagzweer, die plotseling verdwenen bleek. Hebbes, dacht de dokter.

Maar hij had te vroeg gejuicht. Van de bacterie waren verschillende varianten in omloop, en ze reageerden niet allemaal even bevreesd op de combinatietherapie. Marshall moest dus iets anders bedenken.

De wanhoop nabij dook hij in de medische literatuur. Maagzweren werden al honderden jaren behandeld. Weliswaar met gering succes, maar toch. . . was er niet ergens een aanwijzing te vinden over een stof die mogelijk de strijd met de bacterie zou kunnen winnen?

“De behandelingen die ik in de handboeken tegenkwam, waren allemaal gericht op het terugdringen van de hoeveelheid maagzuur. Daar had ik niets aan. Er was maar één uitzondering: het zware metaal bismut, dat onder de merknaam DeNol werd geproduceerd door Gist-Brocades in Delft.”

Niemand begreep de werking van dat roodglanzende metaal, maar Marshall kwam erachter: de stof is giftig voor H. pylori. Vooral als bismut wordt gecombineerd met antibiotica, legt de bacterie vrij snel het loodje. Dankzij deze ontdekking was de arts als eerste in de geschiedenis in staat mensen blijvend van hun maagzweer af te helpen.

Inmiddels was het 1984. Vijf jaar lang had Marshall gewacht met het publiceren van zijn bevindingen. Maar nu durfde hij het aan. Samen met zijn voormalige leermeester Warren schreef hij een stuk van vijf pagina's in het medisch vaktijdschrift The Lancet. Het artikel over de unidentified curved bacilli werd in korte tijd een klassieker.

- Vervolg op pagina 14

Zelden was iemand... VERVOLG VAN PAGINA 13

Maar wie denkt dat de kous daarmee af was, heeft het mis. Nog steeds waren Marshalls collega's niet overtuigd. Leuk dat je een paar patiënten hebt genezen, riepen ze, maar aan de postulaten van Koch heb je niet voldaan.

De Duitse bioloog Robert Koch formuleerde in de negentiende eeuw een aantal voorwaarden waaraan organismen moesten voldoen voordat ze als ziekteverwekkers te boek mochten worden gesteld. De belangrijkste voorwaarde luidde: uit een experiment moet zijn gebleken dat er een ziekte ontstaat kort nadat het verdachte organisme in een dier of mens is ingebracht.

Een logische voorwaarde, maar Marshall zat er behoorlijk mee in zijn maag. Eerst figuurlijk: “Er was namelijk geen diermodel voorhanden. En het is onethisch om zomaar een stelletje proefpersonen te besmetten.” Maar al gauw letterlijk: “Er zat in feite maar één ding op: ik moest er zélf aan geloven.”

Marshall bereidde in 1985 een Yakult-achtig drankje van Helicobacters en nam een paar flinke teugen. Na een week begon hij te braken. Zijn maag gloeide. En inderdaad, er zat een fikse zweer in. Zelden was iemand zo verguld met zijn kwaal.

Dankzij zijn zelfbedachte combinatiekuur was hij er binnen een paar weken weer bovenop. Het grote werk was toen geklaard. De spiraalvormige bacillen die zich in 1979 onder de loep hadden geopenbaard, waren in 1985 definitief schuldig bevonden aan het veroorzaken van maagzweren. De meeste sceptici gaven hun verzet op. Toch zou het nog bijna tien jaar duren, tot 1994, voordat de Amerikaanse overheid erkende dat maagzweren het beste kunnen worden behandeld door het bestrijden van de bacterie.

H. pylori heeft in de tussentijd steeds meer geheimen prijsgegeven. Zo is ontraadseld hoe de bacterie in het zure klimaat van de maag kan overleven. De bacterie blijkt zich te omgeven met een laagje van het zelfgemaakte gas ammonia: zo komt er een soort beschermende zeepbel om 'm heen.

Het gas, dat deels via de slokdarm ontsnapt, kan overigens worden gemeten in de adem van patiënten. Marshall heeft daarvan handig gebruikgemaakt door een ademtest te ontwikkelen, die de aanwezigheid van de bacterie kan vaststellen.

Anno 1998 is bekend dat bijna de helft van de wereldbevolking besmet is met H. pylori. Niet iedereen krijgt direct een maagzweer, maar de bacterie veroorzaakt op den duur waarschijnlijk ook maagkanker. Marshall probeert dat momenteel aan te tonen. Ook is hij op zoek naar een vaccin tegen de bacterie. Een kostbare aangelegenheid, en daarom is de wetenschapper bijzonder blij met de Heineken-prijs.

Overigens heeft Marshall ontdekt dat Warren en hij niet de eerste artsen zijn geweest die kennis hebben gemaakt met H. pylori. “In bijna elk land is iemand ons vóór geweest. Vooral in de negentiende eeuw hebben heel wat dokters gewag gemaakt van bacteriën in de maag. Maar jammer genoeg hebben ze daar nooit iets mee gedaan. De bacterie is vervolgens in de vergetelheid geraakt. Heel bizar, ik ga er een boek over schrijven.”

Als de Australiër tot slot terugkijkt op het hele verhaal, vindt hij wel dat hij veel te roekeloos is geweest. De zelfbesmetting uit 1985 was achteraf veel te riskant, vooral omdat de behandeling destijds nog in de kinderschoenen stond. “Voor hetzelfde geld was het misgegaan. Een collega die een jaar later dezelfde grap uithaalde als ik, heeft drieënhalf jaar met een zweer rondgelopen.”

Marshall raakte weliswaar snel van zijn zweer verlost, maar de bacterie verdween aanvankelijk slechts voor 70 procent. Pas jaren later, toen de therapie verbeterde, raakte de arts zijn Helicobacter volledig kwijt. “Ik moet zeggen, mijn spijsvertering werkt sindsdien weer prima. Dat Heineken-diner zal ik me flink laten smaken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden