Zekerheid is een illusie

Mensen houden niet van risico's. Na elke ramp is de roep om veiligheidsmaatregelen groot. Maar dat gevoel voor urgentie verdwijnt ook weer snel. Over tunnelvisie, ketenrisico's en normen die overschreden worden.

Het treinongeluk van 21 april bij Amsterdam schudde iedereen weer even wakker. Het Nederlandse spoor geldt als een van de veiligste sporen ter wereld, maar na een ongeluk is de verontwaardiging groot. Hoe was dit mogelijk? Waarom is dat veiligheidssysteem nooit ingevoerd?

Zo gaat het elke keer. Nederland lijkt een veilige oase in een gevaarlijke wereld tot het misgaat. De vuurwerkramp van Enschede, de cafébrand in Volendam of in een verder verleden, het treinongeluk bij Harmelen. Zijn dat de uitzonderingen die de regel bevestigen, of kennen we niet alle gevaren die op de loer liggen en laten we ons van tijd tot tijd verrassen? "Het specifieke scenario waarlangs een ramp zich voltrekt, staat nooit in de rapporten", zegt Ben Ale, hoogleraar veiligheidskunde aan de TU Delft. "Maar in grote lijnen weten we het wel. Neem de brand bij Chemie-Pack. Daar was veel ophef over, maar we weten hoeveel bedrijven jaarlijks in rook opgaan. Dan kun je op de achterkant van een bierviltje uitrekenen dat daar eens in de drie jaar een chemisch bedrijf bij zit."

De kwestie is meer dat veel risico's wel bekend zouden moeten zijn, maar dat de meeste mensen er geen weet van hebben. Ale: "We lezen de rapporten niet, ze verdwijnen in een la. En een tijdje na een ramp zijn we de gevaren weer vergeten. Iedereen had kunnen weten dat een groot deel van de dijken niet op orde was, en nog steeds niet is. Niet dat de dijk bij Wilnis het zou begeven, wel dat een dijk het eerder zou begeven dan de officiële risicoschattingen aangaven. En we weten dat aannemers bij graafwerkzaamheden leidingen kapot trekken. En dat werknemers soms gekke dingen doen, zoals - bij Chemie-Pack - bevroren chemicaliën met een gasbrander ontdooien."

En dan is er nog het probleem van de zeldzame risico's. Zo mogen de zeedijken pas bezwijken bij een storm die eens in de 10.000 jaar voorkomt. "Die storm kennen we niet. Het is een extrapolatie van minder ernstige stormen. Dan moeten we hopen dat we de sommetjes goed hebben gemaakt. Daarbij is het de vraag hoe ver we daarin moeten gaan. Ik kan wel iets extreems bedenken, bijvoorbeeld dat twee jumbojets hier boven Delft op elkaar botsen en neerstorten, maar ik kan me niet voorstellen dat een overheid voor zo'n uitzonderlijk ongeluk zieken-auto's gereed zal willen hebben staan. Dus op een gegeven moment zullen risicowetenschappers en beleidsmakers een grens trekken: oké, hier nemen we nog voorzorgsmaatregelen voor, maar daar houden we geen rekening meer mee. Maar al met al weten we wel wat ons te wachten staat."

Niet helemaal, reageert Bas Jonkman, docent bij de vakgroep waterbouwkunde aan de TU Delft. "Per sector zijn de risico's wel bekend, maar we onderschatten de ketenrisico's. Zo voldoen chemische bedrijven misschien wel aan de norm dat hooguit eens in de honderdduizend jaar een ernstig ongeval mag gebeuren, maar als dat bedrijf in de Rijnmond staat, wordt het beschermd door een dijk die het eens in de tienduizend jaar kan begeven. En tegen een overstroming is dat bedrijf niet bestand."

Dat onverwachte risico beperkt zich niet tot het chemische bedrijf zelf, legt hij uit. Als de Randstad onder water loopt, heeft ook de rest van het land er last van, bijvoorbeeld doordat de aanvoer vanuit Rotterdam stokt. En als het water weg is, is het leed nog lang niet geleden. Jonkman: "We hebben dat gezien met de overstromingen in Thailand en de tsunami in Japan. De industrie lag daar een half jaar plat. Zo'n fabriek heb je namelijk niet 1-2-3 weer opgebouwd. Gevolg: duizenden mensen verloren hun baan, de economische schade liep in de miljarden. Die economische effecten hebben wij nog niet op ons netvlies. En die staan ook niet in de scenario's."

Wat ook niet in de scenario's stond, was de Mexicaanse griep. Jarenlang maakte virologisch Nederland zich op voor een pandemie met het vogelgriepvirus. Het H5N1-virus om precies te zijn, dat sinds 1997 in Zuidoost-Azië uitbraken veroorzaakt onder pluimvee en van tijd tot tijd overspringt naar mensen. En daar slachtoffers maakt. De vrees is dat het virus leert om van mens naar mens te springen en zich dan razendsnel over de wereld verspreidt. Het doemscenario daarbij is dat van de Spaanse griep die in 1918-1919 tussen de 50 en 100 miljoen slachtoffers maakte.

Maar het virus kwam in 2009 niet van vogels uit Azië, maar van varkens uit Mexico. Aanvankelijk brak er paniek uit; de Mexicaanse griep leek vaak dodelijk, vooral onder jongeren, en de verspreiding ging snel, eerst in de VS, maar binnen twee maanden was het de oceaan overgestoken. Zes Nederlanders overleden aan het virus, en de vraag naar een vaccin werd groot.

De draaiboeken lagen al klaar over wat te doen bij een invasie van H5N1. Dat varieerde van maatregelen als het sluiten van scholen tot het opstellen van criteria voor wie in aanmerking kwam voor antivirale middelen en vaccinatie. Maar het werd een onbekend virus. En vanwege de dreiging dat het pandemische vormen zou aannemen terwijl er een tekort aan vaccins was, bestelde minister Klink van volksgezondheid half juni 34 miljoen vaccins. Een half jaar later was het voorbij, de Mexicaanse griep was milder gebleken dan een gewone seizoensgriep. Kleine kinderen, medisch personeel en risicogroepen werden nog wel ingeënt, maar achteraf overheerste de kater dat de griep vooral een strop van 300 miljoen had opgeleverd.

De les van de Mexicaanse griep is dat we flexibel moeten zijn, zegt Roel Coutinho, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding in Bilthoven. "De mens heeft de neiging zich heel precies voor te bereiden, om in een draaiboek alles dicht te timmeren. Maar je kunt niet alles voorzien. We weten dat er zich infecties kunnen voordoen, maar niemand heeft Sars zien aankomen, of de gekkekoeienziekte of hiv. Of de Mexicaanse griep. Het gevaar van zo'n ingewikkeld draaiboek is dat niemand openstaat voor verrassingen. Je moet waken voor een tunnelvisie."

Het probleem was dat lange tijd niemand wist wat er te gebeuren stond, zodat men zich op het ergste voorbereidde. Tv-kijkers zagen dagelijks de horrorcijfers van de Spaanse griep voorbijkomen terwijl deskundigen het belang van vaccinatie benadrukten. "Op zo'n moment moet je niet de indruk wekken dat je alles in de hand hebt", zegt Coutinho. "Dan wek je argwaan. We hebben geprobeerd onze onzekerheid transparant te maken. Dat is lastig, mensen verwachten van ons zekere uitspraken, maar het kan wel."

Bij een pandemie zijn de dijken bij wijze van spreken al doorgebroken, zegt Jonkman. "Wij moeten het risico zo veel mogelijk beperken. Dat geeft een paradox: als we het goed doen, is een ramp zeldzaam en moeten we de burgers regelmatig informeren dat het toch fout kan gaan."

Zo ver zijn de dijkenbouwers nog niet. Voorlopig blijkt keer op keer dat lang niet alle dijken aan de normen voldoen. "En veel dijken die op orde zijn, voldoen eigenlijk ook niet aan de norm", zegt Jonkman. "Ze zijn wel hoog genoeg, maar niet sterk genoeg. Bij hoog water sijpelt het water onder de dijk door, het zogeheten piping. Dat verzwakt de dijk. Het water gaat dus niet over de dijk, maar duwt hem opzij. Daardoor is het risico niet eens in de 10.000 jaar, maar eens in 2500 jaar. En voor sommige rivieren zelfs eens per eeuw. Ik zou zeggen: pas als we dat op orde hebben kunnen we gaan nadenken over het aanscherpen van de normen."

Dat geldt voor meer risicogebieden. In de praktijk worden de normen vaak overschreden - duizenden Nederlanders wonen bijvoorbeeld te dicht bij lpg-stations of vliegvelden. "Bestuurders zijn vaak optimistisch over risico's en gevolgen", zegt Ale. "Als het laatste ongeval enige tijd geleden is, zetten we de huizen weer dichter bij de fabriek. Wij veiligheidsdeskundigen kunnen dan wel blijven roepen: doe dat nou niet, maar te midden van andere belangengroepen trekken wij vaak aan het kortste eind."

Uiteindelijk komt het erop neer dat je er als burger op moet kunnen vertrouwen dat de overheid toeziet op de veiligheid. Ale: "Gevaarlijke bedrijven houden zich niet vanzelfsprekend aan de normen. Sterker nog, vaak hebben ze zelf niet door hoe riskant hun activiteiten zijn. De overheid moet daarop toezien en optreden. Net zoals ze flitspalen plaatst en boetes uitdeelt om automobilisten aan de maximumsnelheid te houden. Maar met de bezuinigingen en privatiseringen begint dat toezicht af te brokkelen. De risico's nemen toe, en dat baart mij wel zorgen."

Internationaal rampjaar 2011
2011 was een rampjaar. Volgens herverzekeraar Swiss Re richtten rampen vorig jaar voor 370 miljard dollar schade aan. In 2010 ging het nog om 210 miljard, tegen 'slechts' 68 miljard het jaar dáárvoor. Maar die cijfers geven niet het volledige beeld. Ze worden gedomineerd door majeure rampen: de tsunami's van 2004 en 2011, de aardbeving op Haïti in 2010, orkaan Katrina (2005). Een jaar zonder grote ramp zakt weg in de statistieken. En dat zijn allemaal natuurrampen. De mens zelf veroorzaakt sinds de jaren negentig elk jaar zo'n 150 grote ongelukken, alleen rond 2005 piekte het even naar de 250. De statistieken van Swiss Re laten nog iets anders opmerkelijks zien: Nederland was de afgelopen twee jaar een relatief veilig land. In die lange lijst van 630 grote en kleinere rampen en ongelukken uit 2010 en 2011 - 340.000 doden - komt Nederland drie keer voor: de brand bij Chemie-Pack, de rokende vulkaan op IJsland die het vliegverkeer hinderde en een februari-storm die vooral in Frankrijk slachtoffers maakte en in Nederland slechts materiële schade aanrichtte.

Dodelijk verkeersongeluk treft Nederlander eerder dan dodelijke ramp
Na de watersnoodramp van 1953 stelde de Deltacommissie normen op voor de kustbewaking. Het was een rekensom waarbij kosten voor dijkversterking werden afgewogen tegen de materiële en immateriële schade bij een overstroming. Daaruit kwam die storm die eens in 10.000 jaar mag voorkomen.

Andere risico's kennen andere rekenpartijen. Virologen bereiden zich op het ergste voor terwijl voor industriële activiteiten een slachtofferrisico geldt: de kans om te overlijden door een ongeval in een fabriek mag voor een omwonende niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. "Er zijn geen regels of natuurwetten die zeggen wat de beste benadering is", zegt hoogleraar veiligheidskunde Ale. "Het hangt ervan af hoe je ertegen aankijkt. Het risico om in Nederland te overlijden bij een overstroming is groter dan alle andere risico's samen, maar dat komt doordat bij een dijkdoorbraak in de Randstad duizenden zullen verdrinken. Voor een gemiddelde Nederlander is dat risico veel kleiner: één op de miljoen per jaar. De kans om in het verkeer om te komen, is veel groter: één op de 20.000 per jaar."

Wachten op een vuurwerkverbod
Op straffe van 40.000 euro boete is het in Frankrijk verplicht een hek rond een zwembad te plaatsen. Aanleiding: een aantal jaren geleden verdronk het kleinkind van een Franse minister in een privébad. Zo gaat het altijd, zegt veiligheidshoogleraar Ben Ale. "Er zijn in dat land veel zwembaden en er verdronken elk jaar veel kinderen. Dan vindt iedereen ineens dat er iets moet gebeuren. En de dood van een bekend kind is dan de trigger om tot actie over te gaan." Nederland kende iets vergelijkbaars met de dodehoekspiegel: echte maatregelen volgden pas toen de dochter van schrijfster Anna Enquist werd overreden.

Ale: "Dat zou met het oudejaarsvuurwerk kunnen gebeuren. Er hangt een verbod in de lucht. Het wachten is op een gebeurtenis met voldoende symboolwerking."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden