Zeker, een persoonlijke God, maar ook meer dan dat

Een hoogleraar aan een kerkelijke universiteit die publiekelijk afscheid neemt 'van de supranaturalistische God' - dat is nieuws. Op het artikel 'God: maar dan anders' (Trouw, 17/9) kwam dan ook veel respons. Frits de Lange bespreekt de reacties.

Gelovigen, uit de kern van de kerk, de rand of daarbuiten, herkenden hun eigen biografie in het veranderingsproces waarvan ik verhaalde, van een godsvoorstelling van een Persoon die vanuit een andere werkelijkheid tussenbeide komt, naar een God die als Geest de werkelijkheid omvat. Er waren predikanten, die - afhankelijk van hun kerkelijke ligging - meldden dat bij lezing van het stuk bij hen ook eindelijk 'het kwartje viel', dan wel mij verweten dat ik 'in een paar zinnen een veelvormigheid aan geloof ongenuanceerd omver trok'. En er waren geleerde theologen. Onder wie meedenkers, die de (soms verrukkelijke) werkelijkheid best met mij als sacrament van God willen zien, maar zich dan wel afvragen hoe het met de verschrikkingen zit. Is God dan ook present in de tsunami's en Katrina's? Maar ook erudiete critici, die mij alle hoeken van de kerkelijke traditie lieten zien, en mij fijntjes duidelijk maakten dat ik, door God zo samen te laten vallen met de werkelijkheid, daar eigenlijk niet meer in pas.

Waarom maakte het artikel zo veel los? Misschien omdat het een persoonlijke ontboezeming was, recht uit het hart. Ik schreef geen hecht doortimmerd betoog, theologisch doorgerekend tot na de komma. Er zaten losse einden aan, die te raden over lieten. De setting was ook niet academisch, en had al helemaal niets van doen met mijn afscheid als rector van de Kamper universiteit. Het betrof een gelegenheidstoespraak op persoonlijke titel voor een jubilerende uitgever, die ooit veel van de boeken had uitgegeven die ik net na een verhuizing had opgeruimd. Met als opgegeven en (vond ik) dodelijke vraag, of ik ook iets prikkelends kon zeggen over 'Waar gaat het nog over?' Verdorie, dacht ik, al dat gesomber ook in kerk en theologie. Laat ik het dan gewoon over God hebben, en over hoe ik hem als Levende Werkelijkheid ervaar. En alsjeblieft niet gaan jeremiëren over kerkverlating.

De meedenkers hebben dat opgepikt. De Lange neemt afscheid, schreef iemand, maar hij is niets kwijt. Sommige critici lazen echter niet verder dan de woorden 'afscheid', 'opruiming' en dachten: oh jee, daar gaan we weer. Opnieuw een gereformeerde professor van zijn geloof gevallen.

Zij namen al helemaal niet de moeite om mijn woorden te plaatsen in het verband van mijn verdere werk (zie www.fritsdelange.com). En dat, terwijl ik denk zelf dichter bij het hart van de christelijke traditie te staan dan ooit.

Ik ga in op een paar thema's die in veel reacties terugkwamen, en hoop daarmee ook enkele misverstanden weg te nemen.

Sommigen ervoeren mijn afscheid van de supranaturalistische God als schokkend, anderen deden het meewarig af. Want die God daarboven die als een deus ex machina in het theater van onze werkelijkheid ingrijpt, dat is toch een platvloerse karikatuur van de Drie Enige God, die we in de theologie in de 19de eeuw al hadden opgeruimd? Dat mag waar zijn. Maar blijkbaar is die karikatuur zo hardnekkig, dat hij nog volop in de geleefde religie wordt aangehangen. En tegelijk ook reden voor velen om het geloof voor gezien te houden. De man met de baard op de wolken, de 'Nobodaddy up there' (William Blake), mag doodverklaard zijn door Nietzsche, hij spookt nog rond in vele hoofden. Ik respecteer ieders geloofsbeleving, ook de supranaturalistische. Maar ik heb er zelf zo'n hinder van gehad, dat ik hem nu hardhandig de toegang tot mijn eigen geloofswereld moet ontzeggen. En is hij werkelijk weg uit de theologie? Waarom zwijgen dan de theologen (behalve de procestheologen, die een pan-en-theïstische visie op God verdedigen) vandaag in het publieke debat over evolutie? De theologie gettoïseert, als zij nu geen nieuwe godsvoorstellingen beproeft.

Pan-en-theïsme is een vreselijke term - als hij voor een doctrine staat. Alles is in God. Voor mij gaat het echter vooral om een exercitie van mijn ruimtelijke verbeelding. Probeer God nu eens niet in een Punt (waartoe je je verhoudt), maar als een Ruimte (die je omvat) voor te stellen. Niet als een van ons gescheiden werkelijkheid waartoe je via je innerlijk toegang verschaft, maar als een heilzaam krachtenveld om je heen waaraan je met heel je bestaan deel kunt hebben als je je er aan overgeeft. Zo'n manier van denken over het heilige helpt mij, om een idee te krijgen van Gods actieve presentie. Dan lukt het me om aan vitale bestaansmomenten ('God allemachtig!') de ervaring van God te verbinden. De werkelijkheid wordt sacrament van God. Wordt dan niet alles God? vragen sommigen. Vervloeien werkelijkheid en God dan niet zo, dat het geen zin meer heeft nog afzonderlijk van God te spreken? 'Alles is God' zegt de pantheïst en heft elk verschil tussen beide op. Een pan-en-theïst daarentegen blijft een theïst. Hij ziet God als een te onderscheiden - dat woord moet je wel overeind houden, zie ik nu - subject, dat er op uit is, om met de apostel Paulus te spreken, ooit 'alles in allen' te zijn. Tot die totale doordringing ligt God echter ook overhoop, moet hij zich verzoenen met de werkelijkheid. De werkelijkheid > God? Zij vloekt er soms mee.

Hoe ik dat allemaal weet? Ik lijk er lustig op los te speculeren. Niemand heeft ooit God gezien. Over God blijft het toch bij tasten in het donker? Inderdaad. Dat maakt bescheiden. Dat we dan toch met grote woorden over de werkelijkheid als sacrament van God kunnen spreken, ontleen ik alleen aan het christelijke verhaal van de menswording van God, waarin ik deel. Van God weten ook christenen niets. Maar zij vertrouwen zich toe aan het verhaal, dat God in Jezus zijn ware, op menselijkheid bedachte gezicht toont. Zijn waarachtige menselijkheid is voor hen bron en toetssteen van sacramentaliteit. 'Wat een god zoals wij hem ons denken allemaal zou moeten kunnen en doen, daarmee heeft de God van Jezus Christus niets te maken. Wij moeten ons steeds opnieuw, heel lang en stil, verdiepen in het leven, spreken, handelen, lijden en sterven van Jezus, om te zien wat God belooft en wat hij vervult', schreef Dietrich Bonhoeffer vanuit de gevangenis. Dat we met de supranaturalistische God een krachteloze twee-wereldenreligie hebben gecreëerd, opgesloten in de innerlijkheid; dat er christelijk gesproken slechts één werkelijkheid is, omdat God zich in Christus met de wereld verzoend heeft; en dat God dus mídden in ons leven transcendent is en niet slechts aan de grenzen - ik heb het allemaal bij hem vandaan, en had dat ook hardop kunnen zeggen.

Dat zou ook duidelijker gemaakt hebben dat het afscheid van God als Persoon geen persoonlijke verhouding tot het goddelijke in de weg staat. God overstijgt het persoonlijke; denken over Hem (Haar?) kan ik beter in termen van geest, adem, kracht, licht, leven, vuur, dan als persoon. Maar aanspreken kunnen we de Heilige niet anders dan als Gij, zolang we tenminste met het christelijke verhaal over Jezus een beroep doen op zijn menselijkheid. 'en, Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan, /ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel,/ maar ik praat liever tegen iemand aan/ dan in de ruimte en zo is dit wel/ de makkelijkste manier om wat te zeggen)', dichtte Hans Andreus in een aangrijpend, laatste gedicht. God is méér dan persoonlijk, maar Hij is dat toch op zijn minst.

In de serie 'de persoonlijke god' (deel 1 verscheen op 12/10, het tweede deel verschijnt volgende week woensdag) gaan schrijvers, theologen en anderen in op vragen die De Lange heeft opgeworpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden