Zegt de grootte van de hersenen iets over het IQ?

Als dat waar is, moeten Serven cerebraal klein van stuk zijn, Fransen ook, terwijl Duitsers en Nederlanders qua brein fors bedeeld zijn. Wij staan in de IQ-rangschikking van de Noord-Ierse professor Richard Lynn tweede, met gemiddeld 107. De Britten halen 100, en de Serven 89.

Lynn meldde eerder dat Afrikanen een stuk dommer zijn dan wij, en dat jongens een hoger IQ hebben dan meisjes. Hoon was zijn deel, en nu weer, bij de presentatie van zijn Europese IQ-lijst. Lynn gaat voorbij aan verschillen in opleidingsniveaus in Roemenië, Servië én Nederland. En vergeet dat ze in Bulgarije een minder rijke traditie met IQ-tests hebben dan in ons land.

Nee, Lynn ziet het anders. Noord-Europeanen nuttigden, gedwongen door de noeste leefomstandigheden, van oudsher een eiwitrijker (vleziger) dieet dan Zuid-Europeanen. En daar profiteerden hun hersens van, weet Lynn. Die kregen meer volume: gemiddeld zit de noorderling op 1320 cm3, de zuiderling op 1312. We maken Lynn erop attent dat dit een verschilletje is van een half procent, terwijl Noord-Europeanen qua lengte veel verder voor liggen. Misschien groeide het noordelijke brein juist onvoldoende mee.

Maar serieuzer, zegt het hersenvolume iets over het IQ? Neurologen constateren in Nature (30 maart) dat de hoeveelheid grijze stof er niet zoveel toe doet, maar wel hoe het brein van kindsaf aan expandeert en later weer krimpt. Hun onderzoek betrof de hersenschors: dat is de bovenlaag van de walnoot, de zetel van het hogere denken.

Zij volgden 307 kinderen en tieners van 5 tot 19 jaar, van wie elke twee jaar een scan werd gemaakt, om de dikte van de schors te meten. Daarbij kregen de deelnemers ook IQ-tests voorgeschoteld. Ze werden naar IQ-score ingedeeld in drie groepen: superieur, hoog of gemiddeld.

Van je hersenschors moet je het hebben, maar de slimste kinderen beginnen juist met een tamelijk dunne cortex. Die groeit vanaf hun 7de fors uit, tot de schors rond 11 jaar op z'n dikst is. Kinderen met een bescheiden IQ beginnen met een redelijke dikke cortex, die nog wat uitdijt tot hun 8ste, maar dan al weer slinkt. Bij de meest pientere wordt de bovenlaag van het brein pas in de tienerjaren weer dunner. De middelste IQ-groep bewandelde in dit proces een middenweg.

De langere verdikkingstijd kan erop wijzen dat de meest snuggere kinderen langere tijd de netwerken van hun hogere cognitieve vermogens uitbreiden. Daarna moet de overvolle boel boven worden gesnoeid, waarbij niet-gebruikte zenuwcellen weg kunnen. Dat proces verhoogt de efficiency van het het brein, en weerspiegelt zich in een slinkende schors in de tienerjaren.

Lenige geesten hebben een lenige cortex, concluderen de neurologen nu. Die lenigheid hangt niet zozeer af van de herseninhoud, maar meer van het gemak waarmee de hogere denkdelen van het brein uitgroeien en zich later weer aanpassen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden