Zeewolde en Kapelle zijn het duurzaamst

De eerste is amper een jaar oud en kijk aan, daar is editie 2.0 al: een verbeterde Gemeentelijke Duurzaamheidsindex waarin alle 403 Nederlandse gemeenten langs de meetlat zijn gelegd. Met veranderingen in de kop en de staart van de lijst.

Zeewolde staat nog steeds bovenaan als duurzaamste gemeente van Nederland, maar deelt die riante plek nu met Kapelle op Zuid-Beveland. De minst duurzame gemeente van Nederland is niet langer Heerlen. Kerkrade sluit nu de rij, nog wel op de voet gevolgd door Heerlen.

Begin dit jaar verscheen de eerste Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI). Voor het eerst werden alle gemeenten getoetst op hun duurzaamheidsbeleid. Op zestien punten zijn gemeenten bekeken: op energieverbruik, kwaliteit van water, lucht en natuur, maar ook op onderwijs, sociale zekerheid, gezondheid, sport, veiligheid, werkloosheid en op de financiële slagkracht van gemeenten. Duurzaamheid is een breed begrip, nogal wat beleidsterreinen dragen bij aan het totale beeld.

Er was direct kritiek op de eerste duurzaamheidsindex. Te willekeurig, te grofmazig, zei de toenmalige wethouder Thijs de la Court (GroenLinks) van Lochem in januari, na de publicatie van de eerste GDI. De la Court ontwikkelde eerder zelf een gemeentelijke duurzaamheidsmeter, die elke vier jaar wordt geactualiseerd. Voor deze ranglijst moeten gemeenten zelf vragenlijsten invullen. Aan de laatste editie in 2013 deden 101 gemeenten mee. Op die lijst eindigde Nijmegen toen op de eerste plaats, Heerlen stond op plek 58. Zeewolde en Kapelle kwamen in de lijst niet voor.

Commentaar

"Ook wij vonden dat het beter kon en beter moest", zegt oud-organisatieadviseur Geurt van de Kerk (69), één van de initiatiefnemers van de GDI. Belangrijke gegevens ontbraken nog. "We hebben gebruikers bij de publicatie van de eerste versie ook opgeroepen met commentaar te komen. Er zijn diverse nuttige suggesties gedaan."

Er waren ook positieve reacties. Van de Kerk leverde aan burgers en gemeenten meer dan 350 gratis informatiebladen voor 230 verschillende gemeenten, waarop per gemeente precies was te zien wat goed is en wat beter kon.

"De Zuid-Hollandse gemeente Zuidplas heeft de uitslag van de eerste index gebruikt als leidraad voor het collegeakkoord. Dat is precies wat ons voor ogen stond bij het maken van deze index. Daar word ik blij van."

Volgend jaar pas zou er een nieuwe versie komen, maar de tweede index is volgens Van de Kerk zo sterk verbeterd dat er geen enkele reden is om te wachten: GDI 2.0 is vanaf vandaag te raadplegen op de website gdindex.nl.

Gemeenten worden nu op 24 terreinen getoetst, bij 20 van die indicatoren zijn er in de tweede versie actuele gegevens ingevoerd. Er is een aantal nieuwe indicatoren opgenomen zoals energiebesparing, CO2-uitstoot, mobiliteit en werkgelegenheid. De gegevens over afvalproductie en hergebruik van afvalstoffen in de 403 gemeenten zijn nu gescheiden opgenomen. De data van enkele andere indicatoren zijn verbeterd.

Landenlijst

De index wordt gemaakt door de stichting Duurzame Samenleving die sinds 2006 een wereldranglijst van duurzame landen publiceert. De criteria die bij de landenlijst worden gebruikt, vormen ook de basis voor de gemeentelijke duurzaamheidsindex. De gegevens die in de index zijn opgenomen, zijn afkomstig van openbare bronnen.

In enkele muisklikken kunnen gemeenten zien wat de zwakke punten zijn en waar het goed gaat. "We willen met de index gemeenten een handvat bieden om op duurzame beleidsterreinen beter te worden", zegt Van de Kerk. "Het doel is snellere duurzame ontwikkeling."

Hij hoopt opnieuw op kritiek uit het veld om de volgende versie verder te kunnen verbeteren. Wensen heeft hij al. "Ik wil graag gegevens opnemen over de efficiency rondom het gebruik en de teelt van voedsel. Hoe wordt er met voedsel omgesprongen in gemeenten, hoeveel gaat er verloren, wordt het plaatselijk geproduceerd of moet het van ver worden aangevoerd?" En verder: de gegevens over bodemkwaliteit ontbreken nog steeds. "Saneringslocaties - plaatsen waar de bodem is vervuild - zijn per gemeente bekend, maar de informatie is niet overal openbaar beschikbaar. Daarvoor zou ik een beroep moeten doen op de Wet openbaarheid van bestuur. Dat is vreemd."

'Natuurlijk is het beter als er één monitor voor gemeentelijke duurzaamheid is, maar die samenwerking is domweg niet gelukt'

Drie duurzame monitors, zijn dat er niet wat veel?

Leuk, al die duurzaamheidsmeters voor gemeenten - er zijn er nu drie - maar een beetje samenwerking zou misschien niet gek zijn, zei staatssecretaris Wilma Mansveld (milieu) in maart bij een feestje van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Mansveld huldigde daar Nijmegen, Breda en Leeuwarden omdat ze bovenaan waren geëindigd in de Lokale Duurzaamheidsmeter. Honderd-en-één gemeenten hadden voor deze duurzaamheidsmeter een pakket van vragenlijsten doorgewerkt.

Tijdens datzelfde evenement kreeg Mansveld van het Tilburgse centrum voor duurzame ontwikkeling Telos de nationale duurzaamheidsmonitor 2014 in de handen gedrukt. De monitor bracht de duurzaamheid van de 403 Nederlandse gemeenten in kaart. Naarden, Midden-Delfland en Houten waren voor Telos de duurzaamste gemeenten.

In een tijdsbestek van enkele maanden waren zeven verschillende gemeenten door drie verschillende ranglijstsamenstellers op het schild geheven. Wie kon het nog volgen? Mansveld in ieder geval niet. "Prachtig al deze meetinstrumenten", zei ze. "Maar toch moet mij iets van het hart. Ik wil de mensen achter deze instrumenten oproepen meer de samenwerking te zoeken. Verdere integratie of wellicht een meer gezamenlijk meetinstrument is wenselijk. Daarmee wint het namelijk aan kracht."

Geen plek voor drie

Er is inmiddels over samenwerking gesproken. De Lokale Duurzaamheidsmeter en Telos hebben elkaar gevonden. Ze gaan een monitor ontwikkelen die jaarlijks kan worden geactualiseerd. Geurt van de Kerk van de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex GDI is er niet bij. Na enkele gesprekken bleek er geen basis voor samenwerking, zegt hij. "In de samenwerking tussen de Lokale Duurzaamheidsmeter en Telos is er blijkbaar voor mij geen plaats. Maar ik ben overtuigd van het nut van mijn GDI. Het blijkt ook dat gemeenten er makkelijk mee aan de slag kunnen, dus ik ga gewoon verder."

Martha Klein van de Lokale Duurzaamheidsmeter vindt het jammer dat de GDI niet meedoet. "De GDI doet het op zich best goed. Jammer dat ze met Telos niet op één lijn zijn gekomen, ik waardeer ze allebei."

De Tilburgse hoogleraar duurzame ontwikkeling Bastiaan Zoeteman van Telos vindt de methode van de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex te simpel. "Het aantal indicatoren waaraan gemeenten worden getoetst is te beperkt. Wij toetsen op negentig punten. De GDI bood voor ons project geen aanvullende, inhoudelijke inbreng. Er was geen meerwaarde, daarom besloot GDI alleen verder te gaan. Natuurlijk is het beter als er één gemeentelijke duurzaamheidsmonitor is, maar die samenwerking is domweg niet gelukt."

Van de Kerk plaatst vraagtekens bij de gevraagde beperking tot één monitor. "Waarom zouden gemeenten niet zelf kunnen beslissen met welk instrument ze het beste uit de voeten kunnen? Elke aanpak heeft zijn eigen meerwaarde: de Lokale Duurzaamheidsmeter richt zich vooral op beleidsvoornemens, de GDI brengt de feitelijke situatie in beeld en de Telos-methode is geschikt voor dieper gravend vervolgonderzoek. Wat voor zin heeft het om naar een eenheidsworst te streven? We willen toch ook niet allemaal dezelfde bestuurders?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden