Zeevogelen op het Friese Front

Zaterdagochtend om zeven uur verlaat de Mercuur van schipper Nan-Dirk Lont de haven van Den Helder. Aan boord dit keer geen vissers, die hij naar een van de wrakken voor Texel moet brengen, omdat daar de kans op kabeljauw het grootst is. Het gezelschap bestaat vandaag uit meer dan zestig vogelaars: professionals, liefhebbers en echte soortenjagers.

Op een man na gaan zij voor het eerst van hun leven op weg naar het Friese Front, een van de meest vogelrijke delen van de Noordzee.

Het Friese Front ligt op 90 kilometer afstand van Den Helder, direct ten noorden van De Koog op Texel. Het onderscheid met de zee direct ten zuiden ervan is groot. De zee wordt, van Texel 70 kilometer naar het noorden gaand, heel geleidelijk dieper. Als langs een liniaal getrokken daalt de bodem 35 centimeter per kilometer. Dan 'stort' hij zich van zo'n 24 meter plotseling vijf a tien meter naar beneden.

Deze scherp toenemende diepte markeert het begin van het Friese Front. Door het toegenomen volume neemt de stroomsnelheid sterk af en allerlei kleine deeltjes in het water krijgen de kans om te bezinken. De zeebodem is niet langer kaal zand, maar opeens bedekt met een rijke sliblaag.

“En dat maakt het Friese Front zo uniek”, zegt Mardik Leopold, bioloog bij het Nederlands Instituut voor onderzoek der zee (NIOZ) op Texel. “Veel vissoorten voelen zich hier uitstekend thuis. Dat is de reden dat de boomkorvisserij zich graag bij het Front ophoudt. Maar ook zeevogels worden door de goede visstand aangetrokken. Vooral sprot is er zeer talrijk, en dat is een vis met een voor vogels interessante lengte. Ook bruinvissen, dolfijnen waarvan er waarschijnlijk alweer honderdduizend in de Noordzee rondzwemmen, zie je er relatief vaker dan in de directe omgeving.”

Vijf uur

De tocht naar het Friese Front duurt vijf uur. Dat is lang, als de zee leeg is en de deining voor landrotten aan de stevige kant. Veel afleiding is er niet. De gebruikers van anti-zeeziektepillen en -pleisters verkondigen degenen die al wat trillerig worden, dat ze zo blij zijn dat hun middeltjes prima werken. Aanvankelijk doet iedereen nog erg zijn best om naar vogels te zoeken, maar het is allemaal nog niet spectaculair genoeg.

Wanneer de eerste Jan van Gent wordt gezien - een lang niet zeldzame soort langs de Nederlandse kust - klinkt het enigszins cynisch: “Nou Wim, het is nu al beter dan vorig jaar.” Wim van der Schot is de organisator van de tocht naar zee. Hij is fanatiek vogelaar en staat met 371 in ons land waargenomen soorten in de top tien van de Nederlandse soortenjagers. Nummer 1 heeft er 379 gezien. Inderdaad is het al beter dan vorig jaar, toen een ander deel van de Noordzee bezocht werd. Het was toen dermate rustig, zeg leeg, dat een aantal opvarenden al snel een hengel huurde en de rest van de dag vissend volmaakte.

“Zelfs chummen hielp niet”, zegt Van der Schot. Chummen?

“Chummen doe je om vogels naar de boot te lokken. Je maakt een mix van visafval: koppen, ingewanden, stukken huid en vlees. Ideaal is, als je dat een week laat rotten. Het verspreidt dan een dusdanige gore lucht dat je alleen daarvan al kotsmisselijk wordt. Je legt de boot stil en spoelt het overboord. Het is vaak een prima methode om vogels naar je toe te krijgen. En dan maar hopen op die ene zeldzaamheid. Want het gaat de meesten hier aan boord natuurlijk om die nog op hun lijst ontbrekende grote pijlstormvogel, om een donsstormvogel, of om het Wilsons stormvogeltje.”

Zeekoeten

Naarmate de tocht vordert, wordt het water diepgroen. Het is ook duidelijk helderder, en plotseling neemt het aantal zeevogels toe. Noordse stormvogels scheren op redelijke afstand van de boot langs, en de eerste zeekoeten dienen zich aan.

“Die zeekoeten zijn de vogels waarvoor het Friese Front van groot belang is”, zegt Mardik Leopold. “Ze ruien er en na de broedtijd komen volwassen dieren met hun jongen naar dit gebied omdat het zo voedselrijk is. Die broedvogels komen van de Schotse oostkust, hun jongen kunnen nog niet vliegen, dus zwemmen ze het hele stuk. Het is een afstand van zeker 350 kilometer. Dat lijkt ver, maar op hun tocht hebben ze de stroom mee. Er zijn op het Front maximaal tienduizend zeekoeten geteld. Die zitten niet allemaal in een grote groep, maar losjes verspreid over een gebied van ongeveer vijfhonderd vierkante kilometer. Geen spectaculaire opeenhoping dus, maar het blijft heel aardig om te zien hoe een jong zo midden op zee met opgerichte snavel bedelend achter zijn ouders aan zwemt. Vanaf september, met de eerste herfststormen, verdwijnen de zeekoeten. Die zie je dan vaker dicht onder de kust.”

Het aantal meeuwen achter de boot neemt ook toe. Als zo veel vogels in de Noordzee leven zij voor een deel van de door vissersschepen overboord gezette, commercieel onaantrekkelijke, bijvangst. Omdat het weekend is en er dus niet gevangen wordt, is iedere boot die langskomt, interessant. Alleen al rond de Britse eilanden schatten onderzoekers dat 2,8 miljoen zeevogels van overboord geworpen visafval leven. Maar ook in de Nederlandse kustwateren gaat het om fikse aantallen. Afhankelijk van de vissoort en de lengte bleek uit onderzoek dat Kees Camphuysen voor het Rijksinstituut voor visserijonderzoek (Rivo) uitvoerde, dat bijvoorbeeld drieteenmeeuwen op deze manier zeer efficient aan de kost komen. En de zilvermeeuwen in het Waddengebied moesten na het afdekken van veel vuilnisbelten steeds vaker hun voedsel op zee gaan zoeken. Daarbij worden zij achter de vissersboten door de meer behendige kleine mantelmeeuwen afgetroefd. Die laatste soort neemt waarschijnlijk daardoor nog steeds toe.

Tegen twaalf uur begint het chummen. Een aantal zeezieke vogelaars maakt niet mee dat in korte tijd een groot aantal vogels om de boot vliegt of drijft.

Zeker drie Jan van Genten, 250 kleine mantelmeeuwen, en 25 grote mantelmeeuwen doen zich te goed aan een mengsel van zilversmelt en makreel, gemarineerd in een grote hoeveelheid volgens Van der Schot “afgewerkte bakolie uit een bejaardentehuis”.

Grote jagers, een soort forse bruine roofmeeuwen, drukken hier en daar een meeuw met voedsel en al het water in om het af te pakken.

Onophoudelijk wordt er nu gefotografeerd. Tientallen telelenzen hebben moeite met het slingerende schip en de nu wel erg dichtbij vliegende en zwemmende vogels. Een enkele soortenjager vindt het maar niks. “Ik vaar toch geen tien uur om een paar stomme noosto's te zien”, verzucht waterzuiveringsspecialist Wim Wiegant. Hij staat op de laatste soortenjagerslijst op een gedeelde 23e plaats met 363 soorten en hij heeft het over de noordse stormvogels, waarvan er intussen 75 rond de boot hangen.

Wiegant is een van de semafoonbezitters van de Dutch Birding Association (DBA). Zeldzame waarnemingen worden met vermelding van soort, plaats en aantal op de semafoon gezet, waarna de ontvanger meestal als een gek naar de betreffende locatie scheurt.

Kruidenbuiltje

De terugtocht verloopt rustig. Achter de boot hangen voornamelijk meeuwen, die azen op visresten die uit het 'DBA-kruidenbuiltje' loskomen: een soort boodschappennetje met visafval dat achter de boot hangt. Het wordt weer rustiger en ook de kans om een bruinvis te zien wordt steeds kleiner. De tijd wordt gedood met het determineren van insekten die op de boot neerstrijken.

Ook een langsvliegend koolwitje vangt de aandacht van een aantal soortenjagers; het is de laatste tijd erg trendy om als vogelaar het vlinderen erbij te doen.

Voor de rede van Texel varend piept plotseling de semafoon van Van der Schot en er ontstaat enige opwinding onder de aanwezige soortenjagers. Uit de codering blijkt het te gaan om een zeldzame steppevorkstaartplevier, die bij Camperduin gezien is. Het is nog ruim een uur varen naar Den Helder en als de boot uiteindelijk aanlegt, gaan de vogelaars snel van boord. Omdat Camperduin vrijwel op de weg naar huis ligt, gaat een aantal van hen er nog even langs.

De meeste aanwezigen hebben de steppevorkstaartplevier weliswaar al op hun levenslijst, maar je hebt ook zoiets als een nationale jaarlijst waarmee je kunt scoren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden