Zeeschilder met romantische inborst

Wigerus Vitringa legde zich als zeeschilder niet toe op zeeslagen, eerder op scheepstypes in schuimige wateren.

Jappie Meeter, jongste lid van de roemruchte Friese dynastie van Skûtsje-zeilers, was eraan te pas gekomen om afgelopen zaterdag een openingswoord uit te spreken bij de tentoonstelling van Wigerus Vitringa in het Fries Museum.

Vitringa (1657-1725) is niet de zoveelste schilder die in het Fries Museum in Leeuwarden hangt. Het museum claimt zelfs dat hij dé Friese zeeschilder van de 17de eeuw is. Dat kan ook gemakkelijk worden beweerd, want Friesland kende buiten Vitringa in deze periode geen enkele andere (professionele) zeeschilder. Maar de betiteling kan wel worden aangevochten. Vitringa was weliswaar van Friese afkomst; zijn schilderijen heeft hij buiten Friesland gemaakt en vanuit zijn standplaats Alkmaar weten af te zetten.

Dat doet niets af aan de kwaliteit van de door hem geschilderde en vooral ook getekende zeilschepen. Zijn hele aanpak verraadt een hang naar romantiek, naar avontuur, naar het leven achter de horizon waar zijn schepen nieuwsgierig op lijken af te stevenen.

Bijna drie eeuwen na zijn dood in 1725 heet dit het eerste overzicht van de Friese zeeschilder te zijn. Niet dat Vitringa geheel onbekend is geweest. Tal van musea, en niet alleen in Friesland, bezitten werk van hem. Zij horen tot de belangrijkste bruikleengevers, al zijn sommige van hen van mening dat hun Vitringa-werken wel eens van een heel andere schilder kunnen zijn.

Vitringa, zo heeft onderzoek uitgewezen, signeerde zijn zeestukken namelijk zelden met zijn eigen naam. Vaak zette hij het monogram LB onder zijn doeken. LB staat voor Ludolf Backhuyzen, een van de belangrijkste zeeschilders in de Hollandse Gouden Eeuw. Backhuyzens naam wordt meestal in één adem genoemd met die van Hendrick Vroom, vader en zoon Willem van de Velde, Jan Porcellis, Simon de Vlieger of Hendrik Dubbels, meesters die in de 17de eeuwse schilderkunst hun specialisme op zee zochten.

Vitringa heeft van sommigen van hen veel geleerd, nog voordat hij komend uit Leeuwarden in Alkmaar een schilderspraktijk opzette. Maar het meest heeft hij zich laten beïnvloeden door Ludolf Backhuyzen. Zo sterk zelfs dat hij op een gegeven moment opdrachten vanuit het atelier van de in Amsterdam gevestigde zeeschilder kreeg. Die moesten voor werken van de grote meester doorgaan.

De met de initialen LB ondertekende schilderijen dateren uit de periode 1692–1706 toen Vitringa in Alkmaar was aangeland. Op zich is dat al een opmerkelijk gegeven, want wat doet een Friese schilder zo ver van huis ?

De reden daarvan heeft waarschijnlijk vele oorzaken. Vitringa was afkomstig uit een familie van rechtsgeleerden die hun domicilie in Leeuwarden hadden. Hij was dan ook voorbeschikt om advocaat te worden, zij het dat hij het schilderen in de vorm van vrijetijdsbesteding met passie bedreef. Er zijn aanwijzingen dat hij de techniek van het schilderen heeft afgekeken van de Friese schilder Richard Brakenburg, die hem niet onbekend was toen Brakenburg de hele familie heeft geportretteerd.

Rond zijn 25ste levensjaar heeft Vitringa de wereld van de rechtsgeleerdheid vaarwel gezegd om zich geheel aan de schilderkunst over te geven. Waarschijnlijk moet hij toen al hebben overwogen zich in een bepaald métier te specialiseren. In de tweede helft van de 17de eeuw wilde menig schilder zich onderscheiden van de grote stroom door zich toe te leggen op een bijzonder onderwerp of thema. Vitringa heeft er geen zin in gehad om de reguliere weg te bewandelen van leerling of gezel op een atelier, waar iedereen moest beginnen met een bijbelse voorstelling om later tot meester uit te groeien.

Vitringa begon, heel onorthodox, direct als zelfstandig schilder waarvoor hij het Hollandse Alkmaar uitkoos. Die stad was weliswaar niet het artistieke epicentrum van de toenmalige republiek, maar lag wel dichtbij Amsterdam waar de belangrijkste zeeschilders werkzaam waren. En bovendien, Alkmaar ligt ook naast de lijn Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen waar drie kamers van de Verenigde Oost-Indische Compagnie zijn gevestigd. Vitringa moet erop hebben gehoopt dat daar zijn belangrijkste afnemers zaten.

Bij veel van zijn schilderijen zie je ook dat niet de zee, maar een bepaald scheepstype centraal staat. Vitringa was zeeschilder, maar heeft zich niet op zeeslagen toegelegd. De tijd van de zeeslagen met Engelsen en Spanjaarden was in zijn tijd (het laatste kwart van de 17de eeuw) eigenlijk afgelopen, en bovendien waren de Van de Veldes onbetwist de grote meesters op dit terrein.

Nee, als Vitringa toch een oorlogsschip wilde ’portretteren’ gebeurde dat onder vreedzame omstandigheden. In een penschildering op geprepareerd paneel heeft hij eens de Frisia afgebeeld, waarschijnlijk koers zettend naar de Oostzee waar deze driemaster – na onder commando van Michiel de Ruyter te hebben gestaan – zijn nieuwe bestemming had gevonden. Vitringa tekende het schip terwijl het al de boeg heeft gericht op de einder, daarbij zijn trotse kont aan de kijker opdringend.

Met pen, maar veel meer met zijn penselen, laat Vitringa zijn schepen ronddobberen in schuimige wateren. De golven lijken wel erg kunstmatig, zoiets als de schuimvlokken die in een keurig ritme in de badkuip drijven. Ze contrasteren met de van onheil bezwangerde wolken die direct vanaf de laag gehouden horizon opklauteren.

Vitringa positioneert de kijker dus in een wiebelige vlet, van waaruit de eerste de beste tjalk of spiegeljacht, laat staan een handelsvaarder in de vorm van een fluit reusachtige vormen begint aan te nemen. De meeste schilderijen zijn uitgevoerd op huiskamer- of kabinetformaat. Weinig schilderijen kennen een fors formaat, wat er op wijst dat de schilder vooral voor de particuliere markt moet hebben gewerkt.

Soms zorgde hij ook voor een exotisch decor, wat voor een deel van zijn markt zeker aantrekkelijk moet zijn geweest. Waarschijnlijk onder invloed van enkele aansprekende voorbeelden met een Italianiserende stijl (te denken valt aan Sibrandi Mancadan die in Leeuwarden actief was) schiep Vitringa zeegezichten met op de achtergrond een Siciliaans aandoende havenstad (als je mag afgaan op de aanwezigheid van een rokende vulkaan), of een wat anoniemere rotskust. In de tekeningen excelleerde hij ook in het redegezicht, een onderwerp dat tegenwoordig als een zelfstandig genre binnen de zeeschilderkunst moet worden gezien.

Vitringa heeft zijn schildersloopbaan niet in Alkmaar kunnen afsluiten. Aan het begin van de 18de eeuw nam zijn gezichtsvermogen zo sterk af, dat hij besloot met schilderen te stoppen en, eenmaal terug in Friesland, weer een praktijk als rechtsgeleerde te beginnen. Tussen 1708 en zijn dood in 1725 heeft hij in het noorden weinig, waarschijnlijk niets meer op doek gemaakt.

Zijn productie in de jaren van zijn verblijf in Alkmaar tussen 1692 en 1706, die verhoudingsgewijs dus behoorlijk rijk is geweest, bevindt zich in feite over de rand van de Gouden Eeuw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden