Zeerecht geen beletsel voor vliegveld in zee

Aan alle zin en onzin die over een vliegveld in zee te berde is gebracht, werd onlangs de stelling toegevoegd dat Nederland aan 186 andere landen toestemming moet vragen om in de Noordzee te mogen heien. Op 19 spetember waarschuwde E.J. Molenaar van het Netherlands Institute for the Law of the Sea (Nilos) op deze pagina voor de juridische mitsen en maren van een vliegveld in zee: “Nederland moet rekening houden met de belangen van andere staten, of zo'n vliegveld nu in de territoriale zee komt, of daarbuiten.” P. Mendes de Leon, directeur van het Instituut voor Lucht- en Ruimterecht, voegde daar desgevraagd aan toe: “Maritiem zijn er nog wel afspraken te maken, maar wil je het eiland gebruiken voor de luchtvaart, dan is het ingewikkelder.” (Trouw 2-10-98). Of valt het mee?

MENNO LANGEVELD

Voor het bouwen van een vliegveld in zee is geen toestemming nodig van andere landen. Bovendien behoudt Nederland na de bouw van zo'n kunstmatig eiland de zeggenschap hierover.

Volgens P. Mendes de Leon ('Vliegveld in zee kan niet', Trouw 2-10-98) is het twijfelachtig of Nederland een vliegveld kan aanleggen op dertig kilometer afstand van het Noordzeestrand. Hij geeft daarvoor drie redenen. Ten eerste, omdat het eiland dan buiten de Nederlandse territoriale wateren komt te liggen, en daar heeft Nederland volgens Mendes de Leon geen zeggenschap meer. Een tweede reden is volgens hem dat Nederland voor de bouw van zo'n vliegveld toestemming nodig heeft van de 186 landen die aangesloten zijn bij het verdrag dat de definitie van 'grondgebied' regelt. Als laatste reden geeft hij dat Nederland in zo'n geval met alle landen moet praten waarmee het een luchtvaartverdrag heeft gesloten.

Over deze laatste reden, die strikt op het vakgebied van Mendes de Leon ligt, kan ik moeilijk oordelen. Het lijkt in ieder geval zinnig die landen te vertellen dat Schiphol gaat verhuizen naar zee. De twee eerste redenen zijn echter beide onjuist. Nederland heeft wel degelijk zeggenschap over een eiland dat buiten de territoriale zee wordt aangelegd en voor de bouw van zo'n eiland is geen toestemming nodig van zo'n beetje de hele wereldgemeenschap.

Het bouwen en gebruik maken van een kunstmatig eiland in zee heeft al eerder tot controverses geleid. Al in de jaren dertig speelde in Duitsland een discussie over het aanleggen van een vliegveld buiten de territoriale zee. Bekender in Nederland is waarschijnlijk de discussie rond de opkomst en ondergang van de Reclame Explotatie Maatschappij. Die wilde in 1963 buiten de territoriale zee, maar wel op Nederlands continentaal plat, een eiland bouwen en vanaf daar commerciële televisie uitzenden naar Nederland. De commotie hierover hield politici en juristen lange tijd bezig. Nederland wilde een manier vinden om de uitzendingen tegen te gaan, maar leek daarvoor in het internationaal recht geen basis te vinden. Het internationaal recht erkende namelijk alleen de rechtsmacht voor de kuststaat over een kunstmatig eiland, indien dit eiland ten dienste stond van de exploratie en exploitatie van het continentaal plat. In beginsel dus alleen voor installaties voor de winning van olie en gas. Een eiland bedoeld voor radio- en/of tv-uitzendingen, maar ook een vliegveld op het continentaal plat, vielen daarmee buiten de rechtsmacht van de kuststaat.

In 1982 is binnen de Verenigde Naties een nieuw verdrag opgesteld over het internationale Recht van de Zee. Onder meer als gevolg van de bovenstaande discussie uit de jaren zestig, is daarin een nieuwe regeling voor kunstmatige eilanden opgenomen. Belangrijkste wijziging betreft de verruiming van de rechtsmacht van de kuststaat over kunstmatige eilanden. Die zeggenschap is nu niet langer beperkt tot eilanden ter exploratie en exploitatie van het continentaal plat, maar strekt zich ook uit over eilanden voor andere doeleinden. Een vliegveld in zee valt daar dus ook onder.

Nu gebleken is dat Nederland rechtsmacht heeft over een vliegveld in zee op het continentaal plat van Nederland maar buiten de Nederlandse territoriale wateren, rest nog de vraag: heeft Nederland voor de bouw van dit vliegveld toestemming nodig van andere landen?

Mendes de Leon beweert van wel. Het kan zijn dat de overwegingen die tot deze mening hebben geleid onjuist of onvolledig zijn overgenomen in de media. Het is ook geen slecht standpunt. Zijn stadsgenoot uit Leiden, Hugo de Groot, verkondigde in de zeventiende eeuw het standpunt van een Mare Liberum: geen zeggenschap door staten over de zee.

Ook al hebben Nederland en een aantal andere maritieme staten het idee van mare liberum lange tijd hooggehouden, de realiteit is dat staten tegenwoordig heel veel zeggenschap over de zee hebben. Ter illustratie: staten hebben het recht een exclusieve economische zone (EEZ) in te stellen van maximaal 200 zeemijl, waarin zij een tamelijk vergaande zeggenschap heeft over de economische activiteiten in deze zone. Buiten die 200 zeemijl bestaat zelfs nog de mogelijkheid dat de kuststaat een continentaal plat heeft met een maximale breedte van 350 zeemijl. Als wél de zeggenschap bestaat over reeds aanwezige kunstmatige eilanden, zou dan de zeggenschap voor de bouw hiervan zijn verbonden aan de toestemming van zo ongeveer de gehele wereldgemeenschap? Dit kan niet het geval zijn.

Dat niet eerder ergens op de wereld een vliegveld buiten de territoriale zee is gebouwd, doet niet ter zake. Mocht er al juridische onduidelijkheid bestaan over deze kwestie, dan kan de bouw van dit eiland hier een einde aan maken. Het Zeerecht kent namelijk een lange traditie van eenzijdige acties door staten die later tot het geldend recht zijn gaan horen. Te denken valt aan de eenzijdige afkondiging van een continentaal plat door de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog of het optreden van de Canadese kustwacht tegen Spaanse vissers buiten de Canadese EEZ. Beide acties waren nog niet eerder vertoond en zorgden voor een aanpassing van het Recht van de Zee.

Nederland mag dus zonder toestemming van andere landen met de bouw van een vliegveld in zee beginnen en zal na de bouw ook de zeggenschap hierover hebben.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden