Zedenzaken zijn langdurig en pijnlijk, en vaak niet succesvol

Rechter Beeld Studio Vonq

Veel zedenzaken komen neer op het ene woord versus het andere. Als dader en slachtoffer zo tegenover elkaar staan, wat kan justitie dan doen?

De ene man doet verhaal van een verkrachting, de ander zegt dat er weliswaar seks was, maar met wederzijdse instemming. Toen Gijs van Dam deze week bij ‘Pauw’ reageerde op de open brief van Jelle Brandt Corstius in Trouw, gebeurde precies wat de programmamaker had geschreven: “Het is zijn woord tegen mijn woord.” Een gebeurtenis, twee verhalen, dat geldt voor veel van de zaken die de afgelopen tijd door #MeToo in de openbaarheid kwamen. Hoe ga je daarmee om in het strafrecht?

In zedenzaken is het heel vaak het ene woord tegen het andere, zegt strafrechtadvocaat Gert Kaaij. “En hoe langer het geleden is, hoe moeilijker het wordt om aan waarheidsvinding te doen.” Sommige zaken die nu in de publiciteit komen, zouden al tien of twintig jaar geleden hebben plaatsgevonden. Kaaij: “Dat maakt het moeilijk om het in een context te plaatsen.” Hoe eerder de politie een aangifte ontvangt, hoe groter de kans dat het uiteindelijk tot een veroordeling komt.

Hoewel slachtoffers door shock of schaamte vaak het liefst zwijgen, is het het beste wanneer zij direct na een zedendelict naar de politie gaan, zegt ook rechtspsycholoog Peter van Koppen. Of naar een van de zestien Centra Seksueel Geweld. Die raden slachtoffers aan na een verkrachting niet te douchen of hun tanden te poetsen. Anders gaat bewijsmateriaal verloren. Bovendien hoeven slachtoffers in die centra maar één keer hun verhaal te doen, in plaats van achtereenvolgens bij artsen, hulpverleners en de politie.

Wat als de mogelijke dader zegt dat de seks met consensus plaatsvond? Als er geen sporen zijn van geweld, heb je niet zoveel aan aangetroffen DNA-sporen. Toch is het ook dan goed om direct je verhaal te doen, zegt Van Koppen. “Dan zijn de omstandigheden nog het meest helder voor de geest te halen. De politie kan dan gelijk op zoek naar mogelijke camerabeelden, en daarmee onderzoeken in welke volgorde gebeurtenissen plaatsvonden.”

Diffuus

Dat neemt niet weg dat veel zedenzaken zich in een grijs gebied afspelen, zegt de rechtspsycholoog. Verkrachting is vaak een ‘onduidelijk misdrijf’. “Als iemand een mes tussen je ribben steekt, dan is dat moord of doodslag. Maar het onderscheid tussen gezellige seks en verkrachting kan een stuk diffuser zijn. Dat maakt het vaak zo onhelder.” Hij noemt als voorbeeld de deze week in de Verenigde Staten losgebarsten zaak rond acteur Kevin Spacey. “Die zou op een jongen zijn gaan liggen, op een ‘seksuele manier’. Wat bedoel je daarmee? Wat is daar gebeurd?”

Ook als een delict langer geleden is, gaat de politie na een aangifte aan de slag met het verzamelen van getuigenissen en bewijzen, zegt strafrechtadvocaat Kaaij: “Je vraagt aan het slachtoffer wie er allemaal op de hoogte zijn, om vervolgens bij die mensen verklaringen over de verkrachting te verzamelen.”

Dat proces wordt in de zaak rond Brandt Corstius en Van Dam bemoeilijkt, doordat die zich in de media heeft ontsponnen. Kaaij: “Ik begrijp de motieven, maar het is beter om vooraf de politie in te lichten.” De mediaberichtgeving beïnvloedt het geheugen, niet alleen bij dader en slachtoffer, vooral ook bij mensen aan wie Brandt Corstius in het verleden zijn verhaal heeft verteld. “Door al die verklaringen in de media wordt het nu veel moeilijker om onbevooroordeeld het verhaal te reproduceren.”

Door het verstrijken van de tijd kunnen herinneringen toch al vervormen. Als er drank in het spel was, kan een nachtelijke vrijpartij de volgende ochtend een nare nasmaak opleveren en dan kan iemand zich slachtoffer voelen, zegt rechtspsycholoog Van Koppen. “Dat geldt ook andersom, dat je denkt: shit, ik ben te ver gegaan, dat had ik niet moeten doen.”

Anders interpreteren

Hoe meer tijd er overheen gaat, hoe groter het risico dat herinneringen anders beleefd worden, zegt Kaaij. “Als je twintig jaar geleden bepaalde gedachtes had over bijvoorbeeld de politie, dan zul je een aanvaring met een agent in die periode tegenwoordig anders interpreteren dan toen.”

Sociaal psycholoog Kim Lens deed veel onderzoek naar de beleving van slachtoffers bij zedenmisdrijven. Het gebeurt vaak dat mensen valselijk beschuldigd worden van een zedenmisdrijf, zegt zij. “Met alle gevolgen van dien voor die personen en hun familie.” Daarbij is er een verschil tussen bewust valse beschuldigingen doen, of een onterechte aantijging. “Het tweede kan gebeuren wanneer één vrijpartij door betrokkenen verschillend wordt geïnterpreteerd.”

Volgens Lens wordt er niet vaak bewust een valse beschuldiging geuit. “Misschien in zaken als een echtscheiding of in voogdijkwesties.” Bewuste liegers zijn er ook uit te pikken door ondervragers. Vaak vertellen mensen die niet de waarheid vertellen juist consistente verhalen, zegt Lens. “Mensen die de waarheid spreken, durven eerder af te wijken van een verhaal. Dat is hoe het geheugen werkt. Mensen die bewust liegen, houden krampachtig vast aan hun versie.”

Bureau Beke onderzocht in 2011 de aangiften van aanranding en verkrachting door meisjes tussen de twaalf en de achttien jaar. Een op de vijf aangiften bleek niet te kloppen. De helft van de meisjes besloot na een eerste gesprek met de politie af te zien van een aangifte, toen ze hoorden dat een valse aangifte strafbaar is.

Bij veel politie-agenten bestaat het beeld dat aangiftes niet kloppen, beweert Van Koppen. “Het is niet verstandig om als agent een verhoor te doen met een attitude van: ik geloof het niet. Wel moet je voorzichtig kritisch het gesprek aangaan.”

Vaak vrijspraak

Volgens schattingen uit het verleden wordt minder dan een kwart van het totale aantal verkrachtingen of aanrandingen gemeld. Uit cijfers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum blijkt dat er al jaren rond de 3000 meldingen van seksuele misdrijven worden gedaan, waarvan zo’n 500 tot 600 meldingen van verkrachting. Zo’n 60 procent van de meldingen van seksuele misdrijven bij het OM komt uiteindelijk voor de rechter, maar die komt relatief vaak tot vrijspraak. Vorig jaar werd in 928 seksuele misdrijfzaken de dader veroordeeld, dat was het geval bij 89 verkrachtingszaken.

Vanwege het lange proces en de geringe kans op succes adviseren de politie en advocaten soms al bij voorbaat aan cliënten om een zaak niet via het strafrecht te laten behandelen, zegt advocaat Kaaij: “Ikzelf sta geen aangevers bij, dus het overkomt mij minder vaak, maar ook ik heb iemand weleens het advies gegeven om eerst eens goed na te denken. Bedenk of je dit wel aankunt, want zedenzaken zijn vaak een lange en pijnlijke weg, die uiteindelijk vaak niet leidt tot een veroordeling.”

Lees meer over #MeToo in ons dossier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden