Zedenrechercheur: Mijn chef weet niets van zedenzaken

De 35-jarige rechercheur Monique van den Akker van het Haagse bureau Duinstraat wist waar ze aan begon toen ze een jaar geleden solliciteerde als zedenrechercheur. Ze zou de enige zedenspecialist zijn in het wijkteam. Maar het werk is zwaar en eenzaam. Juichend heeft Van den Akker daarom de plannen van minister Korthals gelezen, waarin de specialisten zedenzaken bij de politie aan strakkere regels worden gebonden en de korpsen worden verplicht ook rond zedenzaken richtlijnen te ontwikkelen.

Van onze verslaggeefster

Waarom weet ze niet, maar juist in de Duinstraat worden veel zedenzaken aangegeven. Bovendien heeft Van den Akker twee of drie keer per maand piket, waardoor ze 's avonds of 's nachts bij een zedenzaak geroepen wordt door willekeurig welk politiebureau. De zaken die daar op haar bord komen, moet ze zelf afhandelen. ,,Het motto is: degene die de aangifte behandelt, behandelt de hele zaak''.

Zeven jaar geleden werd het Haagse bureau Zedenzaken uitgekleed tot een taskforce vrouwenhandel en kinderporno, en werden de zedenrechercheurs toegevoegd aan de wijkteams. Zo kwam de agent dichtbij de burger, werd in het Haagse korps gedacht. Al toen de maatregel van kracht werd, klaagden de zedenrechercheurs. En daarmee bleven ze bezig tot de dag van vandaag, want niemand luisterde.

,,Het nadeel van deze constructe is dat we allemaal op een eiland zitten'', zegt Van den Akker. ,,Vroeger werden de zedenrechercheurs centraal aangestuurd. Nu krijgen we amper feedback. Ik heb wel een chef, maar die weet niets van zedenzaken. Meer dan de mededeling 'ik ben met een zedenzaak bezig' kan ik aan hem niet kwijt. En dat terwijl ik net begonnen ben en vaak ruggespraak zou willen.''

Bij zedenzaken is de materie ook nog eens zwaar. De meeste zaken van Van den Akker zijn incestzaken, of verkrachtingen in de familiesfeer. Zware zaken. ,,Je zou er met elkaar over moeten kunnen praten. Dat dat niet kan, is voor sommigen al desastreus gebleken. Die zitten thuis.''

Van den Akker klimt in arren moede regelmatig in de telefoon. Dan belt ze rechercheurs van andere bureaus. Als die er zijn, legt ze hun zaken voor waar ze aan werkt. Wat zou jij doen? Geloof jij dit? Hoe moet ik die man aanpakken? ,,Maar dan krijg ik van iedereen een verschillend antwoord. Er is geen enkele richtlijn.''

Voor de zedenrechercheurs in Den Haag telt dat laatste, naast de eenzame indeling in wijkteams, het zwaarst. ,,Er komt nu eenmaal veel bij dit werk kijken. We hebben ook al heel vaak gevraagd om een vraagbaak, een aanspreekpunt zoals Korthals dat noemt, bij het openbaar ministerie. Gelukkig komt dat er nu. Maar onderling moet je ook kunnen overleggen. We hebben bijvoorbeeld vaak valse aangiften. Als je alleen zit, tob je daar langer mee dan als een ander ook zegt: 'dit verhaal klopt niet helemaal, volgens mij is er iets anders aan de hand'. Officieel moet je zelfs met zijn tweeën zijn, want de aangever moet kunnen kiezen tussen een man en een vrouw. Maar dat kan bijna nooit. Er zijn te weinig mensen.''

Voor Van den Akker ligt een betere organisatie voor de hand. Neem van drie of vier wijkteams de zedenrechercheurs en maak daarvan een districtsbureau zeden. Dan zijn ze nog steeds dicht bij de burger, maar kunnen ze wel zaken overdragen, overleggen en van zich af praten. Er zijn brieven naar de korpsleiding over geschreven, het wordt al jaren aangekaart. Maar er verandert almaar niks. ,,Het is vechten tegen de bierkaai. Er zitten hierdoor al een flink aantal collega's overspannen thuis.''

Via de minister zijn de gebeden van de Haagse zedenrechercheurs nu eindelijk verhoord. Maar op korte termijn zal er bij bureau Duinstraat nog niet veel veranderen. Van den Akker: ,,Vanmiddag komt er één aangifte doen, en morgen komt er weer één. Tegen die mensen moet ik straks zeggen: je kunt nu je verhaal vertellen, maar ik kan er pas over een paar weken mee verder. Ik heb al te veel zaken. Ik kan niets doorschuiven naar een collega. Dat is voor het slachtoffer extra sneu, want die heeft er vaak lang over gedaan om te komen. Zo gaat het: als ik vier weken op vakantie ga, ligt een zaak vier weken stil.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden