'Ze zullen ons niet ontsnappen'

Olafur Thor Hauksson is speciaal aanklager voor de bankencrisis in IJsland. Hij onderzoekt bankiers, zakenlieden en politici. De eerste successen zijn geboekt.

Voor de fotograaf zijn werkkamer binnen mag, draait Olafur Thor Hauksson de rijdende dossierkast om. Zorgvuldig plaatst hij de ruggen met de etiketten van de dossiers tegen de muur. Als IJsland al staatsgeheimen heeft, dan staan ze hier, in de werkkamer van de speciaal aanklager. Het is zijn missie de schuldigen van het ineenstorten van de banken op te sporen en voor het gerecht te dagen.

Op de kast ligt zijn oude politiepet. Want dat was hij in zijn vorige leven, nog maar kort geleden: politiecommissaris in het 6500 inwoners tellende Akranes, een winderig haventje ten noorden van Reykjavik. "En", benadrukt hij, "ik was ook districtscommissaris." De weekeinden was hij, vader van vijf, forelvisser.

'Met veel meer dan lichte vergrijpen en hooguit een paar ernstiger delicten heeft hij zich nooit beziggehouden', luidde de kritiek bij zijn benoeming. En: 'Hij is te onervaren, ze hebben hem gekozen om de zaak onder het tapijt te vegen'. Hijzelf weerlegt dat; hij had al enkele serieuze fraudezaken geleid. Voor het overige heeft hij geleerd kritiek te negeren en zich een dikke huid aangemeten.

Toen in oktober 2008 IJslands drie grote banken failliet werden verklaard en het land achterlieten met een schuld bijna tien keer zo groot als het bruto nationaal product, trokken burgers met potten en pannen de straat op. Ze eisten het vertrek van premier Geir Haarde. De regering viel. Maar de IJslanders eisten dat ook de schuldigen, vlak daarvoor door de president nog de hemel ingeprezen als nieuwe Viking-entrepreneurs - "Een voorbeeld voor de hele wereld" - zouden worden vervolgd.

Niemand reageerde op de sollicitatie-oproep voor de functie van speciaal aanklager. Bij een tweede ronde meldde zich één kandidaat: Olafur Thor Hauksson. Hij had rechten gestudeerd, maar zijn grootste voordeel, zo meenden kritische journalisten, was dat hij als buitenstaander nooit banden had gehad met het economisch-politieke wereldje van Reykjavik, waar iedereen iedereen kent, en haast iedereen had meegevierd in de gouden dagen voor de val.

Olafur kreeg een bureau en enkele medewerkers. Na drie verhuizingen zetelt hij in een kantoor waar 110 medewerkers de puzzelstukjes in elkaar proberen te passen in een van de grootste onderzoeken naar de financiële crisis in een van de kleinste landen ter wereld. "Wij wisten ook niet precies hoe we het aan moesten pakken", erkent Olafur. We kregen hulp van internationale experts en met name van Eva Jolly, de Noors-Franse politica die het fraude-onderzoek heeft geleid tegen olieconcern Elf. Zij had ervaring met grensoverschrijdend onderzoek, verbreedde ons perspectief en leerde ons wat we konden verwachten." Dat was veel, want hij moest het opnemen tegen de machtigste mannen van IJsland.

Met Jolly stelde hij een plan op en kreeg van de regering het budget - voor dit jaar al tien miljoen euro. Zijn mandaat werd uitgebreid. Was het eerst nog beperkt tot de banken, dan onderzoekt hij nu alles en iedereen die met de crisis te maken had: bankiers, investeerders en zo nodig politici. "Niemand is immuun", benadrukt hij. Ook zijn bevoegdheden werden uitgebreid: Olafur heeft vrij toegang tot alles en iedereen. De banken zijn verplicht hem al hun geheimen over te dragen.

"We onderzoeken nu honderd gevallen die met het ineenstorten van de banken te maken hebben en nog eens 150 gevallen van mogelijk economische delicten. Op elk dossier zit een team, een mix van politierechercheurs, economen, juristen, oud-bankemployees en experts op allerlei gebieden. Het onderzoek is niet beperkt tot IJsland, we hebben internationaal medewerking." Want de banken en neo-Vikings investeerden ook gretig in het buitenland met hun ongedekte leningen.

In een buitenwijk van Reykjavik, met uitzicht op de Atlantische Oceaan, staan hun villa's, opgetrokken tijdens de gouden jaren. Sommige zien er verlaten uit. Opmerkelijk veel huizen doen on-IJslands aan door hun hoge vijandige muren. Een baai verder woont zangeres Björk in haar zwarte villa. Na de crisis stal ze de harten van velen door haar optredens te staken om mee te doen aan protesten. Ze was betrokken bij het overhalen van Jolly te komen helpen.

"Aanvankelijk wilden haast alle bankiers en zakenlieden meewerken", zegt Olafur. "Ze dachten zich er met juridische foefjes uit te redden. Hier en daar hebben we gedreigd met Interpol. Dat hielp, niemand wil de status 'voortvluchtig' krijgen. Nu enkele betrokkenen tot een celstraf zijn veroordeeld, zijn anderen bang om te praten en proberen ze ons te ontwijken."

Op de vraag of zijn lange arm tot Nederland reikt, knikt Olafur, met een veelzeggende grijns. "We onderzoeken niet de kant van de Icesave-spaarders, maar waar het geld is beland. We hebben onze contacten, ook in Nederland."

In de media is de kritiek inmiddels bijna verstomd, al probeerde onlangs de advocaat van een van de zakenlieden in een artikel de speciaal aanklager in diskrediet te brengen. Binnenshuis had hij dit voorjaar een probleem, toen bleek dat twee medewerkers informatie hadden gelekt. Ze vlogen er meteen uit.

Sommigen vinden dat het allemaal te lang duurt. De onderzoeken moeten over drie jaar zijn afgerond. "We liggen ietsje achter op schema, maar dat komt ook door de verhuizingen, en er is een grens aan hoe snel je kan uitbreiden. En ik zie het als mijn taak zo zorgvuldig mogelijk te werk te gaan. Het gaat er niet alleen om mensen voor de rechter te brengen, het is ook een onderzoek naar wat er zich hier heeft afgespeeld. Ik wil niet dat men over twintig jaar zegt dat we overhaast hebben gehandeld."

Dan klinkt er ook de aantijging dat juist de grote boeven dreigen te ontsnappen. Olafur: "Ik denk het niet. Voor mij is het een plicht, een morele zaak dat niemand die de wet heeft overtreden, ermee wegkomt. De kritiek komt van mensen die niet weten hoe ver gevorderd we zijn. Er zijn verrassingen. Zo vind je bij dit soort zaken verhoogde activiteiten vlak voor en tijdens de crisis, als mensen nog snel hun geld willen redden. Uit onze onderzoeken blijkt dat die verhoogde activiteit al begon in 2007." Dan zelfverzekerd: "Ik denk niet dat ze ons zullen ontsnappen."

De IJslandse zeepbel
Oud-premier Geir Haarde is dit voorjaar al door een speciale rechtbank, de Lansdomur, veroordeeld, omdat hij niet tijdig actie had ondernomen. Celstraf kreeg hij niet. Dat stond los van het onderzoek van de speciaal aanklager, die inmiddels acht gevallen heeft afgerond, waarvan al enkele zijn uitgemond in veroordelingen. Zo werden twee kopstukken van de Byr-bank tot 4,5 jaar veroordeeld, wegens fraude. Een staatssecretaris kreeg twee jaar wegens misbruik van voorkennis. Op het moment is alle aandacht gericht op de Al-Thani zaak. In september 2008, vlak voor de crash, verkondigde IJslands grootste bank, Kauphting, dat de Kataarse sjeik Mohammed bin Khalifa al-Thani 5,1 procent van de bankaandelen had gekocht. Dat moest tonen hoe stevig de bank in zijn schoenen stond. Wat de bankiers er niet bij vertelden, was dat de sjeik dit had gedaan met geleend geld van de bank, die eigenlijk al bankroet was.

Die handelswijze tekent ook het ontstaan van de bankencrisis, waarbij aandeelhouders met geleend geld van de bank aandelen kochten in die bank. Die aandelen werden weer gebruikt als waarborg voor nog grotere leningen. Een zeepbel die op 6 oktober 2008 uiteenspatte en IJsland aan de rand van de afgrond bracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden