Ze zouden geschiedenis schrijven in de Bijlmer

De toekomst was te huur in Amsterdams hooggeprezen hoogbouw, maar wat kwam waren problemen

Als het verstandsverbijstering was, dan was die toch redelijk collectief. "De toekomst te huur", ronkte de brochure voor de Bijlmer vijftig jaar geleden. Burgemeester Gijs van Hall schuwde bij het slaan van de eerste paal in december 1966 de vergelijking met de grachtengordel niet: "Wat onze voorouders deden was groots, wat wij bouwen zal het nageslacht eveneens als groots kunnen evenaren en beleven."

De Nederlandse kranten putten zich net zo goed uit in loftuitingen. De Volkskrant had het over een 'markant punt' in de geschiedenis van de stedenbouw. De Tijd voorspelde dat het ontwerp "tot in het buitenland waardering zal krijgen". Ook De Telegraaf meende zich te mogen beroepen op een vooruitziende blik: "Men kan slechts tot één conclusie komen: het wordt daar goed wonen."

Bij alle jubel had burgemeester Van Hall al voorspeld dat niet alles goed zou gaan. "Ook in de Bijlmer zullen experimenten niet geheel slagen", voorzag hij. "Zulk een calculatie, die rekening houdt met fouten en verliezen, mag ons echter nooit weerhouden van het pogen nieuwe wegen in te slaan, revolutionaire gedachten vorm te geven en nieuwe inzichten te toetsen aan de realiteit."

Het waren de jaren van de grote maatschappelijke omwentelingen, die hem zelf ook nog de politieke kop zouden kosten. De zoveelste variant op het beproefde idee van de tuinsteden, daar zat volgens Van Hall niemand op te wachten. "We moeten de geschiedenis niet willen herhalen, we moeten haar schrijven."

Dat lukte, al was het niet op de gehoopte manier. Al die historie is door Daan Dekker in 'De betonnen droom. De biografie van de Bijlmer en zijn eigenzinnige bouwmeester' te boek gesteld. Hij verweeft twee nauw op elkaar aansluitende verhalen: dat van de Amsterdamse stadsuitbreidingswijk en dat van de man die leiding gaf aan het ontwerpteam, Siegfried Nassuth (1922-2005).

De stedenbouwkundige groeide op in Nederlands-Indië en werkte tijdens zijn adolescentenjaren als gevangene van de Japanners aan de Burma-spoorlijn. In 1947 vertrok hij naar Nederland om een nieuw bestaan op te bouwen. Na even geologie te hebben overwogen, koos hij voor de universitaire opleiding bouwkunde in Delft. Na zijn afstuderen ging hij werken bij de Dienst Stadsontwikkeling van de gemeente Amsterdam, waar zijn ster snel rees.

Nassuth wist waar hij het over had en was bevlogen. Hij barstte van de scheppende energie. Hiërarchie telde niet erg in het projectteam voor de Bijlmer. Stedenbouw was volgens Nassuth een democratisch proces. Iemands status gaf argumenten geen zwaarder gewicht. Inbreng in discussie werd beoordeeld op de kwaliteit van de ideeën.

Tegelijkertijd was Nassuth ook een zwijgzame en behoorlijk gesloten dromer, vaak lastig te doorgronden voor collega's. Als de plannen eenmaal vorm hadden gekregen, hield de stedenbouwkundige er strak aan vast. Die rigide houding uitte zich onder meer in het heilig verklaren van uitgangspunten voor de Bijlmer: de scheiding van functies, het ondergronds wegstoppen van auto's en het 'laten groeien van verbondenheid' via collectieve ruimtes.

Het individu sneeuwde geregeld onder in de grootse plannen, maar Nassuth zag het nauwelijks. Toen de jongere architect Pi de Bruijn in een later stadium koopwoningen in een van de flats van grotere ramen wilde voorzien, was de geestelijke vader des duivels. Nassuth zag het als een inbreuk op het gelijkheidsdenken. "Waarom moest die ene woning, die ene mens, die speciale conditie krijgen? Was die soms beter dan de ander?" Pas nog veel later ging de stedenbouwkundige inzien dat hij af en toen misschien 'te drammerig' was geweest.

Behalve Nassuth komt de moeizame geschiedenis van de Bijlmer zelf volop aan bod. In het begin moesten geïnteresseerde gezinnen een strenge selectieprocedure doorlopen om er te mogen wonen. Veel mensen buiten de regio Amsterdam maakten voor het eerst kennis met de Bijlmer via 'Blue movie', een speelfilm uit 1971 met voor die dagen ongewoon veel seks. De wijk werd erin neergezet als 'parenclub in hoogbouwvorm', schrijft Dekker. In de film zelf beweerde een zoöloog dat veel apen in het wild nooit paren. "Maar zet ze in kooien in Artis en het worden seksmaniakken. Net als de mensen in bouwdozen."

Hoeveel die constatering uit een fictieve film met de werkelijkheid te maken heeft, laat de auteur van 'De betonnen droom' wijselijk in het midden. Hij heeft genoeg aan over elkaar heen tuimelende andere problemen: Surinamers met on-Nederlandse gewoonten, verloedering, drugs, illegalen en de Bijlmerramp.

Dekker besteedt ook uitgebreid aandacht aan de talrijke pogingen om de wijk nieuw leven in te blazen en gemaakte fouten te herstellen. Tijdens het onderzoek voor het boek is hij de wijk meer gaan waarderen. In zijn eindoordeel is hij mild, iets te mild voor Nassuths plan: ja, het had gebreken; ja, het botste met de Nederlandse hang naar gezelligheid; maar misschien had het meer tijd moeten krijgen.

Misschien is het verliefdheid op het onderwerp, wellicht ook een verkapt pleidooi voor durven dromen. Het is met soms net iets te nadrukkelijke verweven plots en subplots het enige minpunt van dit boek. Met 'De betonnen droom' vertelt Dekker een belangwekkende sociale en stedenbouwkundige geschiedenis.

Daan Dekker: De betonnen droom. De biografie van de Bijlmer en zijn eigenzinnige bouwmeester Thomas Rap; 320 blz. euro 19,99

Schrale grond

Nadat het Beemster- en het Purmermeer met succes waren drooggelegd, was in 1623 het Bylemer Meer aan de beurt. De rijke koopman Abel Matthijszoon Burgh trok de beurs en had mede-investeerders gevonden. Zes molens maalden drie jaar lang. Daarna was het water veranderd in land.

Een succesverhaal zoals de meeste andere polders werd het nooit. De grond was niet erg vruchtbaar en door het ontbreken van een afsluitende bodemlaag bleef er grondwater opborrelen. Bij extreem weer kwam de Bijlmer soms opnieuw blank te staan. In tijden van oorlog werden de dijken bewust doorgestoken, zoals in het rampjaar 1672 (om de troepen van de Zonnekoning tegen te houden) of in 1944 (door de Duitsers, in de hoop dat het water de geallieerden zou tegenhouden).

Over het aanbod van de bouwlustige gemeente Amsterdam in de jaren zestig hoefden de meeste boeren niet lang na te denken. De prijzen garandeerden een aardig leven, in elk geval beter dan het schrale bestaan tot dan toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden